Voorbeelden voor Petroplus liggen in VS

Het lijkt een jongensdroom. Twee vrienden beginnen een oliebedrijf, brengen het naar de beurs en verdrievoudigen de winst in drie jaar. En de groei van Petroplus International lijkt voorlopig niet voorbij.

Oliebedrijf Petroplus heeft grote ambities. Het wil graag de oversteek maken naar de Verenigde Staten. Maar voor zo'n stap is er kritische massa nodig en die hoopt directeur Marcel van Poecke snel te bereiken: ,,We hopen de marktwaarde van het bedrijf binnen twee tot drie jaar te verdubbelen.''

De groei kwam de afgelopen jaren vooral van de achttien acquisities die sinds de oprichting in 1993 werden gepleegd en overnames zullen ook in de komende jaren het leeuwendeel van de groei bepalen. ,,Overnames kunnen in alle Europese landen plaatsvinden, maar we concentreren ons op West-Europa'', zegt Van Poecke in het Rotterdamse hoofdkwartier.

Acquisities in dit deel van Europa maken het makkelijker om synergieën te halen uit een aankoop omdat Petroplus de markten kent. De grootste landen voor Petroplus, naast de Benelux en Duitsland, zijn Zwitserland, waar het Shell-raffinaderij Cressier kocht, en Groot-Brittannië, waar vorig jaar de raffinaderij Teesside werd overgenomen. De twee acquisities verviervoudigden de raffinagecapaciteit van het bedrijf.

Maar de ambities van Petroplus reiken verder, en wel richting de Verenigde Staten. Voordat deze stap echter kan worden genomen moet het bedrijf verder groeien. ,,We willen eerst fors groeien in Europa. Voor een uitbreiding naar de VS hebben we voldoende kritische massa nodig'', aldus Van Poecke. Deze massa, zo'n één miljard dollar, een verdubbeling van de huidige marktwaarde, hoopt Van Poecke ,,binnen nu en twee tot drie jaar'' te bereiken.

Petroplus werd acht jaar geleden opgericht door de vrienden Van Poecke en Willem Willemstein, die elkaar hadden leren kennen tijdens een MBA aan de universiteit van Rochester, New York. De twee kochten het oliebedrijf Vanol en leiden het tot Petroplus omgedoopte bedrijf sindsdien samen. In 1998 brachten ze het naar de Amsterdamse beurs. Willemstein doet de financiën en Van Poecke de commerciële zijde. ,,Ik kwam uit de olie en hij uit de bankenwereld, de taakverdeling ging automatisch'', aldus de 41-jarige Van Poecke.

Het duo-leiderschap komt zelden voor in het bedrijfsleven, maar leidt niet tot problemen. ,,Er zijn wel eens kleine, onbenullige dingen, maar we zijn een sterk team.'' Beiden zijn ook belangrijke aandeelhouders met elk een belang van 12,5 procent.

Petroplus is een vreemde eend in de Europese oliewereld. Het pompt geen olie op maar richt zich op nichemarkten als raffinage, opslag en marketing van ruwe olie en olieproducten. Deze onderdelen zijn niet langer interessant voor de grote energiegiganten die de activiteiten uitbesteden. Petroplus is het grootste in zijn soort in Europa, waar vergelijkbare bedrijven veelal nationaal gericht zijn, zoals het Zweedse Preem. Het grote publiek kent Petroplus in Nederland vooral van de onbemande Tango pompstations waar automobilisten goedkope benzine kunnen tanken.

In de VS zijn er veel van dit soort onafhankelijke oliebedrijven, lees ondernemingen die niet behoren tot concerns als Texaco of Exxon, maar hun omvang is vele malen groter dan die van het Nederlandse broertje. Tosco bijvoorbeeld heeft een marktwaarde van zo'n 7 miljard dollar en de marktkapitalisatie van Valero Energy ligt één miljard lager.

Ondanks het feit dat Petroplus nog even wacht met de oversteek naar de VS praat het wel met de Amerikanen en worden ideeën en informatie uitgewisseld. ,,Sinds een jaar is er regelmatig contact'', zegt Van Poecke. De concurrenten in de VS hebben een voorsprong, want zijn zo'n acht jaar eerder opgericht dan Petroplus. Maar Van Poecke zegt dat hij hoopt de omvang van de Amerikanen over ,,vijf tot tien jaar'' te kunnen benaderen.

De groei moet het bedrijf interessanter maken voor beleggers, vooral Amerikanen en wellicht dat er met de groei ook een notering in de VS komt. ,,We denken er over na, maar het is nu nog te vroeg.''