Doodsverachting

Het luide gehuil van sleepboten toen de laatste caisson het Veerse gat afsloot, een historisch moment uit Bert Haanstra's film Delta Fase I in 1962: ,,Pwoeoeoe'', de vestingmuur was dicht. Typisch een grijs gedraaide lagere schoolfilm uit de jaren zestig, gericht naar de veilige toekomst achter de dijken.

Het Dokument over de niet langer gebruikte Rotterdamse spoorhefbrug ging met diezelfde filmische passie voor stalen honderdentons techniek juist achterstevoren het verleden in. Dirk Rijneke schilderde een prachtig portret over de man met zijn hendels, druk- en voltmetertjes, door veel gebruik versleten, zwart geworden sleutels van de hefapparatuur en de trapjes naar boven die bij elke stap het meccano bouwwerk laten meegalmen.

Met camera en al beklom Rijneke de heftorens van de brug met uitzicht over de Maas, de auto's op de belendende brug, de schepen die er onderdoor voeren. En je zag die brugwachter, zich met een collega herinnerend wie er allemaal dood waren, maar vooral alleen wachtend, lurkend aan zijn kopje koffie, de wc poetsend en vanuit zijn hoge uitkijkpost boven Rotterdam naar buiten spiedend. Met die prachtige typisch Nederlandse licht- en donkerfotografie. Er gebeurde weinig en toch bleef het boeien. Soms nam de wachter de verrekijker om een toevallige passant beter te observeren. Dan weer wat schrobben om de tijd te doden. Met kerstmis kwam er een kerstboompje met bewegende kerstballen van de tocht. Zo nu en dan denderde een trein langs. Een brugwachter wacht echt.

Merkwaardig vond ik hoe de brugwachter met een bijna lege vetpot het spoor op ging om de railaansluitpunten van het bewegende deel van de brug te bekwasten. Dan stond hij dus midden op de rails. De dienstregeling kon hij uiteraard opdreunen maar bij de NS kun je nooit weten, lijkt me. Hij keek dan ook telkens schuw luisterend om zich heen, als een vogel die een grote brok van de grond moet eten. En als er dan een trein kwam, stond hij op het andere spoor, zwaaide naar de machinist en leunde achterwaarts in de richting van de trein tegen de drukgolf van de rijwind. Daar zat misschien een onbewuste doodswens in, of misschien wilde hij de verveling van het wachten op die manier een beetje breken met spannende actie. De man die na jaren alle gevaren kent en de baas kan. Toch blijft op het spoor staan een gevaarlijk beroep waar jaarlijks werkers aan overlijden. Hij had eerder verteld dat hij niet wist wat hij na deze baan zou doen. Hij moest nog wat jaren tot zijn Vut en hoe zou dat worden overbrugd? Hij zat liever in dat hoge stalen brughuisje dan thuis.

Typerend voor Manhattan aan de Maas, zoals de tweedelige serie heette waar deze docu deel van uitmaakte, was dit niet, maar wat doet het er toe. Deel 1 bestond uit nostalgisch geklaag van oude, blanke Rotterdammers over verloedering. Gelukkig heeft Rijneke niet te lang gepiekerd over het blabla van Rotterdam Culturele Hoofdstad. Als tv-kijker heb ik al genoeg verlichte Rotterdamse skyline gezien in Spangen, in Dok 12 en allerhande producties die met hulp van de gemeente tot stand zijn gekomen. Toch blijft Rotterdam de derde stad. Ach ja, de hefbrug is inmiddels cultuur, industrieel monument, en de treinreiziger gaat nu onder het water door in plaats van het mooiste uitzicht van Nederland vanaf de oude spoorbrug tot zich te nemen. Cultuur is hier behoud van de achteruitgang.

Netwerk had in een bijdrage over de onveiligheid van de vertrekprocedure bij de NS een camera midden op de rails gelegd zodat ik de trein met goederenwagens over me heen zag komen. De machinist moet zijn zoveelste hartaanval hebben gehad toen hij die camera zag liggen of wist hij meteen net als de cameraman dat hij er zo over heen kon rijden? Het lijkt me een thema om op verder te gaan, de geüniformeerde berijders van de 19e eeuwse stalen denderende trein met al haar oude gewoonten, rituelen en vakkennis, geconfronteerd met 21e eeuwse nieuwerwetsigheden. Dat levert vertraging op.