Beelden in beweging

Rotterdammers hebben een grote voorliefde voor bijnamen. Pleinen en gebouwen worden vaak voorzien van lekker bekkende pseudoniemen. Maar ook de openbare kunst moet eraan geloven. Zo kennen de meeste stedelingen Wessel Couzijns abstracte brons voor het hoofdkantoor van Unilever niet als `Belichaamde eenheid' maar als de Schrootfraude. Het Maasbeeld dat Auke de Vries maakte voor aan de voet van de Willemsbrug gaat door het leven als de Waslijn. En dat Richard Artschwager geen titel kon bedenken voor zijn puntige sculptuur bij de Westersingel was niet bezwaarlijk; in de volksmond heette het al snel de Watertanden.

Alledrie de beeldhouwwerken staan – met officiële en bijnaam – vermeld in Rotterdam Beelden Gids Centrum. Deze recente uitgave van het Centrum Beeldende Kunst maakt duidelijk dat de culturele hoofdstad van Europa meer te bieden heeft dan vaak wordt gedacht. Niet minder dan 180 sculpturen staan er verspreid tussen Centraal Station en Maas. Een aantal daarvan zou je zo over het hoofd zien als je er niet attent op wordt gemaakt. De opgestapelde bakstenen voor de ingang van het stadskantoor kunnen makkelijk worden aangezien voor een frivool vormgegeven bankje. En de metalen ring met daarin licht opbollende klinkers die Johan Meyerink bedacht voor het Eendrachtsplein kan makkelijk doorgaan voor misvormde verkeersdrempel.

De meeste beelden in Rotterdam zijn echter wel als zodanig herkenbaar. De modernste stad van Nederland kan zelfs bogen op het oudste beeld van Nederland, het uit 1622 stammende standbeeld van Erasmus dat tegenwoordig aan de voet van de Laurenskerk staat. Het bronzen standbeeld van Hendrick de Keyser overleefde als door een wonder het Duitse bombardement van 14 mei 1940 en verbleef de rest van de oorlog veilig begraven onder de binnenplaats van Museum Boijmans.

Veel andere oude sculpturen overleefden de oorlog niet. Vandaar dat het Rotterdamse beeldenbestand slechts een handvol negentiende eeuwse sculpturen telt en een enkel iets ouder beeld, maar voornamelijk van twintigste eeuwse oorsprong is.

De decennia vlak na de oorlog leverden nogal wat herdenkingsmonumenten op, die veelal van plechtige teksten zijn voorzien. Maar de eigenzinnige Commissie Stadsverfraaiing begon in 1960 te ijveren voor de aankoop voor moderne beeldhouwwerken met kunsthistorische waarde. Bijenkorf-directeur dr. G.E. van der Wal, een prominent lid van die commissie, had eerder al blijk gegeven van een weinig traditionele smaak. In 1953 schonk zijn bedrijf anoniem weliswaar het beroemde beeld `Verwoeste Stad' van Zadkine, dat te boek staat als het eerste moderne beeld in Rotterdam. Vier jaar later volgde de 26 meter hoge constructivistische kolos van Naum Gabo voor de Bijenkorf op de Coolsingel.

Manifestaties als Communicatie '70, De stad als podium (1988) en het jaarlijkse Poetry International zorgden voor een continue aanwas van de Rotterdamse collectie buitenkunst. Inmiddels kan de stad bogen op tientallen werken van zeldzame waarde. Zo staat in Rotterdam het enige werk dat Henry Moore ooit maakte in baksteen. Tevens is de stad in het bezit van een van de weinige beelden van de van oorsprong Rotterdamse schilder Willem de Kooning. En ook de in beton uitgevoerde Picasso op de hoek Weena-Kruiskade is weinig gebruikelijk.

Trots ook is de stad op L'homme qui marche van August Rodin, waarvan wereldwijd maar twaalf afgietsels bestaan. Zijn status behoedde de beroemde bronzen romp met benen echter niet voor de eindeloze zwerftocht langs tijdelijke locaties die het lot is van de meeste beelden in de Maasstad. Telkens op de vlucht voor nieuwe bouwwerkzaamheden verhuisde Rodins sculptuur van de Floriade naar de tuin van Museum Boijmans Van Beuningen, naar de Joost Blanckertplaats, het Schouwburgplein, de Korte Lijnbaan, het plantsoen voor het Parkhotel en sinds een jaar op het nieuwe beeldenterras aan de Westersingel.

Hans Baaij: Rotterdam Beeldengids Centrum (Koppel Uitgeverij, Rotterdam), ƒ37,50.

ISBN 90-76638-06-03