Boog wint Buddingh'-prijs

Op Poetry International werd gisteravond de prijs voor het beste poëziedebuut uitgereikt aan Mark Boog. De dichter houdt zijn werk licht, en weet met taal ruimte op te roepen.

,,Ik heb altijd al eens een echte Maartje van Weegen-vraag willen stellen'', zei presentator Onno Blom woensdagavond direct nadat bekend was geworden dat de Buddingh'-prijs 2001 naar Mark Boog gaat voor zijn bundel Alsof er iets gebeurt. Hij wendde zich tot de winnaar en vroeg: ,,Wat gaat er door je heen?'' ,,Ik ben blij'', antwoordde de dichter. En terecht. De Buddingh'-prijs, een prijs voor het beste poëziedebuut, heeft zich door de jaren heen niet vaak vergist. De jury liet zich ook zeer lovend uit over de andere genomineerde bundels, Uit de verf van lucht van Mark Bruynseel, Zijn opkomst in de voorstad van Alfred Schaffer en Slaapschuld van Peer Wittenbols.

In de kleine zaal van de Rotterdamse Schouwburg lazen de dichters voor uit hun werk. Op Poetry International is niet alleen goede poëzie belangrijk, maar ook een goede voordracht– juist bij deze debutanten, wier gedichten nog niet erg bekend zijn en bij wie het publiek het zonder hulp van geprojecteerde teksten of tekstboekjes moest doen. Grappig genoeg won wat voordracht betreft de enige afwezige dichter, Peer Wittenbols. Zijn werk werd voorgelezen door dichter Erik Menkveld, die na twee bundels en veel voorleesavonden duidelijk meer weet over effectieve pauzes en versnellingen.

Dat de gedichten van Mark Boog er mogen zijn, was ondanks zijn iets te snelle voorlezen wel duidelijk. De jury toonde zich onder de indruk van zijn streven om de tijd uit te schakelen: ,,Niet tijd wil hij maar ruimte, een ingewikkeld verlangen als je geen beeldhouwer bent maar taalkunstenaar.'' Dat hij in taal ruimte weet op te roepen en te vergroten bleek uit regels als: ,,Klein huis, maar gooi er eens een bal doorheen/ en het wordt groot. Zie al die meters/ zijn ze niet van ons?''. Boog houdt zijn poëzie licht, ook bij grote filosofische problemen. Hij moet het niet hebben van een overvloed aan gebeurtenissen en verhalen, maar meer van precies verwoorde overwegingen.

Na de pauze lieten in de grote zaal grote dichters horen hoe zij in de loop der jaren hun weg gevonden hadden. De jarige (70) Poolse Urszula Koziol las een mooi klaaggedicht (,,Sta mij toe te treuren'') en Gerrit Krol bracht het publiek aan het lachen en het applaudiseren met zijn krachtig voorgedragen gedichten waarin `de explosieve waskracht van de Nederlandse grammatica' geheel tot zijn recht kwam. Hij werd samen met de Australiër Tom Petsinis gepresenteerd als een dichtende wiskundige, maar presentator Rob Schouten zei er terecht bij dat degenen die zenuwachtig werden van de combinatie wiskunde en poëzie rustig konden blijven zitten. Dat was ook zo. En wie dat deed had een mooie avond.

Vanavond 20.00 u in de Rotterdamse Schouwburg `Hommage aan J.H. Leopold' (Kleine Zaal) en `Internationaal programma' (Grote Zaal)