Voorjaarsriten

MATIG DE LONEN, maar laat de onze nog even ongemoeid. Dat is kort samengevat het dilemma van de deelnemers aan het jaarlijkse Voorjaarsoverleg, gisteren in Den Haag gehouden. Werkgevers, werknemers en overheid weten dat in deze tijd van oplopende inflatie en haperende economische groei loonmatiging het beproefde middel is om te voorkomen dat de loon-prijsspiraal wordt opgedreven. Op stijgende inflatie, sowieso al een nachtmerrie, zit Nederland aan de vooravond van de feitelijke introductie van de euro niet te wachten. En toch braken bonden, werkgevers en overheid eind vorige week de onderwijs-CAO open voor een verlenging tot 2003 en een salarisverhoging van 3,75 procent boven de eerder afgesproken 4,25 procent. Neen, zei minister Hermans (Onderwijs), een poencontract is het niet. ,,We hebben ervoor gezorgd dat de sector daar geld krijgt waar het nodig is.''

Matig de lonen, maar die in het onderwijs dus niet. Mooi voor veel leerkrachten op basisscholen, die meer geld krijgen. Het onderwijs kent op een aantal plekken forse salarisachterstanden. Hier zal dan ook een welverdiende inhaalslag plaatshebben. Het probleem is alleen dat veel overheidssectoren in navolging van het onderwijs allerlei redenen zullen aanvoeren om duidelijk te maken dat ook zij niet aan loonmatiging kunnen doen. Het hemd is nader dan de rok. Het zullen dus taaie vervolggesprekken worden, ook al door het debat over de salarissen van topmanagers dat als begrijpelijk maar vervreemdend element door de vakbeweging in het overleg is ingebracht. Het antwoord op de vraag hoeveel het bestuur van Philips of ABN Amro mag verdienen, ligt niet in Den Haag. Het is eerder gezegd: het signaal dat uitgaat van buitensporige salarisstijgingen aan de top, terwijl de roep om matiging van de lonen aan de basis steeds luider klinkt, is slecht. Het is een serieus vraagstuk dat `de sector' zelf moet oplossen: de raden van bestuur, de commissarissen, de aandeelhouders.

Dat brengt het Voorjaarsoverleg (en wat daarna komt) terug tot zijn essentie, tot de sobere eredienst waarmee het internationale faam verwierf – het maken van globale afspraken over de ontwikkeling van CAO-lonen. Dit is de kern van het veelgeprezen poldermodel. Een jaarlijks `ritueel', zoals nu wel neerbuigend wordt gezegd. Maar rituelen zijn belangrijk. De loonmatiging is onder druk komen te staan, en daarmee het poldermodel, en als de riten daarin verandering kunnen aanbrengen, is dat des te beter.

HET ZOU JAMMER zijn als het gedoe over de topsalarissen het CAO-overleg blijft domineren. Misschien is het onderhandelingstactiek om andere zaken tegen te ruilen. Zo wil de vakbeweging praten over wensen als betaald verlof, scholing, vermindering van de werkdruk en dergelijke immateriële arbeidsvoorwaarden. Het gezondheidsaspect verdient bijvoorbeeld meer aandacht in de CAO's. Honderd jaar geleden moest worden gevochten voor licht en ruimte in de fabrieken; nu is de gevreesde computerziekte RSI voor velen een onderwerp om hun baas op aan te spreken. Dit alles past bij deze tijd van individualistisch ingestelde werknemers, die heel goed weten dat geld wel gelukkig maakt, maar geen oplossing biedt voor stress en andere psychische of fysieke ongemakken die uit hun CAO voortvloeien. Het zou terecht en verstandig zijn als deze thema's ter sprake komen in de onderhandelingen die volgen op het Voorjaarsoverleg.