Steun voor wandelaar

Goede sokken en schoenen houden de wandelaar op een flinke tocht het best op de been. Schoenen van een klassieke fabrikant zijn een verstandige keus. Er is een hausse aan sokken, die een goede vochtafvoer garanderen.

Nòg is de zomer niet begonnen, nòg kan men besluiten dit jaar eens een bergvakantie te houden, met echte bergen en heuse bergwandelingen. De vraag is: wat moet er mee. Wel, dat hangt ervan af of men met een rugzak vol tenten, truien en slaapzakken omhoog wil of alleen maar met zichzelf. In alle gevallen is het verstandig stevige schoenen aan te trekken en ook aandacht te besteden aan de sokken.

De wandelschoenen voor in de bergen zijn steviger dan voor thuis, want vaak liggen er losse, scherpe stenen op de bergweg of is de hele weg weg. Dan moet er geklommen en geklauterd worden en daarbij kan men zich makkelijk verzwikken of stoten en schuren aan de stenen. Allerlei pezen en banden rond de enkel moeten daartegen beschermd worden en daarom heeft de bergschoen altijd een hoge schacht. Die schacht voorkomt ook dat men zand en ander vuil in de schoenen schept.

Ook heeft de bergschoen een zool met stevig profiel en tegenwoordig, een aangenaam verende hak. De zool is bijna altijd een Vibram-zool. De Nederlandse legerlaars had vanouds vrijwel geen profiel, daarom denken veel oud-soldaten dat een profiel er alleen maar voor de stoerheid zit, maar deskundigen verklaren dat het wel degelijk helpt tegen uitglijden. Wie schoenen met profiel kiest moet niet het profiel nemen dat onder de in bergkringen geminachte

Palladium (Pallabrousse) canvas schoenen zit: daarin blijven alle kleine stenen vast zitten die los liggen.

De voornaamste kenmerken van bergschoenen zijn dus de hoge schacht en het diepe profiel. Daar komen nog bij die eigenaardige metaalhaken waarachter de meterslange veters gehaakt moeten worden. Ook die ontbraken in de oude legerlaars en in dit geval weten ook de deskundigen niet waaraan de haken hun bestaansrecht danken, niet zelden blijft men er mee achter de struiken hangen. En de schoenfabrikant wéét dat: er zijn nu schoenen met verende haken die zichzelf weer sluiten zodra de veter erlangs is. Nog iets nieuws: bijna alle berschoenen hebben tegenwoordig een extra metaalhaakje midden op de

tong. Vroeger zakte die tong nog wel eens scheef weg, nu niet

meer.

Wat is een goede bergschoen? De beste raad in deze wereld zonder deugdelijk vergelijkend onderzoek is waarschijnlijk: een schoen van een klassieke fabrikant. In Nederland zijn de drie grote merken Meindl, Hanwag en Lowa, datzijn alledrie oude, Duitse fabrieken. De laatste twee werden gesticht door Hans Wagner en Lorenz Wagner, broers uit een schoenmakersfamilie. Grote verschillen zijn er niet tussen de drie merken. Wie twintig jaar geleden voor het laatst bergschoenen kocht valt één aspect onmiddellijk op: het mooie, veelgeroemde zwienähen, het dubbelnaaien, is verdwenen. Het bovenwerk wordt tegenwoordig zonder veel omhaal aan het complexe zolenstelsel gelijmd en over de las gaat nog een rubberen band. Daardoor ziet het geheel er nogal onelegant en industrieel uit, maar voor het comfort maakt het weinig uit.

Bergschoenen, waaronder ook bergwandelschoenen, zijn tegenwoordig verdeeld in klassen: A, B, C en D. Erg strict is de indeling niet, dezelfde schoen belandt makkelijk in verschillende klassen, maar door de bank genomen geeft het koper en verkoper wel enig houvast. Klasse A bestaat uit lichte wandelschoenen met lage schacht en buigzame zool voor het soort onbepakt wandelen in rustig terrein dat `hiking' heet. Klasse B - hogere schacht, stijvere zool - is voor `trekking': mèt bagage en door al wat geaccidenteerder terrein. C is voor de genoemde steilere wegen met stenen. D voor nog hoger, als er ook stijgijzers nodig zijn.

Weinig aspirant-bergwandelaars willen op voorhand uitsluiten dat ze op steile paadjes gaan lopen, vandaar dat de klasse B/C zo populair is. Maar wie niet al te woest uit wandelen gaat doet er goed aan een zo laag mogelijk klasse te kiezen. Het lopen op schoenen met heel stug leer en een nagenoeg volkomen stijve zool is geen pretje. Bovendien wegen de C-schoenen soms bijna een kilo per stuk.

Een niet te negeren onderscheid tussen de schoenen van Meindl, Hanwag en Lowa is het verschil in leest. Lowa zou de smalste leest gebruiken, Meindl de breedste en Hanwag zit er tussenin. Het scheelt sowieso in de pasvorm maar speelt ook een doorslaggevende rol bij het schuiven van de voet in de schoen. Van belang is dat de voet bij het schuin naar beneden lopen, het dalen dus, niet zover kan schuiven dat de grote tenen tegen de voorkant van de schoen komen. Gebeurt dat

wel dan heeft men de dag erna

een stel blauwe tenen en veel ongerief.

Veel verschillen in de gebruikte leersoorten zijn er niet. Ondanks opwindende geruchten terzake is het meestal gewoon rundleer. Soms is het wat geruwd zodat een suède-aspect ontstaat, dan heet het nubuck. Het suède-aspect verdwijnt na de eerste keer invetten.

Wat de oude `dienstkistjes' ook niet hadden is de polstering die vandaagdedag in geen bergschoen ontbreekt. Wie zijn oude versleten Meindls eens opensnijdt constateert dat de polstering uit ordinair schuimplastic bestaat maar toch worden er heel bijzondere capaciteiten aan toegeschreven. Capaciteiten op het gebied van comfort, bescherming en warmte, maar ook en vooral op het gebied van vochtafvoer. Voor de vochthuishouding van de bergschoen is de laatste tien jaar een enorme aandacht en niet ten onrechte want op vochtige voeten ontstaan makkelijk blaren. Dat is – echt – wetenschappelijk aangetoond.

Bijna elke fabrikant beweert nu van zijn schoenen dat die tegelijk `waterafstotend' (vochtafwijzend) en `ademactief' zijn. Dat is een combinatie van eigenschappen die misschien in correct onderhouden schoenen voorzien van een GoreTex-bekledig optreedt. Voor het overige is het gewoon wat het altijd was: een contradictie. Als de schoen het regenwater tegenhoudt houdt-ie ook het voetvocht tegen. Dat de polstering een meetbare hoeveelheid uitwaseming afvoert (naar die minuscule gaatjes boven in de schacht) moet nog in

objectieve testen worden aangetoond.

De vochthuishouding in de schoen wordt vermoedelijk alleen bepaald door de pompende beweging van de voet in de schoen en door de uitwaseming van het leer zelf. Sokkenfabrikanten gaan er vanuit dat het leer in contact met een enigszins vochtige sok dat vocht opzuigt en verdampt, ongeveer zoals dat vroeger gebeurde bij de pit van het petroleumstel. Het effect heet dan ook `wicking'. Wicking kan alleen optreden àls de sok vochtig wordt en dat plaatst de sokkenfabrikant voor een dilemma. Enerzijds moet hij voor de sok een vezel kiezen die vrijwel geen water opneemt en daardoor de omhulling van de voet droog houdt (polypropeen zou dan ideaal zijn), anderzijds moet de sok juist wel water opnemen omdat in stevig contact met het leer te kunnen doorgeven. Katoen neemt heel veel water op maar is verder absoluut ongeschikt. In de praktijk komt men ergens in het midden uit bij acryl, polyamide (nylon) of de CoolMax-vezel van DuPont. Zelfs wol is bruikbaar. Er is een hausse aan sokken die een goede vochtafvoer garanderen, maar het schort steeds aan goed vergelijkend onderzoek. Amerikaans onderzoek (van Douglas Richie) toonde aan dat niet alleen de vezel maar ook de aard van het weefsel van belang is. Gunstige eigenschappen heeft het lussenweefsel dat badstof heet. Moderne sport- en wandelsokken hebben vaak lokale verdikkingen van badstof of wat daar op lijkt. Het vermindert ook de kans op schuurplekken en ontvellingen.

In de praktijk brengt men ook veel goeds tot stand door halverwege de dag van sokken te verwisselen en de al vochtige sokken te laten droogdampen. Hetzelfde kan worden gedaan met de losse vochtopnemende inlegzooltjes die tegenwoordig ook in alle maten en eigenschappen te koop zijn.

Overigens is de kans op blaren niet uitsluitend afhankelijk van de vochtigheid in de schoen. De kans op de gevreesde wrijvingsblaren op de hiel is te verminderen door de wrijving tussen sok en schoen te minimaliseren. Een mooie oplossing is het gebruik van dunne, heel gladde en waterafstotende ondersokken, zoals bij voorbeeld Helly Hansen die aanbiedt.

Het neusje van de zalm bestaat, iedere bergwandelaar weet dat, uit de anatomisch gevormde sokken van Falke (en X-Socks) die een onderscheid maken tussen linker en rechtervoeten. Voor het eerst sinds het bestaan van de mensheid!