Literaire worstelweken

Gospelcassettes, zonnebrillen, kantoormateriaal, reukwaters, plantjes, versgeplukte kip... U vindt het allemaal in een Surinaamse boekhandel. Benevens natuurlijk: `Pas ontpakt' puzzelboeken, tijdschriften, de biografie van Pengel en de boeken van Cynthia McLeod. Wie echter de inhoud van de boekhandels als graadmeter neemt voor het literaire leven in Suriname, doet zichzelf tekort. Het zegt meer over de economische situatie dan over de literaire woelingen.

Neem de afgelopen maanden. Bijna dagelijks stonden er gedichten op de opiniepagina van het dagblad de Ware Tijd (dWT), die aansloten bij de actualiteit: de sluiting van de markt, bolletjesslikkers, verlopen vervaldata op voedingsmiddelen en de staatsschuld: ,,Parodie op onze grote staatsschuld (lach en blijf glimlachen).'' Er waren natuurlijk de maandelijkse bijeenkomsten van de Schrijversgroep '77 in café Tori Oso. Cursussen verhalen schrijven kenden een enthousiaste opkomst en er waren feestelijke boekpresentaties, waaronder een van de nieuwe uitgeverij Okopipi.

Literatuur te midden van culturen is standaard in koloniale samenlevingen waar bijna iedereen zijn wortels in een andere cultuur heeft. Bovendien zijn veel normen en waarden ontstaan in confrontatie met de koloniale mogendheid. De hevige reacties die herhaaldelijk volgen op recensies hebben meer hiermee te maken dan met een debat over literatuur.

De bruya (verwarring) vlamde nu op naar aanleiding van een afgewogen bespreking van driekwart pagina over De vrije negerin Elisabeth van Cynthia McLeod. Recensente Els Moor schreef hierin de zin: ,,McLeod is een auteur die af en toe geremd moet worden in haar enthousiasme.'' De reacties boden een staalkaart van voortwoekerende oude verhoudingen.

,,Onze mensen moeten beschermd worden tegen dingen die ze nodeloos schaden. Tot onze verbazing moeten we constateren dat Cynthia McLeod, de literaire kampioen, geremd moet worden in haar enthousiasme.'' Zo kraaide de presentator van Radio Tien ter introductie op een programma waarin luisteraars in 90 seconden hun mening kunnen geven. Sommige bellers weten dat de recensente haar wortels in Holland heeft: ,,Ze hebben ons tweehonderd jaar hun mening opgedrongen.'' Haar werd toegevoegd: ,,Laat die vrouw liever commentaar gaan leveren in haar geboorteplaats. Laat ze teruggaan naar waar ze hoort.''

Sommigen gaven een relativerende reactie: ,,Mensen die aanstoot nemen aan dat ene zinnetje hebben last van complexen. Ik schrik van reacties zoals `Buitenlanders weg.' No man!'' Anderen weten dat tolerantie kleinerend is: ,,Schrijven van boeken heeft te maken met cultuur. Als je voor een wereldforum schrijft, ga je zulke kritiek krijgen.''

De presentatrice van Radio Apintie erkent wel de merites van Els Moor en noemde haar tijdens een interview over de nieuwe uitgeverij Okopipi ,,stonfutu (steunpilaar) van de Surinaamse literatuur'', onder andere wegens haar jarenlange inzet om het literatuuronderwijs om te bouwen van klassiek Europees naar Caraïbisch en Latijns-Amerikaans.

Waar zijn nog meer literaire discussies? De wekelijkse literatuurcolleges op de lerarenopleiding zijn in Suriname openbaar; iedereen kan daarvan meegenieten, een waar plezier van ontwikkeling en verdieping. Een groep havo-leerlingen uit Lelydorp ondernam dit trimester met hun gedreven docente de lange bustocht naar de stad.

Het werk van Edgar Cairo stond centraal. We ontdekten dat zijn werk veel toegankelijker wordt als je het op een orale en beeldende manier benadert. Niks stil in je hangmat voor jezelf lezen. Tijdens de colleges werden Cairo's teksten hardop voorgedragen, gezongen en gedramatiseerd. We genoten van zijn capriolen met taal, zijn humor en beeldende kracht.

Op de slotavond van de literatuurcolleges kreeg Cairo de grani (eer) die hem als creatiefste schrijver van Suriname toekomt. Nu eens niet met een diepgravend artikel over zijn taalgebruik of met een moeilijke opvoering van zijn toneelwerk, maar met een literaire happening. De zaal was als een erf versierd met veel groen, vruchten en vlaggetjes waarop de titels van Cairo's werken, zoals Droomboot have(n)loos en Als je hoofd is geboord. Veel studenten waren in creoolse kleding. Een Aucaanse danste een awasa-dans. Unieke gebeurtenis: dankzij de lessen sloeg Cairo aan bij een breder publiek.

Au! Met een baldadige kneep in mijn blote arm uitte docente Rahima haar ergernis over de Schrijversgroep die was uitgenodigd. Zij moesten niets hebben van Cairo en klampten zich vast aan eigen werk: lazen decennia geleden geschreven gedichten uit beduimelde blaadjes of gaven een verhandeling over Onderwijs en Maatschappij.

Dankzij het vrolijke optreden van de havo-leerlingen was commentaar hierop overbodig. Met verve brachten zij hun zelfgemaakte gedichten en liederen: ,,Edgar is bekend om zijn Cairojaans / Wat heel vreemd, mooi en toch moeilijker is dan Javaans.''

Vijf minuten voor het einde denderde de voorzitter van de Schrijversgroep binnen en gaf zo bam! ,,de visie van een schrijver die hem heeft meegemaakt''. Hij woonde in de jaren zeventig in Nederland, toen Cairo zijn columns in de Volkskrant schreef: ,,We vonden die columns verschrikkelijk. We konden zijn taal niet plaatsen tussen zuiver Nederlands en Sranan. Voor ons was het een verwarrende toestand om dit in Nederland te moeten meemaken. Ik begrijp zijn werk nog steeds niet.''

Daar dacht het publiek anders over. Laat die Schrijversgroep gaan op hun `leeftijdsvermoeide benen' zou Cairo zeggen. Het publiek schreeuwde om nog een keer het lied van de havo-leerlingen en schalde mee: ,,Edgar Cairo ben de wan skrifiman...''

Edgar Cairo was een schrijver

hij stoorde zich aan niemand

ook al hielden sommige mensen niet

van hem

wij weten hem te waarderen.