Nieuwkomer brengt een spiegel mee

Migratie wordt vooral behandeld als een maatschappelijk probleem. Er wordt niet voldoende gesproken over wat migratie met het individu doet. Uiteindelijk is migratie een enorm veranderingsproces, dat beleefd wordt als een individuele ervaring. Hoe de nieuwkomer zich manoeuvreert in zijn nieuwe omgeving, heeft veel te maken met persoonlijke keuzes, net zoals in het levensverhaal van jan en alleman.

Wat gebeurt met de volwassenen die in het nieuwe land arriveren? Om te beginnen zijn nieuwkomers die hier als adolescent of als volwassene arriveren, al gevormd: ze hebben al een eigen moedertaal en een eigen cultuur. Eenmaal hier, komen de veranderingen in een stroomversnelling. In feite gaat migratie om een individu dat worstelt met een ingrijpend veranderingsproces. Veel aspecten zijn zonder meer herkenbaar voor iedereen, migrant of niet.

Kijk naar het voorspelbare groeiproces van elk ander willekeurig individu in onze samenleving. Keuzes die een grote verandering teweegbrengen in ons leven zijn onder meer: opleiding, partner, ouderschap en beroep. In werkelijkheid is voor iedereen – Nederlander, Turk of Canadees – een nieuw bestaan opbouwen als volwassene in eigen land ook moeilijk. Veranderingen brengen stress met zich mee, ook als je partner dezelfde taal spreekt als jij. Of als jouw ouders in de buurt wonen en beschikbaar zijn voor oppassen. Voor de volwassene of jonge volwassene die naar een ander land gaat, gelden dezelfde stressfactoren; alleen de abrupte verandering van omgeving maakt alles traumatischer.

Veranderen van freewheelende vrijgezel naar relatiepartner komt nog harder aan wanneer de bekende taal en omgeving opeens verdwenen zijn. Hetzelfde geldt voor de stap van zorgeloze scholier of student naar een volwassen loopbaan.

En het sociale leven? Nieuwe vrienden maken na een bepaalde leeftijd is voor iedereen een prestatie. Vrienden maken in een ander land is nog een grotere uitdaging. Gebrek aan kennis van de taal brengt onvermijdelijk de infantilisering van de spreker met zich mee. Je begrijpt niet zo goed wat in de omgeving gezegd wordt, en dus wat van jou verwacht wordt. De `tweedetaalspreker' hobbelt er altijd een beetje achteraan. Eigenlijk, alleen om deze reden, zou in elke zichzelf respecterende taalmethode voor Nederlands, de uitdrukking `spuit elf' in de eerste les al aangeboden moeten worden.

Hier moet een lans gebroken worden voor de lerende volwassene: het wordt niet altijd gewaardeerd wat voor een gigantische prestatie het is voor een volwassene om zich de nieuwe taal eigen te maken.

Terwijl kinderen kunnen zwijgen totdat ze klaar zijn om te praten, moet de volwassene die in een ander land belandt vanaf de eerste dag in interactie gaan met de inheemse bevolking in een taal die hij/zij niet beheerst. Daarom is het in de taalkundige wereld een bekende fabel dat kinderen efficiëntere leerlingen zijn van een tweede taal dan volwassenen. Fonetisch beheersen de kinderen de taal beter dan een volwassene ooit zou kunnen doen, maar het tempo en de omstandigheden waarin de kinderen kunnen leren zijn van een andere orde. Van hen worden geen aangepaste reacties op taal verwacht, noch sociaal noch op de werkvloer.

Hierbij komt nog dat taal ook cultuur is. En wat is cultuur tenslotte anders dan een aantal impliciete regels van gedrag die niet eens de `inboorlingen', met de beste wil, kunnen uitleggen? Een spel waarvan het doel is achter de regels van het spel te komen. De essentiële vraag is hier: hoe kan je iets zien dat je niet kent? Als een architect met vakantie gaat, let hij op de gebouwen in het andere land, een priester kijkt naar de religieuze gebouwen, een timmerman naar het houtwerk – kortom we zoeken allemaal wat voor ons bekend is. Voor de nieuwkomer is de cultuur van Nederland een brij, een soep, waarin weinig elementen herkenbaar zijn.

Dit verklaart een van de essentiële psychologische belemmeringen die de nieuwkomer tegenkomt bij zijn pogingen om te integreren. Het gebrek aan referentiekader uit zich in onverschilligheid tegenover de omgeving. Deze onverschilligheid heeft te maken met het gevoel dat je hier bent en tegelijkertijd niet. Lichamelijk ben je in Nederland, geestelijk zit je nog in je land van afkomst. Het is aan de nieuwkomer om de nieuwe omgeving te leren lezen, maar hiervoor is de ondersteuning van de omgeving nodig. De persoonlijke inspanning om de taal te leren is effectiever als de omgeving motiverend, accepterend en verwelkomend is.

Hoe dan ook ligt de eindverantwoordelijkheid bij de nieuwkomer. Het is tenslotte de keuze van het individu om de taal te leren, een sociaal leven op te bouwen en zijn normen en waarden te herwaarderen. De mate waarin men het verloren paradijs los kan laten en een nieuw hier kan bouwen, verschilt van persoon tot persoon. En zo hoort het ook. Omdat voor iedereen geldt, `oude' en `nieuwe' Nederlander, dat hij zijn leven opbouwt naar beste kunnen.

Maar wat brengt een nieuwkomer met zich mee? Een spiegel. De onbekendheid van de nieuwkomer met de Nederlandse cultuur biedt kans voor reflectie en relativering. Als andere stemmen niet te horen waren in het land zouden bepaalde pilaren van de Nederlandse cultuur nooit ter discussie gesteld worden. Dankzij het debat over onderwerpen gerelateerd aan migratie, zijn op dit moment in Nederland de volgende vragen actueel: Wie zijn wij eigenlijk? En, wanneer is een nieuwkomer een van ons geworden? Een samenleving die zichzelf vragen stelt, blijft actueel.

Het is goed wanneer intelligente mensen zich intelligente vragen stellen. Als individu is de confrontatie met nieuwe gewoonten en tradities uiteindelijk een confrontatie met de eigen opvattingen, met het eigen verleden. Dit proces, mits bewust meegemaakt, kan heel bevrijdend zijn. Voor de samenleving geldt hetzelfde. Traditie biedt steeds oude oplossingen voor problemen die niet meer bestaan. Cultuur is meer flexibel, nieuwe oplossingen worden gezocht, weliswaar na vallen en opstaan, voor de nieuwe problemen.

Nederland is een robuuste en zelfbewuste samenleving die tegen een stootje kan. Dit in tegenstelling tot wat men soms beweert. Er is geen gevaar dat de Nederlandse identiteit ten onder zou kunnen gaan onder invloed van migratie. Integendeel, de verandering kan alleen maar het identiteitsgevoel van Nederland versterken. De Nederlandse samenleving is, terecht, trots op haar prestaties: een menselijke samenleving, gebaseerd op sociale gelijkheid, waar dialoog een centrale plaats inneemt. Deze kwaliteiten worden alleen maar versterkt met de huidige discussie, dus we gaan de goede kant op.

Eugenia Codina is werkzaam bij Het Projectbureau, de ontwikkelingsafdeling van het Centrum Educatieve Dienstverleningen (CED) in Rotterdam. Zij staat aan het hoofd van een multicultureel team dat zich bezighoudt met het ontwikkelen van educatief materiaal voor meertalig onderwijs in de basisschool.