Ontslag bij ziekte

DE SAMENSTELLING van de Nederlandse arbeidsmarkt wijkt op twee punten sterk af van omringende landen. Allereerst is, vergeleken met het straatbeeld, de werkende beroepsbevolking nog steeds opmerkelijk wit. Wat verder opvalt is dat Nederlandse bedrijven en instellingen over een uitermate gezond personeelsbestand beschikken en nauwelijks werknemers kennen met een `vlekje'. Het is de wrange keerzijde van de ruimhartige verzorgingsstaat. Tegenover die ogenschijnlijk zo gezonde werkvloer staat immers een contingent van bijna één miljoen arbeidsongeschikten, wat Nederland een eenzame eerste plaats in de internationale statistieken oplevert.

Sinds de invoering van de WAO in 1967 is alle aandacht gericht op de financiële bescherming van werknemers die arbeidsongeschikt raakten. Reïntegratie van arbeidsongeschikten heeft daarentegen nooit een hoge prioriteit gekend. De commissie-Donner, die enkele weken geleden rapport uitbracht over de WAO, stelde voor niet langer arbeidsongeschiktheid centraal te stellen, maar arbeidsgeschiktheid. Deze toch voor de hand liggende benadering werd alom als een doorbraak in het denken beschouwd.

Nu is dit ook weer overdreven, want sinds de halverwege de jaren negentig ingevoerde wijzigingen van WAO en Ziektewet worden werkgevers financieel meer geprikkeld hun arbeidsongeschikte werknemers toch een plek in de organisatie te geven. Alleen heeft de praktijk uitgewezen dat deze maatregelen nog onvoldoende effect sorteren. Staatssecretaris Hoogervorst (Sociale Zaken) wil daar wat aan doen met de zogenoemde wet verbetering poortwachter, die nu bij het parlement ligt. Dat er na deze wet echter nog een lange weg te gaan is, bewijst het eerder genoemde rapport-Donner, dat een veel fundamentelere aanpak van de reïntegratie bepleit.

INMIDDELS TEKENT zich in de Tweede Kamer een meerderheid af voor een voorstel dat het mogelijk maakt werknemers bij ziekte eenvoudiger te ontslaan. Dit zou de reïntegratiebereidheid van zieke werknemers moeten bevorderen. Een gelegenheidscoalitie van CDA, VVD en D66 wil het wetsvoorstel van staatssecretaris Hoogervorst in deze zin wijzigen.

Het is ontegenzeggelijk waar dat Nederland een zeer stringente ontslagbescherming kent. Dat deze regelgeving van invloed kan zijn op de inspanningen van werknemers om weer aan de slag te gaan is evident. Dit wordt dan ook in het rapport van de commissie-Donner aan de orde gesteld aan de hand van een uitgebreid pakket voorstellen.

De vraag is nu of vooruitlopend op de verdere afhandeling van het rapport van de commissie-Donner dit aspect al door middel van een `achternamiddagamendement' moet worden geregeld. Getuige de gespierde taal uit de Tweede Kamer lijkt het er veel op dat de plotselinge dadendrang van CDA, VVD en D66 vooral is ingegeven om de PvdA een keer te kunnen trotseren. Voor goede wetgeving is een dergelijke argumentatie wel erg armetierig.