Iedereen danst bij popzigeuner Chao

De stoelen op het bloedhete balkon van Paradiso werden aan de kant geschoven en zelfs achter de bar stond het personeel te dansen. Het concert van popzigeuner Manu Chao was zo'n zeldzaam evenement waarbij werkelijk niemand stil kon blijven zitten of staan. Aanstekelijk is een te licht woord voor de onweerstaanbare mengeling van muziekstijlen waarmee Chao en zijn band de avond vulden.

Reggae, merengue, polka en flamenco kwamen op natuurlijke wijze bij elkaar, zonder het stijve wereldmuziek-aura waaronder zo'n multiculturele mix meestal gebukt gaat. Manu Chao heeft het allemaal in zich, en in de zes jaar sinds hij zijn lang niet misse groep Mano Negra ontbond, verzamelde hij een club muzikanten rond zich die simpelweg niet van ophouden weet. In een uitverkocht Paradiso formuleerden zij al doende de nieuwe definitie van dance: dansen tot je erbij neervalt zonder dat er een digitale beat aan te pas is gekomen.

Het succes van Manu Chao sluimerde al sinds zijn solodebuut Clandestino uit 1998, maar kwam buiten Frankrijk pas goed op gang toen hij een verlate zomerhit scoorde met het onderkoeld swingende Bongo bong.

De Baskische zanger/gitarist begon zijn triomftocht als een discipel van The Clash, die een rebels punkgevoel mengde met zijn zigeunerbloed en de volksmuziekstijlen die hij onderweg oppikte. Rock & roll en Jamaicaanse ska spelen ook een belangrijke rol in zijn springerige muziek. Chao's hoge, indringende stem voegt een Afrikaans element toe aan muziek die toch al niet aan één continent gebonden was, en zijn dubreggae klinkt zo authentiek als Spaans- en Franstalige dubreggae kan klinken.

Manu Chao's nieuwe cd Proxima Estacion: Esperanza is een bewonderenswaardige weerslag van al die invloeden, maar vertelt nog niet half hoe opwindend Chao en groep op het podium kunnen zijn. Vanaf het eerste nummer barstte het los in energiek samenspel, vooral in de snelle ska-deunen die de vloer aanveegden met andere niet-Jamaicanen die zich ooit op dit gladde vlak hebben begeven. Een fier tetterende trompet en trombone waren genoeg om een voltallige blazerssectie te suggereren. Die indruk werd nog versterkt doordat de schijnbaar zo uit een Mexicaans mariachi-orkest weggelopen muzikanten geen moeite deden om netjes gelijk te spelen.

Daartegenover stond het strakke ritme van muzikanten met een bonte verscheidenheid aan tatoeages, dreadlocks en andere souvenirs van hun uiteenlopende achtergronden. Paradiso stond op zijn kop en de groep mocht pas weg toen na drie uur het hele repertoire was uitgeput, met inbegrip van de Mano Negra-klassieker King Kong five. Een nieuw tijdperk begint als Manu Chao in augustus op het Lowlands festival heeft gestaan, want dan kan geen trendgevoelige popliefhebber meer volhouden dat hippe dansmuziek samen hoort te gaan met kille computerschermen en machinale videoprojecties.

Concert: Manu Chao. Gehoord: 18/6 Paradiso, Amsterdam. Herhaling: 26/8 Lowlands,Biddinghuizen.