Minder weilanden, meer natte venen

Natte veengebieden gaan het broeikaseffect tegen. Hoe minder weilanden en hoe meer moerassen, des te meer kans dat Nederland de Kyoto-doelstelling haalt.

Inderdaad, zegt professor Frank Berendse in zijn werkkamer aan de Universiteit Wageningen, het is een eye opener. Samen met onderzoeker Nico Burgerhart legt Berendse, hoogleraar natuurbeheer en plantenecologie, de laatste hand aan een rapport over de mogelijkheden koolstof op te slaan in ecosystemen om daarmee een bijdrage te leveren aan vermindering van het broeikaseffect.

Het onderzoek wijst uit dat de Nederlandse bossen ongeveer evenveel broeikasgas opnemen en daarmee neutraliseren als de Nederlandse weilanden aan broeikasgas emitteren. De bossen leggen één tot drie miljoen ton kooldioxide vast, terwijl het ontwaterde laagveen ruim twee miljoen ton van dit CO2 uitstoot door afbraak van organisch materiaal. Tegengaan van de emissie door de veenweidegebieden is daarom uiterst effectief.

Berendse: ,,Als we in Nederland een deel van het weiland omzetten in moeras, zou dat een bescheiden maar niet te verwaarlozen bijdrage betekenen aan de doelstelling over tien jaar 6 procent minder broeikasgassen te produceren dan tien jaar geleden.''

Dat streven is onderdeel van het Protocol van Kyoto, bedoeld om een voorziene stijging van de temperatuur in de komende eeuw tegen te gaan. Het thema staat weer op de politieke agenda nu over een maand in Bonn de klimaatconferentie van de Verenigde Naties onder voorzitterschap van de Nederlandse minister Jan Pronk begint. Daar zal opnieuw worden gebekvecht over de vraag of landen hun doelstellingen behalve door beperking van de uitstoot van fossiele brandstoffen ook mogen behalen door de koolstofopslag van bossen mee te tellen. Er ligt een voorstel, vooral om de Amerikanen tegemoet te komen, om toe te staan dat de helft van de reductiedoelstelling wordt bereikt door koolstofopslag in bossen.

Nederland heeft zich in het Japanse Kyoto verplicht om in 2010 op jaarbasis 13 miljoen ton minder CO2 de lucht in te blazen dan tien jaar geleden. Maar er gaapt een diepe kloof tussen belofte en werkelijkheid, zeker in Nederland. In plaats van een reductie bleek Nederland in 1999 juist 13 miljoen ton broeikasgas méér te produceren. Alle reden dus om creatieve oplossingen te zoeken.

Burgerhart en Berendse verwachten dat de aanleg van moerassen samen met uitbreiding van de hoeveelheid bos 5 procent kan bijdragen aan de reductiedoelstelling voor Nederland, dus inclusief de achterstand die de afgelopen jaren is opgelopen. Wie de achterstand niet meerekent, komt uit op 10 procent. Berendse: ,,De mogelijkheden voor koolstofopslag door natte veengebieden zijn onderschat. Jonge bossen kunnen veel broeikasgassen vastleggen, maar na driehonderd jaar is dat voorbij. Venen gaan gewoon door. Alles wat daar in het water ligt, blijft daar. Venen zijn wat dat betreft duurzamer dan bossen.''

Opdrachtgever voor het onderzoek is Staatsbosbeheer. Dat is razend enthousiast over de uitkomsten van de literatuurstudie. Voortaan kunnen beheer en aanleg van natuurgebieden ook worden gemotiveerd door te behalen milieuwinst. Natuurbeschermers kunnen argumenten voor meer natuur goed gebruiken. De politiek heeft weliswaar veel mooie woorden gesproken over een natuuroffensief, maar in de praktijk komt daar weinig van terecht. Vooral het aankopen van terreinen verloopt moeizaam, speciaal rondom de grote steden waar de grond enorm duur is.

De Wageningse onderzoekers zijn de eersten om te erkennen dat aanleg van moerassen niet het gehele broeikaseffect teniet zal doen. Een deel van de CO2-reductie valt al weg tegen de kleine hoeveelheid methaan die moerassen uitstoten. Dat gas is per eenheid ruim twintig keer schadelijker dan CO2. Ook moet je volgens de hoogleraar een jarenlang bemest weiland niet ineens onder water zetten. Dan komt er lachgas vrij, en dat is liefst tweehonderd keer schadelijker dan kooldioxide. Berendse: ,,Ik kan me voorstellen dat mensen nu denken: laat ze alle weilanden maar in moerassen veranderen zodat we bijvoorbeeld in een klap 20 procent van onze Kyoto-doelstelling halen. Dat zou mooi zijn. Maar het is volstrekt onrealistisch. Kijk maar eens hoeveel moeite het nu al kost om nieuwe natuur aan te leggen.''

De echte Kyoto-klapper moet komen uit de reductie van de uitstoot van fossiele brandstof, zegt Berendse. Zuinig met energie, stoppen met het kappen van bossen voor de landbouw in de tropen – dat soort maatregelen. Berendse: ,,Eigenlijk is de in Kyoto afgesproken 6 procent peanuts. Om ervoor te zorgen dat de natuur evenveel CO2 kan opnemen als door mensen wordt uitgestoten, zou de emissie met de helft omlaag moeten.''

Berendse was onlangs in Alaska, waar hij met eigen ogen heeft kunnen zien dat de toendra's van karakter veranderen onder invloed van de temperatuurstijging. ,,In de toendra's ligt ongeveer een kwart van de hoeveelheid koolstof die als CO2 in de atmosfeer aanwezig is. Als we er niet in slagen de opwarming tegen te gaan door de emissie van CO2 te beperken, zullen de toendra's in plaats van koolstof vast te leggen deze emitteren. Met alle gevolgen van dien.''