Duitsland twijfelt over tempo EU-uitbreiding

De Europese Unie wil eind 2002 beslissen over toetreding van de eerste Oost-Europese landen tot de EU in 2004. Maar Duitsland twijfelt openlijk aan de haalbaarheid.

,,Een symbolisch vastgestelde horizon.'' Met die definitie gaf de Franse premier Lionel Jospin zaterdagmiddag precies aan hoe vaag het belangrijkste besluit van de Europese top in het Zweedse Gotenburg was. Maar volgens Zweedse premier Göran Persson ging het om ,,een duidelijk signaal'' dat de Europese Unie in 2004 nieuwe lidstaten wil verwelkomen.

Alsof het een persoonlijke erezaak was, zo had hij gevochten voor een verklaring van de Europese regeringsleiders over de oostwaartse uitbreiding van de Europese Unie. Het moest een bekroning worden van het (roulerende) voorzitterschap dat Zweden het afgelopen half jaar voor de eerste keer sinds de eigen toetreding tot de EU (in 1995) bekleedde. Maar de uiteindelijke tekst was zó onduidelijk, dat deze voor zeer uiteenlopende uitleg vatbaar bleek.

Behalve Persson reageerden alleen de kandidaat-lidstaten echt enthousiast op de verklaring. Hun positieve reacties waren in de ogen van de Franse president Jacques Chirac precies de bedoeling. De verklaring van de Europese regeringsleiders was volgens hem ,,wijs voor de Europese Unie en bemoedigend voor de kandidaat-landen''. Zo'n bemoediging achtte Chrirac nodig na de ongerustheid die eerder deze maand werd gezaaid door de negatieve uitslag van het Ierse referendum over Europa.

Voor de Duitse bondskanselier Gerhard Schröder kwam die Franse redenering als een verrassing. Hij had het willen laten bij de verklaring van een half jaar geleden, toen de regeringsleiders in Nice de hoop uitspraken nieuwe lidstaten die daarvoor gereed zijn vanaf 2002 in de Unie op te kunnen nemen. Ze zouden dan aan de Europese verkiezingen van in 2004 mee kunnen doen. In de tussentijd zou ratificatie van de toetredingsverdragen kunnen plaatsvinden.

Schröder wilde geen nieuwe verklaring omdat het volgens hem niet gaat om data, maar om de vraag of de kandidaten aan de voorwaarden voor toetreding voldoen. Bovendien zou de EU zichzelf door het noemen van data te veel onder druk zetten. Tenslotte zou de EU in de praktijk niet in eens staat zijn om onderhandelingen met kandidaten voor eind 2002 af te sluiten, omdat de moeilijkste onderdelen (landbouw, regiosteun) nog komen en de nodige tijd zullen vergen. Maar toen Schröder in Gotenburg ontdekte dat hij alleen stond, zo vertelde hij, zag hij ervan af de door Persson gewenste verklaring te torpederen. ,,Zo zie je wie je vrienden zijn'', aldus een Duitse diplomaat over de Franse ommezwaai.

,,2002 is dood'', zei een Duitse diplomaat. Duitsland gelooft niet dat het tijdschema gehaald kan worden. Bovendien wil het dat Polen, de grootste kandidaat, tot de eerste toetreders behoort. De onderhandelingen met Polen verlopen echter trager dan met kleinere landen als Hongarije en Tsjechië. Als zij `eind 2002' wel halen en Polen niet, zou er wat Duitsland betreft dus nog een probleem zijn.

Schröder ging ook door de knieën omdat de nieuwe verklaring ,,open geformuleerd'' is. Met woorden als ,,zou het mogelijk moeten maken'' zouden de Europese regeringsleiders zichzelf geen echte verplichtingen hebben opgelegd. Premier Wim Kok, fel voorstander van de verklaring, hechtte ook aan de vrijblijvendheid. ,,De blik op de klok mag de kwaliteit niet overheersen'', zei Kok. Toetreding hangt niet van een tijdstip af, maar van de vraag of een land aan voorwaarden voldoet.

De regeringsleiders legden de doelstelling dat kandidaten in 2004 ,,als lidstaten'' kunnen deelnemen aan de verkiezingen voor het Europees Parlement op uiteenlopende wijze uit. De Belgische premier Guy Verhofstadt zei dat alleen landen die volledig lid zijn (omdat het toetredingsverdrag is geratificeerd) aan de verkiezingen kunnen meedoen. De Franse president Jacques Chirac zei dat landen die alleen nog op ratificering van het toetredingsverdrag wachten, ook aan de verkiezingen van 2004 kunnen meedoen. Hun Europarlementariërs zouden alleen geen stemrecht hebben zolang de ratificatie niet is afgerond.

Maar de kandidaat-lidstaten verdiepten zich niet in zulke tekstuitleg. Zij waren alleen maar positief. ,,De conclusies overtreffen de verwachtingen, herbevestigen de basisprincipes en geven een tijdschema voor een succesvolle afsluiting van de onderhandelingen'', zei de Sloveense minister Igor Bavcar (Europese Zaken).