De laatste nog niet gefilmde Shakespeare

Romeinse soldaten in met modder besmeurde legerjassen van Duitse soldaten uit het tijdperk 1939-'45, Fellinimuziekjes, een jongetje dat met ketchup zijn speelgoedsoldaatjes besmeurt, in het theater zijn dergelijke gewiekste anachronismen bij de interpretatie van de stukken van William Shakespeare eigenlijk alweer passé. Theater- en operaregisseusse Julie Taymor (ze maakte onder meer een musical van de Disneyfilm The Lion King, maar ensceneerde ook Shakespeare en Strauss) past ze gretig toe in haar theatrale filmversie van Shakespeare's Titus Andronicus, dat ze al in 1994 off-Broadway regisseerde.

Titus Andronicus is een van de weinige toneelstukken van Shakespeare die het nog niet tot speelfilm brachten. Te bloederig waarschijnlijk, maar ook te haastig geschreven. In de Amerikaanse pers werd het naar aanleiding van de première van Titus (in 1999 alweer) zelfs vergeleken met een moderne horrorfilm: vol effectbejag en zonder al te veel psychologie. Die mankementen zijn Taymor moeilijk aan te wrijven, al zal zij meer motieven hebben gehad om nu juist dit verhaal voor haar eerste echte speelfilm te willen gebruiken en die zijn ook niet uit de film af te leiden.

De centrale vraag van Titus Andronicus is: waarom draagt de verbitterde generaal Titus (Anthony Hopkins) na een bloedige oorlog tegen de Goten de macht over aan de corrupte Saturninus (Allan Cumming)? Die vervolgens, verstrikt in een web van machtswellust en erotische fascinatie voor de gevangengenomen koningin der Goten Tamora (Jessica Lange), het verval van het keizerrijk in gang zet. Daar lag voor een regisseuse, zélfs als de bard een gebrekkig scenario zou hebben geproduceerd, natuurlijk een gouden kans voor een onderzoek naar macht, eer, familie, wet, staat en individu, kortom het hele cluster aan klassieke tragediethema's. De machtsovername is gereduceerd tot een feit om later spijt van te hebben, maar ondertussen wel spetterend te verbeelden: de pretendenten komen aanrijden in auto's en kostuums vol verwijzingen naar het fascisme (Taymor heeft blijkbaar goed naar Richard Loncraine's versie van Richard III gekeken), terwijl hun volgelingen de kleuren van de twee belangrijkste Romeinse voetbalclubs dragen: het rood en geel van AS Roma en het lichtblauw en wit van Lazio.

Een dergelijke grandeur in de vormgeving, waarvoor diverse eerdere Oscarwinnende specialisten werden aangetrokken, nodigt uit tot royaal acteren. Zelfs de tamelijk sobere Hopkins kan de neiging tot schmieren af en toe niet weerstaan. Cumming is prima gecast, maar speelt alles op kracht en Lange is weerzinwekkend van geile hysterie. Bijzonder is wel Spike Lee-acteur Harry Lennix, als Aaron de Moor, de perfide dienaar, minnaar en vertrouweling van Tamora, die bijna in zijn eentje de slechtste kanten in iedereen naar boven weet te halen. Lennix speelde deze rol al eerder, in Taymors theaterproductie van Titus Andronicus en de rol zit hem werkelijk als gegoten. Zo, dat achterin zijn ogen vele dubbele bodems over racisme en wraak worden gesuggereerd. Andere verwijzingen zijn, gelet op de premièredatum van de film, toevalliger, maar daarom niet minder amusant. De ontknoping van deze gruwelijke geschiedenis over de afbraak van politieke macht ten faveure van individuele verantwoordelijkheid bevat een staaltje haute cuisine à la Romana waar Hannibal (wat Hopkins' vólgende rol zou zijn) zich niet voor zou hoeven schamen. En ondanks al zijn mankementen begrijpt Titus meer van Rome dan een volledig overbodige film als Gladiator.

Titus. Regie: Julie Taymor. Met: Anthony Hopkins, Jessica Lange, Allan Cumming, Laura Fraser, James Frain, Jonathan Rhys Meyers, Matthew Rhys, Harry Lennix. In: Het Ketelhuis en Tuschinski Arthouse, A'dam; Babylon, Den Haag en Alhambra, Enschede.