Oerol en Terschelling houden elkaar in leven

Tot eind deze week heeft op Terschelling het theaterfestival Oerol plaats. De horeca en middenstand zijn economisch volledig afhankelijk van het zomerfestijn. ,,Oerol is het beste reclameplaatje.''

Tussen het Oerol-festival en middenstand en horeca van Terschelling is in de loop der jaren een unieke wederzijdse afhankelijkheid ontstaan. De 40.000 tot 50.000 bezoekers die Oerol in tien dagen tijds trekt, zorgen voor een omzet die schommelt tussen de 20 en 25 miljoen. Uit een onderzoek uit 1998 is gebleken dat een bezoeker zo'n zeven- tot achthonderd gulden uitgeeft aan de bootreis, kaartjes voor het festival, overnachting en restaurants.

Zakelijk leider Dianne Zuidema van Oerol stelt dat het festival ,,1,3 miljoen gulden'' aan recettes ontvangt; de overige inkomsten komen ten goede aan de Terschellinger middenstand. ,,Oerol en Terschelling zijn aangewezen op elkaar. De eilanders hebben ons nodig voor de groeiende economische omzet en wij hebben de bewoners van het eiland nodig voor vrijwilligers en hun medewerking.''

De afhankelijkheid van de eilanders van het festival bleek onverbiddelijk in 1994, toen Oerol geen doorgang vond. Artistiek leider Joop Mulder was niet in staat de gelden zodanig te regelen, dat hij aan de gestelde eisen voor het kunstzinnige niveau kon voldoen. Dat was voor de middenstand het signaal om een stichting in het leven te roepen, die het Garantiefonds heet. Willem Stam, lid van de stichting en hoofd van een dienstverlenend bedrijf, zegt: ,,De middenstander zag het aan de kassa en het geldlaatje, de afwezigheid van Oerol was een regelrechte ramp. Wij wilden Oerol terug.'' Door het Garantiefonds is Mulder verzekerd dat zijn festival elk jaar doorgang kan vinden.

Voorzitter Eddy Terpstra, eigenaar van het Italiaanse restaurant Isola Bella in West-Terschelling, zegt: ,,De middenstand besloot door middel van certificaten van duizend gulden geld aan Oerol te lenen om het opnieuw leven in te blazen. Op dit ogenblik bezit het Garantiefonds een vermogen van 180.000 gulden en nog eens 130.000 gulden extra. Het fonds overweegt het kantoor van Oerol, een voormalig schoolgebouw, in Midsland aan te kopen.''

De eerste seizoenen was de bevolking van Terschelling niet zo blij met het festival. Men vreesde de komst van vreemde vogels, hippie's en andere ongeregelde figuren. In die tijd kampeerden de bezoekers en vielen de extra inkomsten te verwaarlozen. Aan het eind van de jaren tachtig beleefde het festival echter een bloei. Niet alleen nam de kwaliteit van de voorstellingen toe, ook veranderde het publiek. Tweeverdieners van het vasteland kwamen. Bezoekers kampeerden niet langer en kookten evenmin hun potje op de camping. Zij betrokken de zomerhuisjes, gingen uit eten en sommigen verkozen zelfs een hotelkamer.

Volgens Terpstra heeft Oerol Terschelling definitief op de artistieke kaart van Nederland gezet. Pers en politiek erkennen de hoogstaande artistieke kwaliteiten van het festival, dat allang niet uitsluitend straattheater brengt, maar ook toneelstukken uit het wereldrepertoire, zoals Peer Gynt in 1999 en dit jaar Trojaanse Vrouwen van Euripides. Een gunstige omstandigheid is dat het festival zich in de zogenaamde `stille tijd' afspeelt, tussen Pinksteren en de zomervakantie. Terpstra: ,,Nu bevinden zich zo'n 30.000 mensen op het eiland, anders zouden dat er zesduizend zijn geweest.''

Nergens anders dan op Terschelling bestaat een instelling zoals het Oerol Garantiefonds. Het bestuur ervan bestaat zowel uit ondernemers in de horeca als uit de middenstand. De kracht van dit fonds is gelegen in de deelname van individuele, vaak kleine eilander ondernemers. Grootschaligheid bestaat vooralsnog niet.

Elke Terschellinger beseft dat Oerol onmisbaar is. Een van de voorwaarden die Mulder aan voorstellingen stelt, is dat zij geworteld zijn op het eiland, er sterk mee zijn verbonden. Dat betekent dat de theatermakers vaak maanden van tevoren al op het eiland gaan werken, zodat de band tussen toneel en het eiland steeds sterker wordt.

De drie stichtingen zijn eensgezind in de overtuiging dat het eiland in economisch opzicht veel minder sterk zou zijn zonder Oerol. Terpstra: ,,Het geld dat hier wordt uitgegeven, stelt ons in staat te investeren, waardoor we de kwaliteit van het wonen op Terschelling kunnen verbeteren. Ik weet zelfs dat Ameland en Vlieland jaloers zijn op Terschelling. Nergens bestaat er zo'n symbiose tussen cultuur en de eilander beroepsbevolking.''

De gemiddelde entree voor een voorstelling bedraagt 20 gulden. De Appel trekt met Trojaanse Vrouwen zo'n 15.000 bezoekers tegen een entree van 30 gulden. Afgezien van het straattheater en tal van muziekgroepen spelen deze week zo'n dertig gezelschappen op diverse plekken op het eiland. Dorpen als West-Terschelling en Midsland zijn, mede dankzij het straattheater en het theater op locatie, getransformeerd tot toneeldorpen. De meeste horeca-instellingen overbruggen met het geld, dat is verdiend in de Oerol-week, de heel stille wintertijd.