Hollandse jongens

,,Ik zag gisteren je vriendje nog'', zegt de caissière terwijl ze mijn bintjes langs de scanner haalt. Toon en volume doen vermoeden dat deze mededeling niet voor mij bedoeld is. Dat klopt, ze heeft het tegen haar blozend-blonde collega die vlakbij de broden van prijsstickers voorziet.

,,O ja, waar dan?''

,,Ik zat in lijn 9 en daar liep hij.''

,,Nou, hij doet maar'', klinkt het na een korte stilte gesmoord vanachter de stokbroden.

,,Nee hè! Hebben jullie ruzie? Heb je nou wéér ruzie? Jij hebt steeds mot, aan wie zou dat nou liggen, denk je?'' De vraag stuitert voorbij de krentenbollen, de kiwi's en de blikken kattenvoer.

Ik pak mijn boodschappen niet sneller in dan nodig is. De verveling in de lange rij voor de kassa is op slag geweken.

,,Nou kijk'', verweert de blondine zich, ,,als je om zeven uur 's avonds hebt afgesproken en hij komt om half één aankakken...'' Dat is wel heel erg, moet haar collega toegeven. Een enkeling in de rij schudt meewarig het hoofd.

,,ƒ24,75, wiltuzegels?'' zegt de caissière tegen niemand in het bijzonder, hoewel het nu voor mij bedoeld moet zijn. En fel weer: ,,Ja, maar dán moet je een Nederlander nemen, als je wilt dat-ie op tijd komt. Want dat wéét je: buitenlanders zijn hier in hun eigen tijd.''

Instemmend gemompel in de rij, die overigens zelf zo multicultureel is als deze hele Transvaalbuurt bij elkaar. ,,Ja, maar Hollandse jongens, daar vind ik nou eenmaal niets aan'', is het laatste, nu zachte verweer van het broodmeisje. Haar collega haalt de schouders op. Wat haar betreft zijn ze dan uitgepraat.