`Extreem-links vecht om te overleven'

In Turkije is zaterdagnacht weer een extreem-linkse hongerstaker overleden, de 24ste in totaal, die protesteerde tegen het gevangenissysteem. Het gaat extreem-links om zijn machtsbasis, aldus de Turkse politicoloog Dogu Ergil.

`Europa' begrijpt niets van de hongerstaking tegen de hervorming van het Turkse gevangenissysteem. Dat zegt professor Dogu Ergil, een van de meest vooraanstaande politicologen in Turkije en expert op het gebied van politiek gedrag. `Europa' benadert de hongerstaking als een mensenrechtenkwestie, maar vergeet dat het een extreem-linkse organisatie als de DHKP/C, die een leidende rol speelt bij de acties, met name gaat om het behouden van haar eigen machtsbasis. ,,Zulke sekte-achtige groepen hebben geen aansluiting bij de Turkse maatschappij en hebben daarom hun eigen schijnwereld gecreëerd. Het centrum van dat eigen universum was de oude gevangenis met zijn grote slaapzalen, waar de leden van bijvoorbeeld de DHKP/C samen verbleven en elkaar maximaal onder controle konden houden. Nu het slaapzalensysteem is afgeschaft en gedetineerden in cellen met ten hoogste twee anderen verblijven, wordt de macht van zulke extremistische organisaties gebroken. De leden ervaren dat als een soort sociale dood. En die is voor hen uiteindelijk veel erger dan de fysieke dood, waar elke hongerstaking toe leidt.''

`Europa' ziet de extreem-linkse gedetineerden vaak als de ,,rozen van de politieke tuin''. ,,Maar in feite zijn het juist de doornen'', aldus Ergil. Binnen zulke groepen heerst immers een ijzeren discipline, waar voor democratie en mensenrechten weinig ruimte is. ,,Lidmaatschap is een vorm van slavernij – zelf gekozen weliswaar, maar toch slavernij.''

Het ontstaan van groepen als de DHKP/C is, aldus Ergil, een bijproduct van de problematische modernisering van Turkije. ,,Dit land is van oudsher agrarisch, maar urbaniseert nu snel. Veel mensen horen niet meer bij de oude plattelandsmaatschappij, maar vinden ook geen aansluiting in de steden. Zulke mensen zitten klem tussen oud en nieuw en vormen zo een ideale rekruteringsgrond voor groepen als de DHKP/C. Daar vinden ze het familiegevoel dat de maatschappij hun niet meer kan bieden.'' Vanuit dat perspectief is er, aldus Ergil, grote gelijkenis tussen een moslim-extremistische groep als de Turkse Hizbullah – die in Europa op beduidend minder sympathie kan rekenen dan de huidige hongerstakers – en de DHKP/C. ,,Natuurlijk is het vertoog van Hizbullah religieus en dat van de DHKP/C extreem-links, maar als je daar doorheen prikt, is veel hetzelfde. In beide gevallen is er een zware aanval op de maatschappij die in de ban zou zijn van exploitatie en corruptie. In beide gevallen ook gaat het om mensen die afkomstig zijn uit met name lagere middenklasse, die door de modernisering soms gemarginaliseerd is. Ook psychologisch gezien gaat het om een bepaald type mens: ze komen uit autoritaire families en kunnen zich niet identificeren met de vader die ze eigenlijk haten. In de Turkse taal wordt de overheid vaak aangeduid als `vader' (baba) – de haat die vroeger op de fysieke vader was gericht gaat zo eigenlijk vanzelf over op de staat. Daarnaast staat `de moeder' in het Turks voor `het land' – en je weet wat vaders bij moeders doen.''

Dat neemt overigens niet weg, aldus Ergil, dat de huidige hongerstaking geenszins simpelweg afgedaan kan worden als een oprisping in de modernisering van Turkije. Ook de regering heeft, aldus de hoogleraar, zwaar boter op haar hoofd. ,,De autoriteiten hier zien criminelen eigenlijk per definitie als vijanden. En je weet wat je met vijanden doet: die liquideer je. Generaal Evren [die staatshoofd werd na de militaire coup van 1980] zei het ooit eens zo: zullen we ze ophangen of ze te eten geven?'' Veiligheid in Turkije betekent, aldus de hoogleraar, eigenlijk altijd de veiligheid van de staat en niet van de mensen. Mede daardoor gelooft de regering niet in ,,zachte veiligheid'' (die je bereikt door communicatie en dialoog, economische maatregelen ed.) maar vooral in ,,harde''. ,,De manier waarop de regering in december de gevangenis introk en bezette, bewijst dat ze toch eigenlijk direct een soort natuurlijke neiging heeft om schedels in te slaan (bij de bestorming kwamen 21 gevangenen om het leven, red.).''

Die bestorming is een goed voorbeeld van hoe de autoriteiten de `sekten' in de kaart spelen. ,,Het oude systeem (van de grote slaapzalen red.) was fout en moest beëindigd worden. Maar de manier waarop deugde niet. Doorgaan met praten was natuurlijk veel beter geweest. Nu hebben de autoriteiten (door de gewelddadige inval, red.) bijgedragen aan het beeld dat secteleden toch al hebben – dat de buitenwereld hen haat en dat ze alleen elkaar hebben.'' Ook wat Ergil hoort vanuit de nieuwe gevangenissen versterkt hem in de opvatting dat de Turkse overheid criminelen nog niet echt als `burgers' ziet in plaats van vijanden. ,,Ik begrijp dat op een plek leden van de PKK (van de Turks-Koerdische leider Abdullah Öcalan red.) tot sport werden uitgenodigd met de kreet: jullie terroristische moordenaars van de PKK, kom nu onmiddellijk naar het basketbalveld!''.

Door dat vijand-concept maakten de autoriteiten een essentiële fout: ze grepen de overstap naar de `nieuwe' gevangenissen van het F-type aan om gevangenen te isoleren. ,,Privacy is goed, maar isolatie is fout en vormt een inbreuk op fundamentele mensenrechten. In die zin heeft `Europa' wel degelijk gelijk als het de nieuwe gevangenissen aan de kaak stelt.''

Is er nog wel enige hoop dat de hongerstaking-tot-de-dood wordt beëindigd voordat nog tientallen anderen het leven laten? ,,Elke nieuwe dode is een nieuwe smet op het blazoen van de Turkse autoriteiten. Daarom moet de staat beseffen dat het tijd wordt om opnieuw te gaan praten. Praten, praten, praten – en tegelijkertijd de gevangenen meer ruimte geven om hen dichter naar de `normale' maatschappij toe te trekken. Een andere weg is er niet.''