Een buitenlands diner à la hollandaise

Mijn schoonmoeder, een doorsnee Amstelveense, houdt niet van paprika en heeft die eigenlijk nooit gegeten. De betere helft van mijn multiculturele huwelijk is er daarentegen dol op.

Een doorsnee Amsterdams `feessie' is tegenwoordig niet te bedenken zonder het `heeeerlijke' brood van de lokale Turkse bakker. Als je mijn kinderen wilt omkopen, heb je maar een paar Vietnamese loempia's nodig. Iedere buitenlandse gast die vraagt naar de Nederlandse keuken wordt door ons getrakteerd op een geweldige Indonesische maaltijd. Een echte multiculti tutti frutti culinaire wirwar dus, vindt u niet? Wat eten betreft, hebben we niets te klagen in ons Babel.

Maar hoe zit het buiten het maagdarmkanaal? Profiteren wij voldoende van de multiculturaliteit en valt er verder wel wat van te snoepen?

Laten we de menukaart voor een buitenlands diner à la hollandaise eens doorlopen.

Om te beginnen, als voorgerecht: een allochtoon.

Hier heb ik direct moeite mee. Het zegt me namelijk niet zoveel. De vertrouwde Van Dale die ik op dit soort uitjes altijd naast me heb, zegt: (gevormd uit) van elders aangevoerd (materiaal); uit een ander land afkomstig (tgov. autochtoon): allochtone rijksgenoten. Een voorgerecht dus van onbekende origine. Toch krijg ik het idee dat de meeste mensen hieronder een voorgerecht verstaan met een duidelijke Noord-Afrikaanse of oriëntaalse smaak. Hoe zou dat komen, vraag ik me af.

Het eeuwenoude woord voor allochtoon is buitenlander en is niet beledigend. Geloof me, ik kan het weten. Er zijn ook onderklasseringen van bovengenoemde soort, hoe je het ook wendt of keert. Er zijn in Nederland Turken, Marokkanen, Surinamers, Joegoslaven (met alle subspecia), Engelsen, Duitsers, et cetera. Ieder met hun eigen relatie tot de inheemse bevolking.

Ik pleit dus voor een iets specifiekere omschrijving op de kaart. Dan weet ik pas of het voorgerecht me bevalt of niet, en wat ik daarmee kan.

Als hoofdgerecht wordt ons een multiculturele samenleving geserveerd. Hmmm, tsja.

Zelf heb ik moeite met de term multicultureel – het moderne keurmerk van weldenkend, politiek correct Nederland.

Multi-etniciteit van bewoners van grote steden in ontwikkelde landen is al jaren een feit en is een van de natuurlijke gevolgen van globalisatie (zie Londen, Parijs, Berlijn, New York, et cetera). Het is ook niets nieuws (denk aan Rome of Byzantium). Iedere zichzelf respecterende stad kent kleurrijke wijken met buitenlanders die als inspiratiebron dienen voor talloze boeken, films of schilderijen, die vervolgens tot het grootste nationale erfgoed uitgeroepen worden.

Ook de migratie van buitenlanders naar de Lage Landen is eeuwenoud en heeft zeker haar invloed uitgeoefend op het aanzien van Nederland anno 2001. Het spinnenweb van de achtentachtig prachtige grachten van Amsterdam heeft al eerder vreemde vogels binnengehaald. Waarom zijn we daarover nu opeens verbaasd? Of vinden we gewoon dat de huidige vangst minder mooie veren heeft? Of is de vangst dit keer te groot?

Steden zijn altijd een culturele mengelmoes geweest zonder dat over multicultuur werd gesproken. Is dan de huidige discussie over multicultuur eigenlijk niet een uiting van een provinciale geest? En zijn we er eigenlijk trots op of bang voor?

Multi-etniciteit in grote steden is een natuurlijk proces en, zoals met alles in de natuur, met een wankel evenwicht, constant aan het veranderen onder invloed van krachten en gebeurtenissen van binnen en buiten. In het land waar ik ben opgegroeid had weldenkend, politiek correct Joegoslavië het altijd over `broederschap en eenheid tussen de volkeren'. De vruchten van deze broederliefde hebben we de laatste tien jaar goed kunnen bewonderen. Multiculturele broederschap en eenheid zijn dus geen garantie voor een vreedzame, vruchtbare samenleving. Maar Nederland is geen Joegoslavië, hoor ik velen roepen. Daar heeft u zeker gelijk in. Dit is alleen maar een onschuldige waarschuwing.

Om nog even terug in de tijd te gaan: Jeruzalem was een voorbeeld van de multiculturele stad totdat de kruisvaarders uit het Westen kwamen om de lokale christenen uit te leggen dat ze bevrijd moesten worden. De gevolgen van deze goedbedoelde interventie zijn in alle geschiedenisboeken uitvoerig beschreven en de paus heeft daarover onlangs nog iets gezegd.

Dat een mengsel goed is voor flora en fauna weet iedere boer, en is een cliché zo oud als de weg naar de zojuist genoemde stad. Ieder land kent wel een voorbeeld van een afgelegen eiland waar de bewoners toch ietsje anders zijn gebakken (ik noem geen drieletterig eiland, om politiek correct te blijven).

Net als de boer (pardon, agrariër) houd ik van stamppot. Ik ga voor de multiculturele ratatouille, het bevalt me wel. Ik hoop alleen dat die uiteindelijk niet te zwaar op de maag valt, maar dat zien we morgen wel.

En ten slotte nog het toetje: de Nieuwe Nederlander.

Niets voor mij. Te zoet.

Ik heb nooit de ambitie gehad om een nieuwe Nederlander te worden. Ik ben namelijk al jaren in het bezit van een identiteit die ik in voor- en tegenspoed heb opgebouwd. Ik was eigenlijk niet van plan om die in te wisselen voor iets anders. Wel ben ik een nieuwe Nederlandse burger geworden. Mijn stoffige, vertrouwde identiteit en mijn splinternieuwe Nederlandse burgerschap leven verder in vrede naast elkaar. Mierenneukerij? As you like it.

Na deze snelle blik op de menukaart hebben wij besloten om vanavond maar thuis te blijven. Wij eten pasta alla carbonara, en u?

Vladan Ilic is arts en afkomstig uit het voormalig Joegoslavië. Als opvolger van deze estafettecolumn voor `nieuwe Nederlanders' nodigt hij de uitgever Anna Serena Ferruzzi uit.