`Scherper aan de wind varen door groei'

Het was leuker dan ooit, zegt de schatkistbewaarder, het opstellen van de financiële regels voor een nieuw kabinet. ,,De grote budgettaire problemen liggen achter ons.''

Wat valt op aan het elfde rapport van de Studiegroep Begrotingsruimte? Om te beginnen de titel. Nou eens niet: `Op weg naar...' of `Naar een nieuw...'. En dan: `een begrotingsevenwicht' of `een trendmatig begrotingsbeleid'. Nu heet het rapport, dat de grondslag moet vormen van het begrotingsbeleid van een nieuw kabinet: Stabiel en duurzaam begroten. Meer een boodschap dan een wens dus.

De Studiegroep Begrotingsruimte, die iedere vier jaar een budgettair en technisch advies opstelt voor een komend regeerakkoord, heeft deze keer dan ook minder met de rug tegen de muur gestaan dan anders, zegt voorzitter Kees van Dijkhuizen, thesaurier-generaal bij het ministerie van Financiën. De overheidsfinanciën zijn ,,na twintig jaar aanpoten'' op orde. De staatsschuld daalt, niet alleen procentueel maar ook nominaal. En `de politiek' mag dan zo af en toe kritiek op het begrotingsbeleid hebben, de essentie van wat in Den Haag de Zalmnorm is gaan heten, wordt door nagenoeg alle partijen onderschreven.

En dat biedt ruimte, concludeert de club topambtenaren die samen de studiegroep vormen. Ruimte om de afspraken over zowel de uitgaven als de inkomsten voorzichtig aan te passen. Ruimte ook om, in zeiltermen, iets scherper aan de wind te gaan varen, want een beetje economische tegenslag is nu gemakkelijker op te vangen dan voorheen. Dus handhaaft de studiegroep het huidige begrotingsbeleid (een scheiding van inkomsten en uitgaven), maar stelt ze wel een paar aanpassingen voor.

De studiegroep gaat voor de komende kabinetsperiode uit van een economische groei van 2,25 procent, een `voorzichtig trendmatig scenario'. Volgens Van Dijkhuizen moet die groei op te rekken zijn tot ,,ten minste 2,5 procent''. Verder moet een nieuw kabinet koersen op een begrotingsoverschot van tussen de 1,25 en 1,75 procent van het bruto binnenlands product per jaar. Dan kan de staatsschuld in 25 jaar afgelost worden.

Daarbij moeten alle mee- en tegenvallers aan de inkomstenkant linea recta naar de staatsschuld gaan, behalve dat deel waarover in het regeerakkoord afspraken zijn gemaakt. Ten slotte wordt er een automatische `noodrem' geïntroduceerd. Als de economie te zeer afwijkt van het verwachte beeld, en het overschot in een tekort omslaat of de drie procent van het bruto binnenlands product overstijgt, dan is het beleid mogelijk aan herziening toe.

Een van de belangrijkste begrippen in uw advies is duurzaamheid. Wat bedoelt u daarmee?

,,Wij vinden dat, als de economische situatie het toelaat, je zoveel mogelijk staatsschuld moet aflossen. De schuld moet in 25 jaar weggewerkt worden. Dat is nodig in verband met de vergrijzing die eraan zit te komen. In heel Europa wordt op de vergrijzing gelet. Premier Kok heeft er laatst in Stockholm ook nog op gehamerd.

,,In onze plannen houden we rekening met de lasten van volgende generaties. We geven een gezicht aan de schuldreductie. Volgens ons moet je in elk geval streven naar een jaarlijks begrotingsoverschot van rond de 1,35 procent (zo'n 13 miljard gulden, red.). Maar we adviseren het overschot op 1,75 procent te houden. Doordat de golf van babyboomers ná 2010 komt, kun je tot die tijd beter méér aflossen.

,,Verder houden we meer dan voorgaande keren rekening met de groei van het zorgbudget. Los van politieke keuzes, die ongetwijfeld gemaakt gaan worden bij de vorming van een nieuw kabinet, nemen in de huidige berekeningen de uitgaven voor de zorg met 3,5 procent per jaar toe. ''

Wat zijn, achteraf gezien, `fouten' in het huidige begrotingsbeleid?

,,De rigide verdeling van de inkomstenmeevallers heeft veel onrust veroorzaakt, een formule die overigens niet door de vorige studiegroep is verzonnen. Als het kabinet daaraan had vastgehouden, had er dit jaar voor vele miljarden extra aan lastenverlichting bij gemoeten. Dat is terecht niet gedaan. Wij halen de rigiditeit er nu uit. We stellen voor afspraken te maken over de omvang van de uitgaven, over staatsschuldaflossing én over lastenverlichting.''

Als ook de lastenverlichting al bij regeerakkoord wordt vastgelegd, komt er toch een stréngere versie van de Zalmnorm?

,,Nee. Het is geen aanscherping. De kern van het financiële beleid dat wij voorstaan is stabiliteit. Dankzij de huidige economische situatie kunnen we die stabiliteit verstevigen door meer van tevoren te plannen. Door de omvang van de lastenverlichting al in een vroeg stadium vast te leggen, is het bovendien nodig belastinguitgaven in het vervolg af te wegen tegen andere vormen van lastenverlichting. Ze zijn niet meer `gratis'. Daarmee blijft de begroting beter beheersbaar en daar heeft iedereen baat bij.''

RAPPORT BEGROTING :

via www.nrc.nl/Doc