Gecontroleerde loonexplosie

Er zijn nu minder werklozen dan dertig jaar geleden aan de vooravond van de eerste oliecrisis. Werkgevers zitten te springen om personeel. Zij zijn bereid diep in de buidel te tasten om hun mensen vast te houden en goede mensen bij andere bedrijven weg te kopen. De krapte op de arbeidsmarkt drijft de lonen op. Wat dit betreft is er weinig verschil tussen aardolie en arbeid. Zolang de vraag groter is dan het aanbod, blijft de prijs stijgen. Afgelopen maandag deed een delegatie uit het kabinet een bij voorbaat tot mislukken gedoemde poging dit prijsmechanisme uit te schakelen. De overige deelnemers aan het traditionele Voorjaarsoverleg werden opgewekt tot `verantwoorde' loonsverhogingen. Zo'n oproep tot matiging is een slag in de lucht. Wanneer de overheid bij een tekort aan aardolie de benzinemaatschappijen zou aansporen hun prijzen te bevriezen, werkt dat evenmin. Het Voorjaarsoverleg flopte, omdat de toppen van werkgeversorganisaties en vakbonden een heel verschillende invulling geven aan een `terughoudende' opstelling bij de komende onderhandelingen over nieuwe collectieve arbeidsovereenkomsten. Werkgevers zitten op twee procent, de vakbeweging vindt vier procent verantwoord.

Het wordt méér, tenzij de economie volledig in elkaar stort. Dat laatste ligt niet in de lijn van de meest recente prognoses, die wijzen op een verwachte economische groei van ongeveer 2,5 procent per jaar. Dit is weliswaar minder dan waaraan iedereen in de afgelopen vette jaren gewend is geraakt, maar de voorziene afkoeling van de economie lijkt onvoldoende om de werkloosheid fors te laten oplopen. Alleen wanneer werknemers bang zijn hun baan te verliezen, zijn zij bereid hun looneisen te matigen. Dat leert de ervaring uit de magere jaren tachtig. FNV-voorman Kok kon in 1982 het mythische Akkoord van Wassenaar sluiten, omdat zijn leden zagen dat de werkloosheid maandelijks met vijftienduizend personen toenam en zij beseften dat zij morgen aan de beurt konden zijn. Tenzij de werkloosheid plotsklaps omhoog vliegt, brengt het komende jaar waarschijnlijk een gecontroleerde loonexplosie. Mogelijk blijft de verhoging van de cao-lonen beperkt tot vier of vijf procent. Maar de arbeidskosten zullen sterker toenemen, doordat werkgevers hun werknemers tal van extra's toedelen in de vorm van toeslagen, versnelde promoties, een grotere auto van de zaak en zo meer.

Ondernemingen zullen proberen hun oplopende loonkosten goed te maken door de afzetprijzen op te schroeven. Dit maakt onze uitvoer duurder, terwijl de invoer uit andere provincies van euroland – waar de arbeidskosten en prijzen minder stijgen – goedkoper wordt. Terwijl de nationale concurrentiepositie aldus op twee fronten verslechtert, wakkert de inflatie verder aan. Nederland is nu al koploper met de prijsstijgingen. Dat komt deels door de olieprijs. De zwakke euro betekent dat de twaalf landen die deelnemen aan de Economische en Monetaire Unie relatief veel voor ingevoerde ruwe olie moeten betalen. Ook hogere voedselprijzen dragen aan de inflatie bij. De overheid deed afgelopen januari een flinke duit in het zakje door btw en milieuheffingen te verhogen. Daar stond echter een aanzienlijk grotere verlaging van de loon- en inkomstenbelasting tegenover. Per saldo bedroeg de lastenverlichting zeven miljard gulden. Die slecht getimede koopkrachtimpuls gooit olie op het inflatievuur. Gaat – in het zicht van de invoering van de euro – een vloedgolf opgepotte zwarte guldens op jacht naar statusgoederen, dan kan de inflatiebrand verder om zich heen grijpen. Het gevolg is een klassieke loon-prijsspiraal: werknemers eisen weer extra loonsverhogingen om zich in te dekken tegen de dreigende aantasting van hun koopkracht.

Zulke overwegingen speelden ongetwijfeld door het hoofd van de deelnemers aan het gedoemde Voorjaarsoverleg. Maar hoe valt loonmatiging te verkopen wanneer direct betrokken partijen het slechte voorbeeld geven? De overheid geeft haar werknemers in de zorgsector en het onderwijs er dit jaar zes procent bij. Werkgevers komen in de fabriek en op kantoor volstrekt ongeloofwaardig over, zolang topmanagers er jaarlijks tien procent of meer bij pakken. De achterban van de werkgeversclub VNO-NCW, geconfronteerd met een krappe arbeidsmarkt, kiest eieren voor zijn geld en laat de oren niet hangen naar prevelementen vanuit het SER-gebouw. Voor individuele ondernemers is het volstrekt rationeel personeel bij concurrenten weg te kopen. Anders kunnen zij hun orders niet tijdig uitvoeren. De werknemers cashen gretig. Voor werkgevers als groep is het uiteraard onverstandig met de arbeidsvoorwaarden tegen elkaar op te bieden. Maar het gedrag van ondernemers in het land geeft de doorslag, niet de visie van hun centrale organisatie.

Het prijsmechanisme bepaalt wat een verantwoorde loonontwikkeling is. Daarbij gaan slachtoffers vallen, omdat de werkloosheid flink moet stijgen voordat werknemers bereid zijn hun looneisen te matigen. Dit betekent slecht nieuws voor het volgende kabinet. Terwijl de ambtenarenbonden poencontracten willen, en de in beginsel aan de cao-lonen gekoppelde sociale uitkeringen mee omhoog worden gesleurd, loopt het aantal werkloze uitkeringsontvangers fors op. In dit scenario beslissen de cao-onderhandelaars in belangrijke mate over de budgettaire ruimte in de komende kabinetsperiode. De te verwachten loonexplosie zal ook in Den Haag slachtoffers claimen.