Sambo, red ons

Groot nieuws van het cultuurfront. Sambo rides again. De avonturen van het grappige, donkerhuidige mannetje, Sambo. het kleine zwarte jongetje, worden opnieuw in het Nederlands uitgegeven in de klassieke reeks kinderboeken die bekend staat als `de Gouden boekjes'. Een hereditie van Sambo stuit in Amerika – waar de reeks vandaan komt – al jaren op politiek correcte bezwaren. `Sambo' is een scheldwoord geworden voor zwarten, en een boekje over een gelijknamige hoofdpersoon zou te kwetsend zijn voor deze bevolkingsgroep.

Niet in Nederland. Hier is dus, dankzij een kinderboekje, opnieuw een daverende nederlaag toegebracht aan de politiek correcte cultuur die dit land in zijn greep houdt. Onze gefragmenteerde nationale identiteit is dankzij de terugkeer van het bruine jongetje weer een beetje geheeld. Het boekje hoort immers, zei de uitgever van de Gouden Reeks vrijdag in deze krant, tot `het culturele erfgoed van Nederland'.

Is dat zo? Het woord `erfgoed' duikt te pas en te onpas op in stukken over Nederland – zie de serie in het Cultureel Supplement van deze krant – maar wat is het? De Gouden boekjes zijn Amerikaanse boekjes, en Sambo wordt in de jungle achtervolgd door een tijger, niet door stamboekvee. De juveniele vreugde over deze herpublicatie geldt dus niet in de eerste plaats nationaal erfgoed, maar internationale nostalgie. Zo heeft elke generatie ijkpunten voor collectieve herinnnering en identiteit – kolenkit, Zwaluw luciferdoosjes, broeken met wijde pijpen, castratenstemmen. Met erfgoed heeft het niets te maken. Niet in de zin van een toekomstgerichte verzameling culturele kernwaarden die worden doorgegeven aan volgende generaties – wat nog altijd wat anders is dan een oefening in herbronnen en ontslakken voor een generatie die zich politiek correct verdrukt waant.

De Amerikaanse context waarin een boekje als Sambo uit bibliotheken wordt geweerd, is ook een compleet andere dan de onze. In een land waar lynchen nog tot in de jaren veertig voorkwam, is een taboe op het woord `neger' geen trivialiteit. Vorig jaar was in New York een tentoonstelling te zien van foto's van lynchpartijen, waarop het meest verontrustende de onverholen trots en het plezier van de omstanders waren. Dat wil niet zeggen dat Amerikanen onmensen waren – juist hun menselijkheid is op de foto's zo schokkend – maar het maakt de verbale gevoeligheden wel een stuk begrijpelijker.

In het smetvrije Nederland werd niet gelyncht, en een slavernijmonument is in de maak, dus wij kunnen Sambo gerust in de schappen leggen. Maar waarom zou dat een overwinning moeten zijn, of zelfs maar een opluchting? De polemiek over politieke correctheid in Nederland – altijd al een schimmengevecht – heeft zijn tanden verloren toen Astrid Joosten er de hare inzette. In het Algemeen Dagblad Magazine gaf de keurigste presentatrice aller tijden onder de kop `Politiek correct? Afschaffen!' te kennen dat het haar niet incorrect genoeg kon zijn. Daarmee was alles wel gezegd. In de Verenigde Staten was politieke correctheid, en de strijd ertegen, inzet van een culturele oorlog over de erfenis van de sociale en culturele revolutie van de jaren zestig – een waarachtige manier om niet-nostalgisch uit te maken wat tot ons vernieuwde erfgoed behoort en wat niet. In Nederland is het een gezelschapsspelletje gebleven voor zelfbenoemde helden van het vrije woord, waarbij ondanks alle rumoer zelden of nooit iets op het spel staat, behalve hun eigen recht om te schelden of te provoceren. Zie de uitspatting van de schandaalprofiteur die een islamitisch gemeenteraadslid te Amsterdam vrijdag nota bene in deze krant uitmaakte voor ,,publieke slavin van de geitenneukers''.

Dat is ook het ongemakkelijke aan de opwinding over de homofobe uitspraken van de Rotterdamse imam Khalil el-Moumni. De discussie over het `multiculturele drama' heeft zich door de euforische commotie over de preken van een bebaarde imam wel heel ver verwijderd van de serieuze inzet. Marokkaanse jeugdcriminaliteit, de groeiende generatiekloof onder migranten, de voedingsbodem voor isolement en rancune, de werkloosheid van grote groepen allochtone ouderen – en waar hebben we het over? Imams, de grenzen van het kwetsen en berggeiten, in een sfeer die riekt naar agressieve morele paniek. Overal in het land wordt werkgroepsgewijs nu `doorgepraat' over de verhouding koran-imam-homo, meldde Trouw, daarmee suggererend dat ook deze verbale luchtballon kan worden leeggepompt in de Nederlandse overlegcultuur. Wie weet, maar het is ook potsierlijk (wat zou het moeten opleveren? een politiek correcte editie van de koran?). De wellust waarmee een legioen commentatoren zich inmiddels op de kwestie heeft gestort - ontboezemingen over Marokkaanse pestjongetjes in het zwembad, analyses van de onstuimige homoseksuele barometer van het Rif-gebergte – wijst nog op iets anders. We zijn blij dat we Sambo terug hebben, maar nog veel blijer met el-Moumni.

Is dat winst? Wie het tumult overziet, kan ook een sombere conclusie trekken: Nederland is helemaal niet klaar voor een `multiculturele samenleving', het land is integendeel zijn provinciaalse aard aan het herontdekken. Het gekrakeel in de bovenbouw staat in schril contrast met het sociale en politieke immobilisme aan de basis: zie het verschil in positieve actie met, opnieuw, de Verenigde Staten. In de bundel De lege tolerantie wijst de socioloog James Kennedy op het recente ontstaan van een welvarende, liberale meerderheidscultuur in Nederland, een breuk met de onderling argwanend samenwerkende zuilen van weleer (over erfgoed gesproken). Die meerderheidscultuur is overtuigd tolerant – maar wil ook rust en orde, en heeft een blinde vlek voor de eigen culturele dominantie, en voor de gevoeligheden en ambities van minderheden. Afwijkingen van de norm worden gesignaleerd en afgestraft, zeker inbreuken op ons zelfbeeld door een imam die doet denken aan het cliché van de moslim-fundamentalist. Dat versterkt het zelfvertrouwen van een autochtone cultuur die de zelfhaat van de jaren zeventig heeft afgeschud, maar het helpt het oplossen van de werkelijke problemen van de `multiculturele samenleving' geen spat verder.