DE MARKT

Het ophalen van afval is altijd een taak van de overheid geweest. De redenen daarvoor zijn duidelijk: het verwerken van vuilnis is extreem belangrijk voor de samenleving, maar er is geen droog brood aan te verdienen. Of zoals het ministerie van VROM het vijf jaar geleden verwoordde in een reactie op een advies over afvalverwerking: ,,Met name de inzameling van huishoudelijk afval en de eindverwijdering zijn kritisch. Het gaat hier om maatschappelijk onmisbare voorzieningen, waarbij de overheid in het uiterste geval, bij het ontbreken van particulier initiatief, de realisering zelf ter hand moet nemen.''

Aanvankelijk was afvalverwijdering georganiseerd op het niveau van gemeenten, wat neerkwam op `iedere gemeente een eigen vuilnisbelt'. Vanaf eind jaren zeventig stelde de rijksoverheid paal en perk aan beltstorten en moesten gemeenten overstappen op het scheiden van afval en restafval zoveel mogelijk verbranden. Omdat hiervoor grote investeringen nodig waren, zijn afvalverwijderingsbedrijven elkaar gaan opzoeken. Met name de laatste jaren zijn fusies en overnames aan de orde van de dag. De ondernemingen die hierdoor ontstaan, hebben weliswaar vaak de (gemeentelijke) overheid als aandeelhouder, maar opereren als `normale' winstgerichte bedrijven. Vooral de grote spelers beperken hun activiteiten niet meer tot afvalverwijdering. Zo ontstaan grote nutsconglomeraten als bijvoorbeeld Essent, dat actief is op het gebied van energie, water, afval en telecom.

Bron: De afvalmarkt: structuur en ontwikkelingen, Afval Overleg Orgaan, maart 2000