De krant gaat niet verloren

Op 7 september 1710 verlaat kapitein Lemuel Gulliver als gezagvoerder van de 350 ton metende koopvaarder Adventure de haven van Portsmouth. De reis verloopt onfortuinlijk. Eerst raakt het schip in een zware storm, dan breekt aan boord een besmettelijke ziekte uit, ten slotte slaat in de buurt van Barbados de bemanning aan het muiten. Gulliver wordt, met alleen voor een paar dagen leeftocht en zijn sabel, afgezet op een hem onbekend eiland. Nadat hij weer wat tot zichzelf is gekomen, loopt hij landinwaarts, ziet sporen van mensenvoeten en afdrukken van hoeven en eindelijk ook levende wezens. Hun signalement vertoont sterke overeenkomst met dat van de `naakte aap'. ,,Alles bijeengenomen'', noteert Gulliver, ,,had ik op al mijn reizen nog nooit zulk een onaangename diersoort gezien, of één waartegen ik prompt zulk een krachtige antipathie koesterde.'' (vertaling mr. S. Davids).

Kort daarop volgt een ontmoeting met zo'n wezen. Het draait meteen uit op ruzie. Dit wezen roept zijn makkers. Gulliver gaat met zijn rug tegen een boom staan en verdedigt zich met zijn sabel. ,,Sommigen van dit gebroed kregen de takken aan de achterkant te pakken en sprongen de boom in, van waaruit ze hun uitwerpselen op mijn hoofd gingen lozen. Ik stikte omtrent van de vuiligheid die op mij neerviel.''

Tot zover Jonathan Swift in zijn laatste avontuur van Gulliver dat hem voert naar het land van de Houyhnhnms – dat zijn de zeer intelligente en hoogst beschaafde paarden. De mensachtige wezens die hij eerst treft zijn de Yahoos. Vraag nu aan tien min of meer geletterden van onder de veertig wat een Yahoo is, en negen van de tien zullen zeggen: ,,Een zoekmachine op internet, begin jaren negentig door twee studenten van Stanford University opgezet.'' Er zit iets in om je zoekmachine Yahoo te noemen. Die erudiete studenten hadden een vooruitziende blik en gevoel voor humor. Dat valt niet verder uit te leggen. Daar gaat het ook niet om.

In de Volkskrant van 16 juni staat een essay van Henk Blanken, De Yahoo-generatie en het einde van de krant. Het is niet voor het eerst dat het einde van dit medium wordt aangekondigd. Toen een halve eeuw geleden de televisie zo nieuw was dat eerst alleen topmanagers een toestel konden betalen, naderde ook al het einde van de krant. Arme kinderen werden uitgenodigd bij gefortuneerde vriendjes om naar het testbeeld te komen kijken. Het is waar: de krant maakte een moeilijke tijd door. Eind jaren zestig werd ook in Nederland ten slotte reclame op televisie ingevoerd. Een kortzichtige regering verbood de dagbladuitgevers mee te doen aan de STER. Einde van de krant. De dagbladen vielen ten prooi aan een diepe crisis, fuseerden, pasten zich aan, maar bij de kranten die het overleefden, begon een nieuwe groei. Toen kwam het einde van de Koude Oorlog met alle daarmee verband houdende einden, van de geschiedenis, de politiek, enz. enz. En ook weer het einde van de krant. De `ontlezing' was ingetreden. Iedere krant paste zich op haar manier aan. Sommige titels sneuvelden, de uitgeversconcerns werden groter, maar de krant als medium werd er niet mee aangetast.

Internet kwam en veroverde de wereld. Einde van de krant. De meeste kranten kregen een eigen website, deden voor alle zekerheid overinvesteringen. Toen bleek dat de websites minder werden bezocht dan er papieren exemplaren werden verkocht. De investeringen worden `teruggedraaid'. Ongeveer gelijktijdig met internet begon de opmars van de `nieuwe economie', of `het primaat van de economie' en de oppermacht van de consument. De dagbladen met overwegend politiek-culturele inhoud pasten zich aan, kregen iedere dag een economisch katern. De economische kranten maakten furore en gingen meer aandacht geven aan de cultuur van de consument, fun en lifestyle. De maandelijkse kleurenbijlage van de Financial Times heet How to spend it. Opnieuw is een overgangstijd aangebroken waarin de kranten worstelen om te overleven.

In zijn en haar verhouding tot de krant is iedereen als een yahoo begonnen, met een hap, snap en zap. Daaruit ontwikkelen zich dan drie soorten krantenlezers: degenen die de koppen lezen en verder de krant diagonaal doornemen; de menu-lezers die iedere dag uit dit drukwerk met de hoeveelheid woorden van een pocketboek kiezen wat hun bevalt; en degenen die van alles zoveel mogelijk lezen, de zeldzamen. Het wonder van de krant is dat deze drie categorieën, ondanks hun uiteenlopende methoden, toch aardig op de hoogte raken met wat er in stad, land en wereld aan de hand is, en dat ze hun mening kunnen toetsen aan wat de recensent, de commentator en de columnist ervan denken. Het unieke van de krant is, dat het een dagelijks afgeleverd Gesamtkunstwerk is, een tastbaar eigendom dat je in één hand kunt houden en desnoods bewaren, zonder een printer te hebben. Daarmee vormen de kranten – bij elkaar – de beste niet opdrogende bron van actuele kennis voor wat we dan maar noemen `de mondige burger'. En daarmee zijn ze de ruggengraat van de openbare mening.

Op welke leeftijd beginnen de mensen serieus met het lezen van een krant die de naam verdient? Als ze gaan studeren? Voor hun brood gaan werken? Beseffen dat ze een belang hebben bij de manier waarop de maatschappij wordt bestuurd? Als ze dertig of zelfs veertig zijn? Als ze gaan ontdekken dat ze geen zin meer hebben om het slachtoffer te worden van de hype van de dag, die de waan van de dag heeft vervangen? De gemiddelde leeftijd van de krantenlezer stijgt. Economisch gezien is het voor de dagbladuitgevers dus een geluk dat steeds meer krantenlezers steeds ouder worden. Het nog niet opgeloste geheim is, hoe het de jongeren duidelijk moet worden gemaakt, wat ze missen door geen krant te lezen.

Ik verzeker nog maar eens dat ik het nut, het gemak en het plezier van zoeken, surfen, browsen en mailen op een computer niet onderschat. Maar ik geloof dat de kritische, de goed geschreven en goed geïnformeerde krant ook in deze tijd een onmisbaar cultuurartikel blijft. Het tegendeel is verre van bewezen. En afgezien daarvan: het staat me tegen, `het einde van de krant' in de krant uit te roepen. Dat ze het op internet doen, vanzelfsprekend, en dat neem ik de yahoos niet kwalijk.