Een fijne gozer

Een rare gozer in voetballand is hij. Een man die in zijn doen en laten afwijkt van de andere voetballende mannen. Vaak wekt hij de indruk zich niet thuis te voelen in zijn voetbalwereld. Al die opgewonden mensen en al die vreemde gasten lijken zijn leven te verpesten. Dan weer zuur en verbitterd, dan weer cynisch en onverschillig reageert hij op wat gaande is. Dan weer dreigt hij verongelijkt deze wereld voorgoed te verlaten en zich op te sluiten in zijn andere wereld, in de warmte van zijn vrouw en zonen, thuis op de bank met de televisie vol voetbal aan.

Maar zodra Willem van Hanegem een bal voorbij ziet rollen, wordt hij onrustig en verlangt hij terug naar de wereld waarin hij is opgegroeid. Dan sloft hij met de handen in zijn zakken de deur uit en probeert hij die wereld maar weer eens te vertellen hoe je het beste kunt voetballen. Hij oogt als de onschuld zelve, maar van binnen leeft altijd het instinct van het voetbaldier.

Toen hij nog als jonge voetballer zelf voor het grote publiek speelde bij Velox, Xerxes, Feyenoord, AZ, Chicago Sting, Utrecht en Oranje was hij nauwelijks anders dan nu als trainer en analyticus. Dan kon hij zich zomaar terugtrekken, weglopen als een onbegrepen kind. Dan kon hij niet begrijpen waarom hij zo goed voetbalde en die anderen niet. Niet dat Willem zich boven anderen verheven voelde. Allerminst. Maar hij was een perfectionist. Hij wilde het beste voor zichzelf en voor de anderen. En zo is het nu ook. `Ik snap die gasten niet, waarom doen ze dat nou zo en niet zo?', pleegt hij te mopperen.

Willem is een mopperkont. Want Willem is niet gauw tevreden. En als hij wel tevreden is, dan durft hij dat nauwelijks hardop te zeggen. Want hij houdt niet van overdreven gedoe, beweert hij. Hij houdt niet van spelers (voetballers zijn voor hem spelers) die zich mooier voordoen dan ze zijn. En hij houdt al helemaal niet van bestuurders en andere randfiguren die doen alsof ze het voetbal hebben uitgevonden. Wijsneuzen zijn er al genoeg in de wereld, laten ze dan vooral niet in de buurt van zijn veldje en zeker niet over voetbal gaan praten. Wegwezen!

In zijn hoogtijdagen als voetballer was hij een van de besten van Nederland. Misschien was hij tijdens het wereldkampioenschap van 1974, toen de zelfbenoemde regisseur Johan Cruijff zo nadrukkelijk in de finale tegen Duitsland faalde, wel de beste Nederlander. Maar Willem sloeg zich niet op de borst. Hij deed zijn werk, gaf zijn subtiele (kromme) passjes met zowel binnen- als buitenkant voet en sloopte de tegenstander met grove tackles. Soms speelde hij magistraal, zoals hij dat onder trainer Ernst Happel (zijn strenge voetbalvader) bij Feyenoord vaak deed. Willem heeft nooit aan selfpromotion gedaan. Wat? Nou, hij stond nooit met zijn neus vooraan.

Willem heeft een zwak voor mensen zoals hij. Mensen die zich moeilijk staande kunnen houden in de harde samenleving, mensen die eerlijk proberen te zijn en mensen die gewoon doen, hebben zijn steun. Goeie gasten. Mogelijk heeft de geboren Zeeuw dat op straat in Utrecht of later in de bouw geleerd. Gewoon je werk doen en niet zeuren. Vandaar dat hij weleens nadrukkelijk de schijn wekt zich niet thuis te voelen tussen de snotneuzen van tegenwoordig die al klagen bij een voorjaarsbuitje.

Alles is krom aan Willem van Hanegem. De manier waarop hij zich gedraagt, praat, denkt, voetbalt, traint en het spel analyseert. Alles wat recht is maakt hij krom, als een beroepsprovocateur. Misschien is het gewoon verlegenheid. Een kwestie van onhandigheid. Je weet het niet. In wezen zal hij wel een fijne gozer zijn.