Reclassering kampt met problemen

De reclassering kampt met een aantal grote problemen. Een project om gedetineerden thuis te laten reclasseren, dreigt door complexe regelgeving en slechte samenwerking tussen gevangenissen en reclassering te mislukken.

Bovendien bestaan onder gedetineerden grote weerstanden tegen electronisch toezicht aan het begin van het zogenaamde penitentaire programma.

Dat schrijven onderzoekers van de Katholieke Universiteit Nijmegen. In opdracht van het ministerie van Justitie evalueerden zij de begin 1999 ingevoerde Penitentiare beginselenwet (PBW).

Sinds 1 januari 1999 kunnen gevangenen die een straf van langer dan een jaar uitzitten, het laatste deel daarvan thuis doorbrengen. In die periode, die varieert van 6 weken tot 6 maanden, moeten zij deelnemen aan een resocialisatieprogramma. Dit programma is gericht op het vinden van werk of scholing, het omgaan met geld en het beheren van een huishouden. Doel hiervan is om te voorkomen dat ex-gedetineerden terugvallen in de criminaliteit.

In de praktijk blijken echter dat veel minder gedetineerden aan het project deelnemen dan verwacht. De reclassering ging uit van 372 deelnemers per dag. Vorig jaar bleef het aantal steken bij gemiddeld 165 gedetineerden.

Volgens de onderzoekers ervaren veel gedetineerden electronisch toezicht als een psychische belasting. Zij zitten daarom liever het laatste deel van hun straf uit in een open inrichting.

Kandidaten vallen ook weg doordat rechters steeds vaker straffen van minder dan een jaar opleggen. Bovendien blijken gevangenissen nauwelijks ruimte te hebben voor reclasseringscursussen, als gevolg van het versoberen van het regime.

Gevangenen die graag willen deelnemen aan het project, raken nogal eens verstrikt in de bureaucratie. De voorbereidingstijd neemt vaak zoveel tijd in beslag, dat ze alweer op vrije voeten zijn voor ze kunnen beginnen. Dat komt mede doordat de gevangenissen en reclassering niet goed weten wie waarvoor verantwoordelijk is. De onderzoekers pleiten daarom voor eenvoudiger regels en afbaking van verantwoordelijkheden.

De meeste deelnemers sluiten het project overigens met succes af. Wel vermoeden de onderzoekers dat voor de cursussen vooral gedetineerden met goed gedrag worden geselecteerd.