De zachte terreur van de theevisite

Op het Oerol Festival speelt een clown op zijn knieën voor dwerg en houdt de groep Tol een theepartijtje in een nachtelijk bos.

Uiteindelijk is er maar één voorstelling compleet verregend, en dat was alweer drie dagen terug, maar dat de zon nu het Oerol Festival ondersteunt, stemt toch dankbaar. Wie meer wil zien dan één of twee voorstellingen per dag, en dat willen de meeste Oerolgangers, verplaatst zich per fiets en soms moet hij ver. Hij moet eerst kaartjes bemachtigen bij Midsland in de buurt. Dat verloopt minder onaangenaam dan in eerdere jaren, maar ook het nieuwe systeem kan niet voorkomen dat je op je beurt moet wachten. Met die kaartjes moet hij van het Groene Strand achter West-Terschelling naar een schuur in Formerum of een duinpan bij Oosterend. In de zon is fietsen een pleziertje. Dan zie je nog eens een jonge grutto naar je kijken, op één rode spillepoot op een paaltje.

In zo'n schuur achter Lies, een plaats halverwege het eiland, programmeert Oerol de voorstelling De dwerg van Jeanmarie Bevort. Bevort is clown, ambachtelijk doorkneed als straatartiest. Deze vakman komt nu met een voorstelling, gebaseerd op een bekende kermistruc: op zijn knieën, in aangepaste kledij, zet hij een dwerg neer. Hij bouwde de kermistruc uit tot magie, hij laat de dwerg springen, zweven zelfs. De dwerg vergroeit tot een boeiend verhaal en dat je vergeet dat je kijkt naar een man op zijn knieën, is nog het minste. Dichterlijk en banaal en grappig doet Bevort een sprookjesverhaal, dat eerder de geschiedenis wordt van een wezen dat erin slaagt in zijn eentje zo diep tevreden te zijn dat hij draken kan verslaan zonder ze zelfs maar te hoeven verwonden.

Is de donkere schuur voor de dwerg een vanzelfsprekend hol onder de grond, in Vlaggetjesdag van Leny Breederveld en Raymonde de Kuyper dient de stal waarin ze spelen uitsluitend als dak boven hun triplex decor: een droeve hotelkamer voor twee erg alleenstaande vrouwen met vakantie, vriendinnen uit eenzaamheid, niet omdat ze elkaar zo graag mogen. Vlaggetjesdag is goeie verbale slapstick, en ongetwijfeld wordt het een hit op de zomerfestivals, maar hun rollen vallen deze actrices al te gemakkelijk. Zulke types speelden ze vaker, merk je, die bevatten weinig verrassingen meer. Hadden ze van personage gewisseld, dan was er veel gewonnen geweest.

Theepotten, theekopjes, theeketels, koekjes en een taart, het Vlaams-Nederlandse gezelschap Tol organiseert met Taarten een avondwandeling door het bos, maar tussen de bomen en langs het ven duiken in oplichtende plekken naast het pad levende plaatjes op, of je in een pop up-prentenboek loopt. Het onderwerp is de theevisite en vooral de zachte terreur daarvan. Gekleed en met de mimiek en de gestiek in de tradities van de commedia dell'arte, betoveren de spelers het publiek. Iedereen heeft een favoriet tafereel: het monstermeisje in de ingegraven badkuip, of de enorme taart met de kibbelende hoofden. Het mijne was de rode slaapkamer in de diepte, met een heerlijke dikkerd die flink wat slagroom in haar mond spoot. Toen zette ze het, op de klanken van River Deep, Mountain High van Ike en Tina Turner, op een fietsen op haar hometrainer. Triomfantelijk. De triomf van de theevisite die werd herleid tot solo.

de economie van terschelling pagina 20