Oorlog in Angola legt voedselhulp lam

In de centraal-Angolese stad Kuito dreigt hongersnood en sterfte als de voedselvluchten naar het gebied niet op korte termijn worden hervat. De vertegenwoordiger van het Wereld Voedselprogramma (WFP) in Kuito, Peter Rodrigues, kwam gisteren met die noodkreet. Volgens de organisatie Artsen zonder Grenzen is ondervoeding in Kuito met zijn ruim 200.000 bewoners nu al wijdverbreid.

WFP besloot gisteren na overleg met een regeringsdelegatie in de Angolese hoofdstad Luanda om de voedseltransporten niet te hervatten. Het VN-programma voor voedselhulp kreeg niet de veiligheidsgaranties waarom het had gevraagd. Vorige week vrijdag had het WFP alle voedselvluchten in Angola opgeschort nadat twee vliegtuigen met 17 ton voedsel juist aan een raketaanval waren ontkomen. Een week eerder raakte een ander transportvliegtuig van het WFP zwaar beschadigd bij een aanslag die werd opgeëist door de rebellenorganisatie Unita.

Volgens Unita vervoeren de vliegtuigen van het WFP helemaal geen voedsel maar wapens en soldaten en zijn het dus legitieme doelen. Een woordvoerder van de rebellen verklaarde tegenover de BBC dat de beschietingen zouden stoppen zogauw de Verenigde Naties de Angolese regering dwingen om een einde te maken aan de oorlog. Hij zei dat Unita niet uit is op een humanitaire catastrofe en legde de verantwoordelijkheid voor een eventuele hongersnood bij de Angolese overheid.

Ruim een miljoen Angolezen zijn afhankelijk van de voedselhulp. Transport over de weg is niet mogelijk omdat meer dan een kwart eeuw burgeroorlog de hele infrastructuur van het land heeft vernietigd. Daarbij controleert de regering alleen de grotere steden en wordt de rest van het land door de rebellen onveilig gemaakt. De meeste steden in het binnenland hebben nog een voedselvoorraad voor enkele weken, maar in Kuito raakt die buffer al deze week op. In Kuito is de behoefte aan voedsel de laatste maanden sterk toegenomen door een gestage stroom vluchtelingen. De aanvoer heeft geen gelijke tred kunnen houden omdat de landingsbaan bij de stad in zo'n slechte staat verkeert dat er geen grote transportvliegtuigen kunnen landen. Ondanks herhaalde verzoeken van hulporganisaties heeft de regering die landingsbaan nooit opgeknapt. De burgeroorlog heeft ruim eenderde van de bevolking van huis en haard verdreven: in totaal bijna vier miljoen mensen.