Oerol-hit over alleenstaanden

Als het publiek wordt afgeleid door een meeuw, is er iets mis. Homerus-gezang en kale mimespelers op het Oerol Festival.

Als het zo doorgaat zullen zondag, wanneer het Oerol Festival officieel besloten wordt, weer meer bezoekers voet aan wal op het eiland hebben gezet dan vorig jaar. Naar verwachting hebben dan zo'n 50.000 mensen in guur weer, zonnestralen, wind en nu en dan in de regen, één of meer dagen vertoefd op Terschelling om zich uit te leveren aan het programma van artistiek leider Joop Mulder.

Dat programma bevat een flink aantal zekere of bijna zekere successen. Zoals de voorstelling Actania die het gerenommeerde gezelschap Huis van Bourgondië maakte onder regie van Ingrid Kuipers. De locatie is bijna te mooi om waar te zijn: Actania, dat was de eerste discotheek op Terschelling. Hij werd lang geleden gesloten maar het gebouw is er nog in de oude staat, inclusief plafonnières, dansvloertje en te ver uiteenstaande vaste barkrukken – het is de volmaakte plaats voor een geinige show vol dans en zang en karikatuur over wat in de jaren zestig nog gewoon `alleenstaanden' heette. Kuipers creëert een wereld van types, mannentypes en vrouwentypes, en zo herkenbaar dat ze grappig zijn en ook wat pijn doen; allen zijn te vergevorderd in het alleenstaan om slechts uit te zijn op een levensgezel. Ze willen meer en in de roes die Actania hen bereidt, bereiken ze dat `meer' voor korte tijd: iets dat op onversneden onbaatzuchtige vriendelijkheid lijkt tot en met een hilarisch pornografisch tableau vivant dat één van hen met zijn nieuw verworven kennissen inricht. Actania is een Oerol-hit, en dat is terecht; het is ook een crowd pleaser – alleen de sikkeneur valt hier niet voor.

Maar ook meer risicodragende theatermakers kregen van Joop Mulder de kans om zich hier voor de leeuwen te gooien. Het Oerolpubliek is gretig, lankmoedig en veel gewend, maar het is niet gek. Het laat zich niet alles welgevallen. ,,Zie je die meeuw daar? Die zit daar al een uur.'' Als naast je iemand zoiets zegt, weet je dat de voorstelling te weinig de aandacht heeft weten te vangen. Bij De Odyssee van de groep Groen IJs lopen, ondanks de schitterende locatie op het drooggevallen wad, veel mensen weg: ongecontroleerd gebrul en Hollywood-cliché's scheuren Homerus' zangen aan repen, zonder er veel meer voor in de plaats te stellen dan een hartstochtelijk bespeelde electrische gitaar.

Daartegenover staat de beginnerskracht van Aquatis. Dit te lieve fantasietje van Elze van den Akker over een meisje met kieuwen blijft bij gebrek aan dramatische ontwikkeling steken op speelgoedniveau. Maar bij momenten worden Van den Akkers maniertjes en spulletjes één met de Brandaris die zijn licht over haar uitspreidt, en dan voel je haar kwaliteit. Of een voorstelling als Onder weg van Amber. Broos en pril is de fantasie die drie jonge actrices aangaan met de rituelen van geïsoleerde meisjes, hun onderlinge wreedaardigheid, de wederzijdse weerzin en attractie. Perfect is Onder weg niet, de drie hebben te weinig controle over wat ze te vertellen en het schort hen aan timing. Maar het is toch meeslepend en goed om te ondergaan. Dan vergeef je Oerol een wanprodukt als Ubbo's droom: het gebruikelijke gedoe van B-keus-mimespelers die denken dat de dramatische ontwikkeling vanzelf komt als je maar je kop kaal scheert, hem wit schminkt en in te weinig kleren voor de temperatuur vogelbewegingen nadoet tussen de duindoorns.