Ministers wisten van smeergelden

De Franse ministers Hubert Védrine (Buitenlandse Zaken) en Elisabeth Guigou (Sociale Zaken) waren vanaf het begin op de hoogte van de betaling van smeergelden door het voormalige staatsbedrijf Elf.

Dat zegt de Franse oud-minister Roland Dumas. De gewezen president van de Constitutionele Raad, het hoogste rechtscollege van Frankrijk, werd zelf eind vorige maand veroordeeld tot zes maanden gevangenisstraf in verband met de affaire. Ook oud-premier Edouard Balladur zou volgens Dumas op de hoogte zijn geweest. De ministers en de oud-premier hebben Dumas' beschuldigingen direct ontkend.

In een interview met dagblad Le Figaro stelt Dumas dat de beschuldigingen van Loïk Le Floch-Prigent, de eveneens veroordeelde oud-directeur van Elf, aan het adres van Védrine en Guigou ,,zonder twijfel de waarheid zijn''. Volgens Le Floch heeft hij de toenmalige president van de Republiek, François Mitterrand, geraadpleegd alvorens smeergelden uit te keren ten behoeve van een omstreden verkoop van fregatten aan Taiwan in 1992 en van de overname van de Oost-Duitse raffinaderij Leuna in 1994. Van de laatste transactie zou ook de CDU van oud-bondskanselier Helmut Kohl hebben geprofiteerd. Mitterrand zou zijn goedkeuring hebben verleend ,,in het belang van Frankrijk''. Hubert Védrine en Elisabeth Guigou, naaste medewerkers van de overleden president, zouden op de hoogte zijn geweest.

Guigou liet gisteren direct weten ,,noch nauw noch van een afstand'' betrokken te zijn geweest bij de overname van Leuna, omdat zij indertijd niet meer op het Élysée werkte maar minister van Europese Zaken was en in die hoedanigheid ressorteerde onder Dumas zelf, de toenmalige minister van Buitenlandse Zaken. Zij ontkende ook zich op enigerlei wijze te hebben bemoeid met het justitiële onderzoek naar de Elf-affaire, omdat de huidige regering-Jospin politieke bemoeienis met gerechtelijke aangelegenheden verwerpt en wel ,,zonder uitzondering''. Minister Hubert Védrine zegt ,,stomverbaasd'' te zijn over Dumas' aantijgingen en ,,pas naderhand'' gehoord te hebben van de smeergelden. Ook oud-premier Balladur ontkent iedere betrokkenheid en noemt Dumas' beschuldigingen ,,ongezond voor het openbare leven''. De Socialistische Partij, waartoe Védrine en Guigou behoren, stelde dat ,,weinig waarde'' gehecht moet worden aan de beschuldigingen van ,,een man van wie men de huidige positie kent''. Dumas en Le Floch-Prigent hebben beiden hoger beroep aangetekend tegen hun veroordeling.