Zomer van verzet

DE GEWELDDADIGE botsingen tussen oproerpolitie en demonstranten in de marge van de Europese top in Gotenburg is het begin van een `zomer van verzet'. Zo hebben radicale activisten aangekondigd, en de autoriteiten doen er goed aan deze oproep ernstig te nemen. Na jaren van relatieve rust in de Westerse steden is de contestatie terug in de straten. Het begon in Seattle (december 1999) met acties tegen de Wereldhandelsorganisatie WTO, en sindsdien heeft het geweld zich als een veenbrand verspreid. Volgende pleisterplaatsen: Barcelona (eind juni, Wereldbank), Genua (top Groep van Acht) en Laken (België, Europese top).

Drie elementen vallen op bij deze acties. Ten eerste is een harde kern van internationale activisten bezig iedere gelegenheid aan te grijpen om met geweld te protesteren tegen de internationale gemeenschap. De Britse premier Blair sprak van `een reizend circus van anarchisten dat erop uit is om zoveel mogelijk rotzooi te trappen'.

Ten tweede weten de autoriteiten zich met de acties geen raad. De openbare orde wordt gehandhaafd met keihard optreden en draconische veiligheidsmaatregelen. De gezagsdragers ontberen ideologische, politieke en materiële middelen om de demonstranten `in te kapselen'. De demonstraties vertolken ongetwijfeld een gevoel van onvrede met wat `globalisering' wordt genoemd, maar dat vormt geen rechtvaardiging voor grootschalige ordeverstoringen.

HET ERNSTIGSTE bezwaar tegen de acties is dat het reguliere besluitvormingsproces wordt ondergraven door straatgeweld. Dit is met name het geval in de EU, waar de zesmaandelijkse bijeenkomsten van de regeringsleiders een vast onderdeel van de politieke machinerie zijn geworden. Er mag het een en ander mis zijn met de wijze waarop de EU functioneert en er is zeker sprake van een kloof tussen burgers en bestuur, maar door op deze wijze zand in de raderen te strooien, hebben de gewelddadige acties als mogelijke consequentie dat de Unie zich verder zal afsluiten van maatschappelijke signalen in een bureaucratische cocon. De harde kern van autonomen zal dit uitleggen als bewijs van hun gelijk, maar daarmee verdwijnt constructieve kritiek en wordt het tegendeel bereikt van de wenselijke openheid en transparantie.