Britse topmanager houdt meeste over

Ondanks de invoer van het nieuwe belastingstelsel is Nederland voor topverdieners nog steeds één van de duurste landen van Europa. Nederlandse werkgevers zijn daarentegen juist goedkoop uit als het gaat om belasting- en premieafdracht voor hun werknemers. Dat blijkt uit een internationaal onderzoek naar topinkomens van accountant Ernst & Young.

Veelverdieners klagen sinds jaar en dag over de hoge belasting- en premiedruk in Nederland. En, vergeleken met zeventien andere Europese landen, terecht. Werknemers met een brutosalaris van 200.000 euro per jaar (meer dan 440.000 gulden) houden daarvan in Nederland de helft over. Alleen in België, Denemarken, Finland, Duitsland en Zweden zijn topverdieners slechter af. Twee jaar geleden, voor de invoering van het nieuwe belastingstelsel op 1 januari van dit jaar, stond Nederland er nog slechter voor. In plaats van de zesde plaats nam Nederland toen de vierde plaats van duurste landen in Europa in. De Britse topmanager houdt het meeste over: bijna 64 procent.

Opvallend is dat werkgevers in Nederland relatief weinig geld afdragen aan belastingen en premies. Nederland is na Griekenland en Luxemburg voor werkgeverslasten het goedkoopste land van Europa. De reden is dat het volledige brutosalaris van werknemers plus de werkgeverslasten in Nederland aftrekbaar zijn van de vennootschapsbelasting die werkgevers betalen. Een Nederlandse werkgever is aan een werknemer met een brutosalaris van 200.000 euro feitelijk slechts 132.540 euro kwijt (circa 66 procent). De rest trekt hij af van de belasting.

Onderzoeker H. Hofman betreurt dat bij buitenlandse ondernemers nog steeds het idee bestaat dat Nederland voor werkgevers een duur land is. ,,Ik denk dat Nederland daarmee een hoop buitenlandse investeerders misloopt'', zegt Hofman.