De scheuren schoten in de muren

Lokale bureaucratie

Door bouw- en sloopactiviteiten in de buurt stond het dijkhuisje van de familie Vork, in Uithoorn, op instorten. De gemeente zei niets voor ze te kunnen doen: een woning in goede staat houden is de taak van de eigenaar.

Woning van Addy en Monica Vork aan de Thamerweg. Olivier Middendorp

Het was wennen voor Addy en Monica Vork, maar ze hadden geen keus. Jarenlang woonden ze met hun twee kinderen in een dijkhuisje uit 1917 nabij de Amstel, aan een binnendijk, half verscholen onder een oude dakplataan. Met een boomhut voor de kinderen in de diepe achtertuin. „We konden lopend naar de Amstel. Daar zwommen we als het mooi weer was”, zegt Addy.

Aan die idylle kwam een abrupt einde. Eerst werd met veel geweld een fabriek gesloopt, pal tegenover hun huis. De scheuren schoten in de muren. Daarna verlegde de gemeente de N201, een drukke provinciale weg. Achter hun huis, aan de Thamerweg in Uithoorn, kwam een nieuwe aansluiting met rotonde. Volgens Addy en Monica werd ook het grondwaterpeil nog verlaagd voor de bouwwerkzaamheden.

De dijk ging schuiven, het huis erop ook. Daarna was het snel gebeurd.

We konden lopend naar de Amstel. Daar zwommen we als het mooi weer was

Momenteel wonen ze in een sociale-huurwoning in de gemeente Uithoorn. Het dijkhuis is onbewoonbaar verklaard, net als de huizen van naaste buren. Er staat nu een dichtgetimmerd blok van vier huisjes met Heras-hekwerk eromheen. Oprukkend onkruid verraadt de langdurige afwezigheid van bewoners. ‘Niet betreden, gevaarlijke situatie’, waarschuwt een felgeel bord.

De woning van Monica en Addy is niet veel meer waard, maar hun hypothecaire lening is nog even groot. De bank heeft hun huis – of wat daarvan over is – een paar jaar geleden te koop gezet en probeert de kavel via een makelaar aan een projectontwikkelaar te verkopen. De familie Vork blijft achter met een grote schuld; hoe groot is onduidelijk. Zolang hun huis niet is verkocht, kan een eventuele schuldsanering ook niet beginnen. Ze zitten klem, en dat doet extra pijn omdat de tegenslag in het leven vooral van buiten kwam. Van de gemeente.

Slopen

Het begon al vlak na de aankoop in 2000. De gemeente Uithoorn kondigde aan de weg te willen verhogen, maar vroeg zich af of de vier huisjes die werkzaamheden wel aankonden. Dat bleek terecht: de fundering was volgens een adviseur waarschijnlijk niet sterk genoeg. Onder alle muren zouden extra heipalen nodig zijn.

Omdat huiseigenaren zelf verantwoordelijk zijn voor een deugdelijke fundering van hun woning, kwam de rekening bij de bewoners te liggen. En die hadden daar niet allemaal het geld voor.

Gemeente, bewoners en bouwdeskundigen gingen in overleg. Er rolde het compromis uit dat de eigenaren alleen hun voorgevel op eigen kosten lieten onderheien. Dat zou technisch gezien niet optimaal zijn, maar voldoende voor de komende tien jaar. De gemeente verhoogde de weg. De woningen hielden zonder problemen stand.

Tegenover de dijkhuisjes stond een oude vleesfabriek. Plan van de gemeente was om die te slopen en er een nieuwbouwwijk te bouwen. De sloop zou gebeuren zonder gebruik van sloopkogels – die zouden te veel trillingen veroorzaken. Het uittrekken en vermalen van de oude fundering liet de grond tot in de verre omtrek beven. En toen de sloper er onverwachts voor koos om tóch ook de sloopkogel te gebruiken, schoten de scheuren in de muren, herinnert Monica zich. „Ik weet nog dat onze buurvrouw gillend naar de slopers rende om ze tot stoppen te manen.”

Wat volgde was een taaie, technische discussie. De woningen stonden er al slecht voor, was de stelling van de gemeente. Het door de gemeente bestelde rapport van een expert concludeerde dat „causaliteit” tussen de scheuren in de huizen en de sloopwerkzaamheden niet is aan te tonen.

Ik weet nog dat onze buurvrouw gillend naar de slopers rende om ze tot stoppen te manen

Buren die probeerden te procederen, stelden het verkeerde bedrijf aansprakelijk. Ze verdwaalden in de vennootschappelijke en juridische structuren van een groot bouwproject. En de eindverantwoordelijke sloper van de vleesfabriek ging in de tussentijd failliet.

In die tijd waren Addy en Monica een Montessorischool aan het opzetten. Addy was al achttien jaar groepsleerkracht in het Montessori-onderwijs en zag mogelijkheden voor zo’n school in Uithoorn – wat uiteindelijk lukte. Maar aan de opening ging een jarenlange strijd met de gemeente en andere plaatselijke scholen vooraf. Met ook nog twee opgroeiende kinderen zaten Addy en Monica in het spitsuur van hun leven. Vind dan maar eens de tijd en energie om nóg een gevecht aan te gaan.

Achteraf gezien zijn Addy en Monica zelfs blij dat ze destijds niet vol de strijd aangingen. „We hebben de misère rond het huis op dat moment goed los kunnen laten. De kinderen hebben ook goede herinneringen aan de Thamerweg. Maar we zaten door die muurscheuren wel met schade die we opnieuw” – na de extra heipalen van eerder – „allemaal zelf moesten betalen.”

Nederland, Uithoorn, 27-02-2018.
Woning van Addy en Monica Vork aan de Thamerweg.
Foto: Olivier Middendorp
Nederland, Uithoorn, 27-02-2018.
Woning van Addy en Monica Vork aan de Thamerweg.

Foto: Olivier Middendorp
Nederland, Uithoorn, 27-02-2018.
Woning van Addy en Monica Vork aan de Thamerweg.
Foto: Olivier Middendorp
Olivier Middendorp

Tunnel

Het nut van de extra investeringen, die nodig waren na de sloop van de vleesfabriek, werd nog een stuk onzekerder toen de gemeente aankondigde de drukke weg tussen Haarlem en Utrecht te gaan verleggen. Vlak in de buurt werd een ondertunnelde busbaan aangelegd en achter hun tuin een rotonde.

En dus kwam er wéér een brief van de gemeente, en weer een bouwkundig onderzoek.

De deskundigen concludeerden dat de woningen niet sterk genoeg waren. En, zoals bekend, de woningbezitter is zelf verantwoordelijk voor een goede fundering. Er zou per woning voor zo’n 60.000 euro verspijkerd moeten worden, ruwweg eenderde van de historische aankoopprijs.

Monica: „Dat geld hadden we dus niet. We zaten als ratten in de val. Niemand van ons kon dit betalen. Help ons! We weten ons geen raad, was de noodkreet aan de gemeente. Koop ons desnoods uit, of help ons met financiering, zeiden we.”

Maar de gemeente gaf geen sjoege. En misschien stond de gemeente juridisch zelfs wel in haar recht.

Dat geld hadden we dus niet. We zaten als ratten in de val

De buren van Addy en Monica pakten hun verlies. Zij verkochten hun huis ver onder de aankoopprijs en gingen direct de schuldsanering in.

De familie Vork deed dat niet en had een jaar de tijd om de woning beter te funderen, opdat het huis de nieuwe plannen van de gemeente aankon. Maar ruim voor die deadline werd er al begonnen met werkzaamheden voor de ondertunnelde busbaan.

Toen Monica en Addy met hun kinderen in de zomer van 2013 terugkwamen van vakantie in Frankrijk, herkenden ze hun eigen huis niet meer. „De muren waren ontzet, alles was uit zijn verband geraakt. Het plafond was losgescheurd van de houten bekisting”, zegt Monica. Inderhaast opgetrommelde ambtenaren van de gemeente bagatelliseerden volgens Monica de schade. Later ingehuurde deskundigen, actief bij de Amsterdamse metrolijn, kwamen tot een andere slotsom. Addy: „Dit was veel erger dan de verzakking van de Amsterdamse Vijzelgracht, waar toen zoveel om te doen was.”

Noodgeraamte

De keuze was simpel. Óf subiet stutten óf binnen drie dagen het pand verlaten. De gemeente had vervangende huisvesting voor de familie Vork vanwege hun minderjarige kinderen. Maar die was er niet voor de (nieuwe) buren zonder kinderen.

„We hadden een moreel dilemma”, zegt Addy. „We vonden dat we het niet konden maken om dan te vertrekken, want dat betekende dat wij onderdak hadden, maar dat we de buren in de kou lieten staan. We kozen voor stutten met een renteloze lening van 6.000 euro van de gemeente”. Daarmee zou het huis het een jaar kunnen uithouden. De buren deden dit ook.

Dit was veel erger dan de verzakking van de Amsterdamse Vijzelgracht, waar toen zoveel om te doen was

Wel twintig man werkten dat weekend aan een noodgeraamte. Addy: „Met kerst 2013 zaten we tussen allemaal palen in het huis, net zoals je nu in Groningen ziet.”

Maar hoe was deze situatie op de langere termijn op te lossen? Addy maakte met een lokale projectontwikkelaar een alternatief plan voor het gebied, waarbij hun huis en dat van de buren gesloopt zouden worden. Met gesloten beurzen zou iedereen zonder schulden achterblijven. Maar de gemeente was niet enthousiast. Die bleef dreigbrieven sturen dat de panden beter onderheid moesten worden.

De actievoerders in Addy en Monica ontwaakten. Ze spijkerden een bord aan hun gevel.

Lieve burgemeester,

Juridisch gezien geen causaliteit

Maar behoud alstublieft uw menselijkheid

Vergeefs nodigden ze haar uit. „Om te kijken naar ons knusse dijkhuisje, wat daar van geworden was”, zegt Addy.

Op straat

De teloorgang bleek niet meer te stoppen. Hun huis werd onbewoonbaar verklaard. Op 23 september 2014, op de verjaardag van hun zoon, werd de Thamerweg 17 onder bestuurlijke dwang ontruimd. Addy en Monica hadden de burgemeester uitgenodigd voor de ontruiming, maar ze stuurde haar woordvoerder. Monica: „Toen weigerde ik het huis te verlaten, ik wilde eerst op zijn minst een gesprek met de burgemeester.”

Ze breekt.

„De burgemeester zei: ik kom niet kijken. Ik ben toen gearresteerd. De agenten vonden het verschrikkelijk om te doen.” Ze is naar het politiebureau in Amsterdam gereden en in de cel gezet. Haar bh moest ze uitdoen, evenals haar schoenveters. „Gewoon een moeder van een degelijk gezin.”

De zaak is later door Justitie geseponeerd.

Waar moet een gezin naartoe zonder geld om een woning te kopen in een randstedelijke gemeente met een wachtlijst voor huurwoningen? De gemeente vond samen met de plaatselijke woningcorporatie voor drie maanden een gestripte niet-geïsoleerde antikraakwoning, zonder verwarming. Gratis. Het was slikken of stikken: mocht de familie Vork dakloos worden, dan konden Addy en Monica uit de ouderlijke macht worden ontzet en de kinderen ‘uit huis’ worden geplaatst.

De familie Vork besloot de strohalm van drie maanden antikraak te pakken. Monica vroeg bij de gemeente bijzondere bijstand aan voor de verhuis- en inrichtingskosten. Ook vroeg ze financiële hulp aan voor de aankoop van een kachel en de blijvende woonlasten van hun inmiddels dichtgetimmerde huis.

Woning van Addy en Monica Vork aan de Thamerweg. Braakliggend terrein voor de woning waar vroeger een fabriek heeft gestaan en die mede debet is (volgens Vonk) aan de verzakkingen. Olivier Middendorp

Vergeefs. De „kosten van een woning die niet bewoond wordt” komen niet in aanmerking voor bijzondere bijstand: daar bestaat jurisprudentie over, schreef de gemeente Uithoorn. En kosten in verband met een verhuizing behoren „conform de beleidsregels” tot „incidenteel voorkomende algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan”. Daar is geen bijstand voor mogelijk.

Nu ja, in bijzondere gevallen kan de gemeente van deze regel afwijken, liet zij in een brief weten. Maar: „Wij zijn van mening dat in uw situatie geen sprake is van bijzondere omstandigheden.”

En qua kachel: dat is het pakkie-an van de verhuurder. Verwarming behoort immers tot de voorzieningen die een normaal gebruik van een woning mogelijk maken, schreef de gemeente. Een tijdelijke kachel „is te beschouwen als een duurzaam gebruiksgoed” en die behoren volgens de gemeente weer „conform de beleidsregels” tot de „incidenteel voorkomende algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan”.

Kortom, via het kastje en de muur moest de familie Vork het doen zonder kachel en verdere financiële steun. Addy en Monica knapten hun tijdelijke antikraak op in de hoop er langer dan drie maanden te mogen blijven. Maar geen dag extra kwam erbij. Want de woningcorporatie had eigenlijk al buiten de lijntjes gekleurd: haar huisregels staan niet toe minderjarigen in antikraak onder te brengen. De familie Vork moest het pand verlaten, contract is contract. Addy: „Toen dreigden we dakloos te worden.”

Wanhopig besloot hij voor het gemeentehuis te gaan kamperen. Gezin op straat, gedoog antikraak, was zijn protesttekst. „De gemeente gaf een beveiligingsbedrijf opdracht mij in de gaten te houden. Juridisch gezien mocht ik niet ‘in horizontale stand’ worden aangetroffen. Maar ik kende die beveiliger. Die deed vroeger ook de controle van ons schoolgebouw. Dus die waarschuwde mij van tevoren als hij ’s nachts kwam controleren.”

Hart van Nederland

De actie van Addy trok de aandacht van SBS6, Hart van Nederland. De gemeente was landelijk nieuws en toen ging het snel. Ze vond alsnog nieuwe tijdelijke huisvesting voor de familie Vork, tegen een schappelijke huur. Dat deed de gemeente, zo laat zij nu via een woordvoerder weten, omdat de familie met minderjarige kinderen „zelf onvoldoende in staat bleek voor veilige huisvesting te kunnen zorgen”.

Toen dreigden we dakloos te worden

Aan de crisiswoning waren wel voorwaarden verbonden: de acceptatie van een budgetcoach en een gezinscoach. Gemeenteprotocol. De gezinscoach moest erop toezien dat de kinderen veilig opgroeiden. Er was geen verslavings- of gokproblematiek in het spel. Bij de familie Vork – een onderwijsmilieu – bestonden ook geen vermoedens van mishandeling. „Wij zijn een agendapunt op de vergadering van het Sociaal Team”, zegt Addy, „terwijl het zonneklaar is waar de financiële problemen van ons vandaan komen.” Beide coaches adviseerden de gemeente vrij snel dat het gezin geen coaches nodig had, maar de gemeente volgde die adviezen niet op.

Deze maand werd hun bouwval twee jaar na plaatsing op Funda verkocht door de bank. Nu kan de restschuld worden vastgesteld en eventueel begonnen worden met een schuldsanering.

De burgemeester van Uithoorn is inmiddels vertrokken. Per 1 maart heeft ze een leidinggevende functie bij de Amsterdamse politie. Monica heeft door alle verwikkelingen mentale en fysieke problemen gekregen. Ze besloot in februari een brief te schrijven naar de burgemeester om te reflecteren op te situatie, en om haar te vragen of ze de hele kwestie rond de dijkhuisjes niet betreurt.

Op die brief is geen antwoord gekomen.

Het OM stuurde onderstaande brief naar het onbewoonbaar verklaarde pand, terwijl Monica Vork juist was gearresteerd voor het niet willen verlaten van dat pand.

Kennisgeving sepot