Een naïeve studente en de guerrilla

Een Amerikaanse is gisteren door een rechtbank in Peru veroordeeld tot twintig jaar gevangensstraf wegens het verlenen van hulp aan de terroristische organisatie Tupac Amaru. Zij ontkent.

Is Lori Berenson de naïeve studente antropologie, betrokken bij het lot van de armen en onderdrukten in de wereld, die niet wist dat ze met Peruaanse rebellen te maken had, zoals ze zelf altijd heeft voorgegeven? Of is ze inderdaad de linkse activiste, die maar al te goed wist dat ze zich met radicale, gewelddadige verzetsstrijders inliet, deze onderdak verleende en hielp bij het voorbereiden van een aanval op het parlementsgebouw in Lima?

Vlak voor de uitspraak van de Peruaanse rechter, gisteravond laat, waren de ouders van Lori Berenson nog steeds vol hoop dat hun dochter vrijgesproken zou worden. ,,Ze is onschuldig'', verklaarde moeder Rhoda Berenson voor camera's van de Amerikaanse televisiezender ABC. ,,Lori weigert eenvoudig de rechters tegemoet te komen door andere mensen, die ze niet kent, te beschuldigen.''

Maar Lori Helene Berenson, 31 en afkomstig uit New York, werd toch veroordeeld. Na een proces van drie maanden zwakte de civiele rechtbank het vonnis van een geheime militaire rechtbank uit 1996 alleen maar wat af. Destijds werd Berenson veroordeeld tot levenslang wegens lidmaatschap van de gewelddadige linkse guerrillabeweging Tupac Amaru. Dat lidmaatschap werd gisteren niet bewezen geacht, maar dat ze de rebellen hulp heeft verleend staat voor de rechtbank vast.

Eind jaren tachtig reist Lori Berenson voor het eerst door Latijns Amerika, naar El Salvador. Ze studeert dan nog antropologie aan het Massachusetts Institute of Technology. Lori, die volgens haar ouders altijd al een sterk rechtvaardigheidsgevoel heeft gehad, raakt betrokken bij een linkse beweging die opkomt voor de rechten van de armen in El Salvador. Ze geeft haar studie eraan, en begint aan een serie rondreizen door Latijns Amerika. Eind 1994 vertrekt ze naar Peru, in gezelschap van Pacifico Castrellon, die ze eerder in Panama heeft ontmoet. Met hem huurt ze een huis in Lima. In Peru wil ze naar eigen zeggen artikelen gaan schrijven voor twee linkse Amerikaanse tijdschriften over de situatie in het land. Ze krijgt een perskaart, en daarmee toegang tot het parlementsgebouw. Volgens haar aanklagers zou Berenson deze hebben gebruikt om informatie over de plattegrond van het gebouw door te spelen aan leden van de guerrillabeweging Tupac Amaru.

Via Castrellon leert ze Nancy Gilvinio kennen, de vrouw van Tupac Amaru-leider Nestor Cerpa. Berenson zal tijdens het proces echter volhouden dat ze de ware identiteit van de vrouw niet kende, en dat ze Gilvinio alleen had ingehuurd om foto's te maken bij stukken die ze wilde schrijven. Inmiddels heeft ze in augustus 1995 een eigen appartement betrokken, haar oude huis blijft ze echter bezoeken. Op 1 december dat jaar doen Peruaanse veiligheidstroepen een inval in het pand. Ze treffen er wapens en explosieven aan, een uiterst gedetailleerde plattegrond van het parlementsgebouw en documenten met het handschrift van Berenson, plus een valse identiteitskaart met haar foto. Lori Berenson is al een dag eerder gearresteerd op verdenking van lidmaatschap van Tupac Amaru.

In januari 1996 wordt ze voorgeleid voor een geheim militair tribunaal, dat haar veroordeelt tot levenslang. Ze wordt opgesloten in een gevangenis hoog in de Andes. In december dat jaar wordt het land opgeschrikt door een gijzelingsactie in de Japanse ambassade in Lima. Strijders van Tupac Amaru, aangevoerd door Cerpa zelf, houden 72 mensen vast. Eén van hun eisen is de vrijlating van gevangen medestanders, waarbij ze Lori Berenson noemen. Aan de gijzeling komt pas na 126 dagen een einde, als elitetroepen de ambassade bestormen. Alle 14 gijzelnemers, twee soldaten en één gegijzelde komen daarbij om het leven.

Lori Berenson heeft geen sterke zaak, zo erkennen haar advocaten. De Amerikaanse ambassade oefent wel enige druk uit, maar die richt zich vooral tegen de vermeende oneerlijke rechtsgang. Berenson dringt zelf ook niet aan op verdere inmenging, naar eigen zeggen uit solidariteit met andere gevangenen die zulke hulp ontberen. De ouders van Lori blijven intussen hemel en aarde bewegen om hun dochter vrij te krijgen. Hun pogingen hebben uiteindelijk effect: het militaire gerechtshof herroept in augustus 2000 het eerdere vonnis, en effent zo de weg voor een nieuw proces, ditmaal voor een civiele rechtbank.

Kalm hoorde Berenson gisterenavond het nieuwe vonnis aan. De twintig jaar gevangenisstraf waartoe ze veroordeeld werd, worden verminderd met de vijf jaar die ze nu al heeft vastgezeten. Berenson heeft het hele proces volgehouden dat ze onschuldig was. ,,Ik ben geen terrorist'', zei ze in haar slotwoord voor de rechtbank. ,,Ik ben niet naar Peru gekomen om iemand kwaad te doen. Ik zit in de gevangenis omdat ik geloof in wat ik doe, en ik blijf geloven in de mensheid en in het Peruaanse volk.''

De hoop van haar ouders richt zich nu op Aléjandro Toledo, de aanstaande president van Peru. Toledo brengt volgende week een bezoek aan de Verenigde Staten, en heeft al laten doorschemeren dat hij Berenson gratie wil verlenen.