Dorpsverkiezingen (3)

De oproepkaart voor de plaatselijke verkiezingen is van de simpelste soort. Hij is met de pen ingevuld door onze gemeentelijke secretaresse, Anne-Marie Caillet. Achter `Naam van de houder' staat: Van Stijgeren, Gisbertus. Kennelijk heeft ook Anne-Marie geworsteld, met de `ij', een klinker die de Franse taal niet kent. Verder mag ik niet mopperen: meestal is het erger.

Op een feestavond in ons dorp heb ik een van de kandidaten ontdekt, de makelaar o.g. Henri Pernotte, die samen met zijn vrouw ook de taveerne `le Racotier' houdt, recht tegenover het gemeentehuis. Zoals beloofd, bezoek ik hem om uit zijn eigen mond te vernemen wat hij als burgemeester van plan is.

Ik zoek hem op in zijn bistro. O ja, voilà, daar was de monsieur die nog wat vragen had. Hij trekt een vies gezicht bij het woord `programma', maar komt toch even achter de toog vandaan. ,,U wilde dus van me weten wat u verwachten kunt van onze lijst?'' Eh, bien, ou, c'est assez simple. Met zijn handen diep in de zakken kijkt hij uit over het pleintje voor het gemeentehuis. ,,Deze gemeente, monsieur, moet eigenlijk gerund worden als een bedrijf. Ze zitten financieel aan de grond, praktisch bankroet. Dat komt doordat men jarenlang de begroting heeft besteed aan het restaureren van de kerk. Daar zal ik niets van zeggen: het dak stond op instorten. Maar ik vraag me wel één ding af: kan zo'n investering niet rendabel gemaakt worden?''

Gevraagd naar zijn lijst kijkt hij nog somberder. ,,Die lijst, ah monsieur...'' Hij maakt een wegwerpgebaar in de richting van het plein. ,,Weet u, op zo'n dorp als hier, kijken ze alleen naar families, van welke familie ben je er een...''

Pernotte is een gezellige prater. Maar al pratend geeft hij zijn zwakke plek bloot: hij heeft geen wortels in het dorp, zelfs niet in de streek. Dat kan hem wel eens opbreken. Blijkbaar is er geen animo voor zijn lijst. Met zijn 471 inwoners mag Cussy een gemeenteraad hebben van elf leden. Maar Pernotte komt er maar tot acht. Pernotte komt uit Parijs, is dus zelf een vreemdeling voor de mensen hier.

,,O ja'', zegt hij, ,,nog iets.'' Het oorlogsmonument met de namen van de gevallenen, in beide wereldoorlogen. Dat moet daar weg op het plein; dat staat daar niet goed, het staat in de weg.''

Nu moet ik hem ernstig waarschuwen. ,,Heeft u ooit de namen erop gelezen'', vraag ik. Daar staan nogal wat namen op van de oudste families hier. Bijvoorbeeld Barouillet en Levitte, namen die je niet zomaar een andere plaats geeft zonder je hoofd te stoten. Maar overtuigen deed ik hem niet.

De andere kandidaat bleek uit heel ander hout gesneden. Hij heet Guy-François Verdier en is een hoge ambtenaar van de prefectuur geweest. Hij woont in de buurtschap `Le Prey'. Ik besluit ook hem op te zoeken en naar zijn plannen te vragen. Ik tref een fraai gerestaureerd oud Morvandels landhuis aan, met de in de streek gebruikelijke stoep. Van die stoep komt een rijzige, grijze oudere heer afgedaald.

De ontvangst is veel hartelijker dan ik uit de persoonlijke reputatie van Verdier verwachtte. Het was `een beul van een man' zeiden sommigen, een `rechtlijnige potentaat'. Verdier, nu gepensioneerd, was hoofd van de afdeling gronduitgifte en bouwvergunningen van het departement Saône-et-Loire. Hij nam me mee naar binnen en we raakten in gesprek. Hij vertelde dat hij zijn lijst voor de gemeenteraadsverkiezingen al volledig had. ,,Elf mensen heb ik'', zei hij niet zonder trots, ,,half om half mannen en vrouwen, het zijn zeer geschikte maar ook gemotiveerde mensen, uit zeer verschillende beroepen en sociale lagen. En ook uit gespreide woonplaatsen in de gemeente.''

Ik wenste hem daarmee geluk, maar maakte ook duidelijk dat ik zeker niet dong naar een plaats op zijn lijst, omdat ik vind dat het plaatselijk bestuur nog beter even in strikt Franse handen kon blijven.

,,Ik wilde u wel iets vragen'', zei hij. ,,Ik wil u vragen om beschikbaar te zijn voor een commissie die ik wil instellen voor de relatie van onze gemeente met inwoners uit andere Europese landen, met het oog op eventuele geschillen.''

,,Denkt u dat er problemen kunnen ontstaan?'' was mijn vraag. ,,Die zijn er geweest, en zullen er zeker ook weer komen'', was zijn korte antwoord, ,,en het spijt me dat ik het zeggen moet, maar het zijn vooral uw landgenoten die daar reden voor geven.''

,,In voorkomend geval kunt u altijd een beroep op mij doen'', zei ik daarop.