`Gegroet in naam van Afrika'

Afgelopen zaterdag werd in de Rotterdamse Schouwburg de 32ste editie van Poetry International geopend door de Zuid-Afrikaanse `Dichter des Vaderlands'.

Uitgedost in een lang oranje-zwart gewaad, met een kroon van stekelvarkenpennen, loopt de imbongi Zolani Mkiva over het podium van de Rotterdamse Schouwburg, al gebarend met de fraai bewerkte houten staf waarmee hij zijn woorden kracht bijzet: `I greet you all, in the name of Africa'. Dan barst hij los in het Xhosa, in een voordracht die het midden houdt tussen zang en redevoering, met een enkele uitwijding in het Engels. Mkiva (1974), afkomstig uit een van de oudste Zuid-Afrikaanse geslachten van imbongi's (volksdichters), dichtte in 1990 op het vrijlatingsfeest van Nelson Mandela en later op diens inauguratie, en werd gekozen tot `Dichter des Vaderlands' in Zuid-Afrika. Afgelopen zaterdag wijdde hij de 32ste editie in van Poetry International te Rotterdam. ,,Halala Rotterdam, halala!'', riep hij vol vuur, hetgeen op luide bijval van het publiek mocht rekenen.

Een van de bijzondere thema's van het festival dit jaar is `het kind en de kindertijd', vertelde directeur Tatjana Daan in haar inleiding. Dat kwam vooral tot uiting in het tweede deel van het programma, `Het kind en ik', een poëziemarathon waarin zestien dichters elk één gedicht over de kindertijd voordroegen. Maar eerst nam een andere laureaat, de Amerikaanse dichter Robert Pinsky, de opening over van Mkiva. Pinsky maakte indruk met een aantal langere gedichten, waaronder een over de merites van de `onhandige' linkerhand, en een ingenieus ultrakort gedicht `ABC' van 26 woorden in alfabetische volgorde, over de dood: `Any body can die, evidently. Few/ Go happily, irradiating joy,/ Knowledge, love. Many/ need oblivion, painkillers' enzovoort, tot `X = your zenith'. Daarna was het woord aan Leo Vroman die, beginnend en eindigend in het Amerikaans, het eerste deel van de avond toepasselijk afsloot met het gedicht `Closure'.

In de foyers hielden jonge, als Erasmus verklede acteurs de toeschouwers staande, om ze te vergasten op moderne `Lof der Zotheid-poëzie' van onder andere J.A. Deelder, Toon Tellegen en Gerrit Komrij. Het Roemeense zigeunerorkest Taraf de Haïdouks zorgde ondertussen voor muzikale afleiding, waarbij de orkestleden vrolijk-anarchistisch hun eigen programma volgden, bijvoorbeeld door achter een pilaar een solo te spelen speciaal voor het meisje van de kassa, of door met een kapotte snaar allerlei interessante geluiden aan een viool te ontlokken.

Na de pauze verzorgden de musici ook in dezelfde virtuoos-komische stijl de intermezzo's tijdens de poëziemarathon. Daar bleken de meeste dichters zich goed aan het thema `kindertijd' te hebben gehouden, wat een verrassende eenheid creëerde in zulke gevariëerde bijdragen als de grappige kattengedichten voor kinderen van de Turkse Yalvaç Ural, een fragment over zijn grootmoeder uit een boeklang gedicht van de Australiër Tom Petsinis, een prachtig licht-absurdistisch gedicht over deuren achter deuren achter deuren, van de Sloveense Dane Zajc, of de lange, zangerig geëxclameerde jeugdherinneringen van de bijna blinde Friese bard Tsjêbbe Hettinga.

Hettinga, die de avond afsloot, deed met zijn epische optreden weer sterk denken aan de openingsrede van Mkiva; beiden staan duidelijk in een orale traditie die de nadruk legt op de voordracht van een gedicht. Na afloop in de foyer bleek Mkiva (nu zonder kroon, en zeer trendy in leren jas en rappersmuts) bereid uit het Xhosa te vertalen. Het was hem een eer en een privilege om hier aanwezig te zijn in Rotterdam, had hij gezegd, op een van de grootste en meest gevestigde podia voor poëzie. En: ,,Yesterday is history. Tomorow is a mystery. Today is a gift. That's why they call it the present. Halala Rotterdam, halala! Lang leve Rotterdam!''