Gedichten uitgelegd voor volle zaal

Lastige dichters werden op de derde avond van Poetry International ondervraagd over de betekenis van hun werk. `Ik was toen zo verliefd, ik heb gewoon een gedicht geschreven.'

,,Rijmen is een hersenziekte', zei Leo Vroman gisteren op de derde avond van Poetry International. De 85-jarige dichter-bioloog gaf openbaar commentaar bij zijn gedicht `Een psalm voor veel later', en maakte het zijn interviewster Marjoleine de Vos op een geestige manier knap lastig. Niet alleen door zijn uitleg bij begrippen uit de fysica (,,je kunt hele kleine eeuwigheidjes hebben'), maar ook door zijn schijnbare onwil om te verklaren. De Vos: ,,Ik wou graag het gedicht strofe voor strofe doorlopen.' Vroman: ,,O, een examen.' De Vos: ,,Nee, want elk antwoord is goed.'

Interpretatie was het (verborgen) thema van de dichtersprogramma's in de Rotterdamse Stadsschouwburg. Vóór de pauze had in de Kleine Zaal onder anderen Mark Strand zijn gedichten voorgelezen. De hoogleraar en voormalige poet laureate van de Verenigde Staten (type James Stewart) begon met `What It Was'/ `Wat het was', een lyrisch-cryptisch gedicht dat door zijn collega H.C. ten Berge in een prachtige vertaling werd voorgelezen. Het was twee dichters voor de prijs van één, maar op de vraag van de presentatrice naar de betekenis van het gedicht moest Strand het antwoord schuldig blijven. ,,Dan moeten we het maar nog een keer lezen', zei De Vos. ,,Apparently, so will I', repliceerde de grijsharige eminentie.

Ook de `poëzieprofessor' Jan H. Mysjkin (`voor al uw leesproblemen'), die tijdens de pauze in de foyer spreekuur hield achter een tafel met woordenboeken, beet zijn tanden stuk op `Wat het was'. ,,De eerste regels suggereren dat het hier gaat om een dichter die woorden op zich af hoort komen', zei de Vlaamse professor, met moeite boven een luid spelend zigeunerorkest uitkomend. Geconfronteerd met de tekst op zijn kaartje – `Resultaat in enkele minuten' – zei hij dat reclameslogans niet opgaan bij gedichten van dichters die zelf professor zijn.

Na de pauze becommentarieerden behalve Vroman ook de Poolse Urszula Koziol en de Zuid-Afrikaan H.J. Pieterse een van hun gedichten. De Kleine Zaal zat stampvol – er waren paradoxaal genoeg drie keer zoveel bezoekers als bij de kinderdichters in de Grote Zaal – terwijl zich op een podium met vrolijke huiskamerdecors een Babylonische spraakverwarring ontrolde. Oorzaak was Koziol, die haar vertaler Gerard Rasch nauwelijks gelegenheid tot tolken gaf en die De Vos kapittelde omdat die – zo meende Koziol ten onrechte – durfde te suggereren dat de `ik' in haar 50 jaar oude gedicht `Psalm' de dichteres was. Even later ontweek ze evengoed alle verdere uitleg met de dooddoener: ,,Ik was toen zo verliefd, ik heb gewoon een gedicht geschreven.'

H.J. Pieterse was heel wat meegaander in zijn behandeling van het vergankelijkheidsgedicht `Wat van ons oorbly'/ `Wat van ons rest'. Hoe snel slijt een gedicht? vroeg De Vos. Waarop Pieterse antwoordde: ,,That's the million dollar question. Ik zou zeggen: nie langer as klip [steen] nie. Maar zelfs dat is niet zeker.'

Vanavond op Poetry o.a. Wislawa Szymborska (21u30) en `Dichters uit Oost-Europa' (20u). Rotterdam, Stadsschouwburg.