Forse claim cliënten Labouchere

Twee `gedupeerde' beleggers claimen ruim 24 miljoen gulden bij Bank Labouchere. De bank is volgens hen onder meer zijn zorgplicht niet nagekomen waardoor hun miljoenenvermogens in drie jaar zijn verdampt.

Dat heeft hun advocaat William Schonewille, van het Haagse kantoor Barents & Krans, vanmorgen desgevraagd bevestigd. ,,Een van mijn cliënten had een vermogen van meer dan 10 miljoen gulden, en daar is dankzij Labouchere bijna niets van over.''

De twee beleggers stapten drie jaar geleden over van Rabobank naar Labouchere, en brachten er hun effectenportefeuille onder. ,,Wij hebben geprobeerd een schikking overeen te komen, maar de bank wil er niet over praten. Daarom is er gisteren besloten om Labouchere te dagvaarden'', zegt Schonewille. ,,Deze zaak staat niet op zichzelf. Er hebben zich inmiddels nog vijf gedupeerde beleggers bij mij gemeld met soortgelijke ervaringen met Labouchere. Zij overwegen ook gerechtelijke stappen te ondernemen.'' Labouchere wil niet reageren ,,zolang de procedure loopt''.

Tussen de bank en de beleggers bestond een zogeheten adviesrelatie. Ze hadden een accountmanager, die hen adviseerde over hun beleggingen. De oud-ondernemers hadden net hun bedrijf verkocht. Voor levensonderhoud en pensioenvoorzieningen waren zij afhankelijk van hun beleggingen.

,,De margin-eisen werden niet gecontroleerd door de bank, waardoor mijn cliënten grotere, risicovollere posities konden innemen dan wettelijk is toegestaan. Het margintekort kon daardoor over een langere periode enorm oplopen'', zegt Schonewille. Een margin is een financiële waarborg, die banken van hun beleggende cliënten als onderpand eisen. ,,De bank heeft daarmee zijn zorgplicht verzaakt'', stelt de advocaat.

Ook zet de raadsman vraagtekens bij de beleggingsadviezen van de accountmanager. Zijn cliënten werd op een gegeven moment alleen nog maar geadviseerd om in high tech fondsen te investeren. ,,De accountmanager raadde fondsen aan uit Zweden, Zwitserland en de Verenigde Staten waar mijn cliënten nog nooit van hadden gehoord. Aandelen als Aegon en Ahold konden ze maar beter verkopen, omdat die te laat waren ingesprongen op de internetontwikkelingen. Van een gespreide portefeuille was daardoor geen sprake. Na maart 2000 pakte dat verkeerd uit.''