Voor Volendam geen kermis en examenfeest

Morgen verschijnt een rapport over de toedracht en nasleep van de cafébrand in Volendam. De meeste jongeren die de brand meemaakten zitten op het Don Bosco College. Hoe gaat het met ze?

Jory Jonk (16) `zat er in'. Zo heet dat op het Don Bosco College als je met Nieuwjaar de brand in café De Hemel hebt meegemaakt. Je `zat er in'. Jory zit nu in de kantine van het Don Bosco. Hij heeft een zwart petje op. Om zijn handen heeft hij wit drukverband, om zijn hals en onderkaak een harde rand van doorzichtig plastic. Dat is om de littekens plat te drukken, legt hij uit. Hij zit te kletsen met Bettine Tuip (15), die er ook in zat, en met haar vriendin Sandra Tol (16). Sandra zat er niet in, maar ze heeft alles gezien toen ze Bettine ging zoeken. ,,Ze was gelukkig thuis.''

,,Alleen mijn handen waren verbrand'', zegt Bettine. ,,Ik zat vier meter bij de deur vandaan. Daarna heb ik op de dijk gestaan.'' Jory vraagt: ,,Heb je mij ook gezien?'' Bettine: ,,Ik zag al die handen uit de tralies komen.'' Ze vertelt niet verder, ze kijkt naar Jory. Die zegt: ,,Ik ben 36 dagen in het ziekenhuis geweest. Eerst in de VU, daarna in Gent. Daar lag mijn broertje ook. Hij is 45 procent, ik 20 procent.'' Dat is ook gewoon geworden op het Don Bosco. Zeggen dat iemand `zoveel procent' is. Of zeggen dat iemand `er best goed uitziet, je ziet nog wie het is'. Tweehonderd van de driehonderd jongeren die bij de brand waren zitten op het Don Bosco. Tweehonderd op nog geen duizend leerlingen. Aan iedere tafel in de kantine zit wel iemand met verband om de handen of littekens in het gezicht. Twaalf zijn er nog niet terug op school.

Jory heeft de hele week proefwerken, hij hoopt dat hij overgaat naar 5 havo. Sandra en Bettine hebben net hun mavo-examen gedaan. Ze zijn geslaagd. Ze hoeven niet meer op school te zijn, ze zitten in de kantine voor de gezelligheid. Ze praten over de vakantie en over de examenfeesten die dit jaar niet doorgaan. Het schoolbestuur wilde geen feesten – te pijnlijk voor slachtoffers en nabestaanden. ,,Ik begrijp het wel'', zegt Bettine. ,,Maar ze hebben niks aan mij gevraagd.'' ,,Aan mij ook niet'', zegt Jory. Bettine: ,,We hebben er toch vier jaar naar uitgekeken. En de kermis gaat ook al niet door.'' Ze is even stil en zegt dan opeens dat ze deze week bloemen heeft gebracht bij haar tante, voor haar neef. Die had nu anders ook examen gedaan. Maar hij heeft de brand niet overleefd. ,,Twee minuten ervoor stond ik nog met hem te praten'', zegt ze. ,,Hij liep naar de bar, ik bleef bij de deur staan omdat het zo vol was.'' Jory gaat rechtop zitten. ,,Hoe heette je neef'', vraagt hij. Hij denkt even na. ,,Dan is hij op de kruk gaan zitten waar ik eerst op zat.'' Bettine: ,,Als ik hem nou langer aan de praat had gehouden...'' Jory: ,,De kruk waar ik op zat, viel op me. Ik kon er niet onder vandaan komen. Iedereen liep over me heen.'' Bettine: ,,Toen ik de volgende dag wakker werd, zeiden ze dat ze afscheid gingen nemen van mijn neef.'' Jory: ,,Toen ik wakker werd, zeiden ze dat mijn vriend was overleden. Dat was na tien dagen. Ik heb nog naast hem gezeten toen we uit De Hemel waren. Toen leefde hij.''

Ze praten iedere dag nog met elkaar over de brand, zeggen ze. Marlies en Laura, aan een andere tafel, zeggen dat ook. [Vervolg VOLENDAM: pagina 3]

VOLENDAM

Kees: 'Ik ga niet naar de psycholoog'

[Vervolg van pagina 1] En de zes jongens die verderop met elkaar zitten te duwen en te trekken ook. Ze zitten in 4 atheneum. ,,Kom op Kees, vertellen'', zeggen ze tegen de jongen met een gezicht vol rode en witte vlekken en een hand in drukverband. Kees (16) zegt: ,,Nu gaat het goed. En voor de rest...'' Hij kijkt de andere kant op. ,,Ik weet het niet meer. Ik ben uit het raam geklommen. Ik ben 28 dagen in het ziekenhuis geweest.'' Vier van de zes jongens klieren door. Alleen zijn vriend Wim (16), naast hem, houdt ermee op. Wim zegt: ,,Ik ben erdoor veranderd. Ik kijk nu anders tegen het leven aan.'' Wim was in De Blokhut, één van de twee café's onder De Hemel. Hij is niet gewond geraakt, hij heeft wel alles gezien. Kees zegt: ,,Ik ben niet veranderd. Ik ben in februari weer op school gekomen. Toen moest ik er wel even doorheen. Maar iedereen deed normaal.'' Wim: ,,We hebben zes slachtoffers in de klas. De leraren zeiden dat we door moesten.'' Bill (16) houdt op met klieren. Hij zegt: ,,In het begin praatten we er heel veel over in de klas. Nu alleen nog in de studieles, één keer per week.'' Wim: ,,We moesten een keer ons gevoel opschrijven. Dat viel niet mee. Ja eh... somber eh... en leeg. Machteloos.''

Nu beginnen alle jongens mee te praten, door elkaar heen. Of ze wel of niet veranderd zijn door de brand. En over de psychologen die op school kwamen om te vertellen over `fases waarin je alles nog ontkent' en over `symptomen enzo en waar je op moet letten'. Dat vonden ze onzin, dat sloeg he-le-maal nergens op. Kees: ,,Ik ga niet naar de psycholoog. Ik heb mijn vader en moeder.''

Marlies (15), 4 atheneum, was bij familie toen de brand uitbrak. Ze zag de ziekenauto's rijden toen ze naar huis ging. Ze had nog naar De Hemel zullen gaan, maar ze mocht niet van haar moeder. Ze zegt: ,,Ik ben blij dat ik het niet gezien heb.'' Daarna zegt ze: ,,Ik heb ook wel wat gemist.'' Ze telt op haar vingers na wie er in haar klas wél bij zijn geweest. ,,Bijna iedereen. Vijf zijn er verbrand.'' Ze heeft er last van, zegt ze, dat ze niet goed kan meepraten. ,,Vorige week waren we in het zwembad. Eén meisje trok haar T-shirt aan toen we een patatje gingen halen.'' Haar vriendin Laura (16), 4 havo, zegt: ,,Uit mijn klas ligt er nog één in het ziekenhuis. Die is alleen in de weekends thuis. Ik weet niet hoe hij er nu uit ziet.'' ,,Bedoel je John?'' vraagt Marlies. ,,Die heb ik gezien. Het viel mee. Het zit bij hem vooral aan de achterkant.''

Jory, met het zwarte petje, gaat ook niet naar een psycholoog. Hij heeft genoeg aan zijn vrienden. ,,Die psychologen praten je de put in'', zegt hij. ,,Ze vertellen je steeds hoe erg het was.'' ,,Ze halen alles uit boekjes'', zegt Bettine. ,,Maar wíj hebben het meegemaakt.'' Jory was blij toen hij gewoon weer naar school kon. Over twee weken gaat hij met zijn vrienden naar de TT in Assen. En daarna met de andere slachtoffers en hun ouders naar Limburg. ,,Dat wordt gezellig. Daar zitten al mijn vrienden.'' Het kan zijn, zegt Jory, dat hij later moeilijker aan een baan komt dan anderen. Hij wil naar de HES in Amsterdam. Maar hij maakt zich geen zorgen. ,,Ik kan altijd terugvallen op mijn vader.'' Die heeft een sierbestratingsbedrijf. ,,Dat is mijn zekerheid.''