Van Zweden: fan van Beethoven

Bijna net zo opmerkelijk als de recente beschieting en beroving van Jaap van Zweden, de chef-dirigent van het chique Residentie Orkest, is het feit dat hij nu een Beethovenserie dirigeert. De criminaliteit tiert niet alleen op straat. De ooit zo vanzelfsprekende Beethovencyclus aan het eind van het seizoen is het orkestpubliek al jaren geleden in de concertzaal ontstolen.

Van Zweden eindigt zijn eerste Haagse seizoen met schadevergoeding, al dirigeert hij geen echte Beethovencyclus, die op zijn minst alle negen symfonieën omvat. Zijn Beethovenserie telt in twee weekeinden vier concerten met vier symfonieën, aangevuld met twee pianoconcerten, het Vioolconcert en het Tripelconcert, dat ook het volgende Haagse seizoen opent. Met het Orkest van het Oosten begeleidt Van Zweden vanaf 31 augustus veertien voorstellingen van Beethovens Fidelio bij de Nationale Reisopera. Een concertante uitvoering gaat 5 juli al in de serie Zomerconcerten in het Amsterdamse Concertgebouw.

Beethoven, in de 19de eeuw en nog lang in de 20ste eeuw beschouwd als de grootste klassieke symfonicus, is bij de symfonie-orkesten op de achtergrond geraakt door de toenemende waardering voor Mozart. Maar ook de `authentieke' richting in het musiceren heeft, net als bij Bach, bij de `moderne' orkesten onzekerheid gezaaid over de uitvoeringsstijl. Alleen `specialisten' als Harnoncourt en Brüggen dirigeerden Bach nog bij de `moderne' orkesten.

Sinds enige jaren is er een kentering: `gewone' dirigenten als Chailly en Van Zweden hebben de Matthäus Passion bij hun eigen orkesten op hun repertoire genomen. En ook Chailly wil bij het Concertgebouworkest weer Beethoven dirigeren, de laatste jaren bijna het exclusieve eigendom van de `authentieke' orkesten. Zo speelde Brüggens Orkest van de Achttiende Eeuw in 1999 alle Beethovensymfonieën en maakte het pas nog furore met de vijf pianoconcerten op drie verschillende pianofortes, al naar gelang de ontstaanstijd.

Het prettige van Jaap van Zweden is dat hij geen merkbare onzekerheid kent over de stijl van uitvoeren en ook niet probeert om Beethoven op opzienbarende wijze opnieuw uit te vinden. Zijn Beethovenstijl, fraai klinkend en precies gespeeld, sluit aan bij de grote traditie van het symfonie-orkest en verschilt bijvoorbeeld in de Zesde symfonie (`Pastorale') niet wezenlijk van die van Willem van Otterloo, die van 1948 tot 1973 voor het Residentie Orkest stond.

In de eeuwige Pastorale-kwestie `natuur of kunst' kiest Van Zweden voor Beethovens aanwijzing om vogels, bliksem en donder niet al te letterlijk te laten horen. Zijn `Pastorale' klinkt als kunst: esthetisch en onsentimenteel. Het is alsof de natuur een loflied op zichzelf aanheft, in de symfonische vorm. Van Zweden licht de vogels niet uit, het gaat hem om het geheel. Zo'n kwinkeleerpassage is een coloratuur-cadensje namens het orkest.

Maar het consciëntieuze stijlgevoel van de `authentieke' richting is niet aan Van Zweden voorbijgegaan. Beethoven heeft voor hem niet één stijl, hij laat met subtiele middelen enige ontwikkeling horen. In vroege stukken als het Tripelconcert en de Tweede symfonie bespeelt Luuk Nagtegaal oproerige barokpaukjes, in de latere `Pastorale' de egaler klinkende moderne pauken.

Het Tripelconcert, met het Osiris Trio als solisten, klonk vooral Haydn-achtig fijnzinnig en geserreerd, terwijl het vaak robuuster en impulsiever wordt gespeeld, meer `typisch Beethoven'. En het Largo van het Eerste pianoconcert, met Stephen Kovacevich als solist, leek wel bijna van Mozart. Het komende weekeinde, met onder andere het Vierde pianoconcert en de symfonieën nrs 3 en 7, klinkt Beethoven ongetwijfeld ouderwets `beethoveniaanser'.

Concert: Concerten: Residentie Orkest o.l.v. Jaap van Zweden m.m.v. Stephen Kovacevich (piano) en Osiris Trio. Gehoord: 15, 16/6 Dr. Anton Philipszaal, Den Haag. Vervolg: 22/6 (Vioolconcert, Symfonie nr 7.); 23/6 (Pianoconcert nr 4; Symfonie nr 3).