`Venezuela zit te wachten op crash'

Olie is de kurk waarop de economie van Venezuela drijft. Maar analist en criticus Roberto Bottome waarschuwt voor de gevaren van de `Hollandse ziekte' in zijn land.

Ach, al die schandalen.... Robert Bottome, wuift vermoeid met zijn linkerhand. De al wat rijpere hoofdredacteur van VenEconomía, de wekelijkse newsletter inzake de Venezolaanse economie, heeft het druk en redigeert nog even door. Kranten die ertoe doen in Venezuela, zoals El Universal en El Nacional, melden op dezelfde dag zowel gesjoemel met geld in de Banco del Pueblo (de Volksbank), bedoeld door president Hugo Chávez om `microleningen' te verstrekken aan de kleine man, als gesjoemel met het Plan Bolivár 2000, juist bedoeld om hulp te verlenen aan de armsten door voorbij te gaan aan de gebruikelijke corrupte bureaucratie.

Bottome overhandigt een recente uitgave van zijn weekblad. Ook daarin worden de perikelen omtrent de Banco del Pueblo gemeld: ,,Deze instelling is een prima voorbeeld van de mate van incompetentie van de managers van de Vijfde Republiek'', zoals Chávez zijn regering noemt sinds de aanvaarding van de nieuwe grondwet in december 1999.

Het kantoor van VenEconomía is gevestigd boven een platenzaak in de winkelpromenade van Sabana Grande, eens een fameus winkelcentrum en uitgaansbuurt van Caracas, nu na zonsondergang een gevaarlijk gebied wegens de toegenomen misdaad in de hoofdstad. Overdag zijn de straten van Caracas, ook meer naar het oude centrum toe, door de economische teruggang steeds meer het domein geworden van straatventers en mensen die spullen in kramen proberen te verkopen. Volgens VenEconomía komt de helft van de Venezolanen inmiddels aan de kost in de informele economie.

Bottome schuift een dagblad naar voren en wijst op een bericht over de Nationale Kiesraad, die bij de `megaverkiezingen' vorig jaar op grote schaal fraude zou hebben gepleegd. ,,We wisten natuurlijk allang dat de verkiezingen niet klopten, maar nu zijn er geluidsopnamen gemaakt van gesprekken tussen functionarissen van de Kiesraad die afspraken maken over wie waar moet winnen.'' Bottome maakt zich geen illusies over de gevolgen van dit nieuws. ,,Er zal niets mee gebeuren. We leven de facto in een dictatuur.''

Toch kan de journalist publiceren wat hij wil. Kennelijk bestaat er nog vrijheid van meningsuiting in Venezuela. Bottome werpt een meewarige blik op zijn gast. ,,Misschien schiet mijn taalvaardigheid tekort bij het definiëren van een regime dat steunt op het leger, dat de rechtstaat heeft afgeschaft, de Nationale Assemblee, de Hoge Raad, de Ombudsman en de Rekenkamer controleert en leunt op één man die de dienst uitmaakt. Chávez is een populist. Hij heeft totaal geen ervaring met het landsbestuur. Het enige wat hij kent is de bekrompen wereld van de militaire hiërarchie.''

Intussen wordt Chávez, buiten zijn land, toch ook regelmatig geroemd om zijn oliebeleid. Zo schoof de Britse krant The Guardian hem in september vorig jaar naar voren als de man die OPEC heeft gereanimeerd en in zijn eentje de olieprijs heeft opgedreven van 11 dollar per vat in 1998 naar op dat moment 25 dollar (vandaag 26,50 dollar). Bottome: ,,Dat hij de OPEC in zijn eentje gerevitaliseerd zou hebben, is niet gewoon waar. Bovendien controleert OPEC slechts een deel van de markt, dus een echt kartel is het niet, met alle onzekerheden van dien. Nog los van de traditionele vrijheden die leden zich permitteren om af te wijken van prijsafspraken. Het gevaar is levensgroot dat OPEC weer een paraplu van hoge prijzen creëert waaronder concurrenten marktaandeel kunnen weghalen.''

Volgens een van de scenario's van VenEconomía zal de olieprijs op termijn dalen. De oliesector levert tachtig procent van de inkomsten van de Venezolaanse overheid. Bijgevolg lopen de inkomsten van de staatskas terug bij een dalende olieprijs. Dat zal hard aankomen. Vandaag blijkt uit een onderzoek van de katholieke Andrés Bello Universiteit dat de armoede in Venezuela in de laatste twintig jaar het sterkst gegroeid is van alle landen in de regio: van 26,4 procent van de bevolking in 1982 naar 57,1 procent in 2000.

Een van de mogelijkheden bij dalende olie-opbrengsten is dat Chávez de bestedingen in de hand houdt. Bottome schudt zijn hoofd. ,,Ik denk dat hij dat niet zal doen. Ten eerste door zijn beperkte achtergrond als militair en ten tweede door zijn overjarige linkse ideeën, die dateren uit de jaren zestig. De socialistische bewegingen in Europa hebben geleerd van hun fouten, maar dat is grotendeels aan dit continent voorbijgegaan. Chávez zal eerder geneigd zijn tot interventionistische maatregelen.''

Bovendien, zegt Bottome, ,,hebben wij hier de `Hollandse Ziekte' waaraan uw land leed in de jaren zestig en zeventig dankzij de aardgasopbrengsten. Die leidt tot een overwaardering van de eigen munt, waar uiteindelijk geen enkele ondernemer in eigen land meer tegenop kan. We zitten nu op een inflatie van 12 procent. Chávez zit in de fase van ontkenning: hij weigert te devalueren. Uiteindelijk wachten we op een crash die de realiteit aan het licht brengt.''