Den Bosch doet Oranje Zwart weer pijn

Den Bosch werd zaterdag voor de tweede keer in drie jaar hockeykampioen van Nederland. Oranje Zwart verloor zowel in het eerste als tweede duel van de finalereeks. Ook twee jaar geleden verloor de ambitieuze club de mannenfinale.

Als een murw geslagen bokser hing hij tegen de parasol, de voorzitter die zijn club zes jaar geleden voorzag van nieuw elan. Praten kon Joop Veelenturf amper meer. Mismoedig lurkte de Brabantse zakenman aan zijn sigaar en nipte hij bier uit een plastic bekertje, terwijl even verderop een handjevol getrouwen probeerde de bittere teleurstelling weg te spoelen.

Zelden was de pijn van een nederlaag zo tastbaar als zaterdag in Eindhoven, waar Oranje Zwart zichzelf voor de tweede opeenvolgende keer in de voeten schoot. Zes dagen na de 4-2 nederlaag in Den Bosch ging de ploeg op eigen veld met 2-1 onderuit in de best-of-three-finale van de strijd om de Nederlandse hockeytitel. Die kwam daardoor voor de tweede keer binnen drie jaar terecht bij Den Bosch, de streekgenoot die in de reguliere competitie nog voorrang moest verlenen aan OZ.

Het verlies kwam aan als een mokerslag voor het elftal dat, dertig jaar na dato (HTTC), de titel weer naar Eindhoven had willen halen. ,,Sommige spelers speelden niet met hun hart'', mopperde aanvoerder Piet-Hein Geeris na afloop. ,,Dat mogen we onzelf aanrekenen.''

Zo groot was de ontgoocheling dat een aantal spelers, al dan niet overmand door emotie, zinspeelde op een voortijdig vertrek en het tactisch vernuft van coach Michel van den Heuvel in twijfel trok. Die had na vier jaar afscheid willen nemen in stijl, maar kwam zaterdag tot de conclusie dat hij geen hechte eenheid heeft weten te smeden. Schuldigen worden wellicht vanavond al gevonden, wanneer de voltallige selectie aanschuift voor het afscheidsdiner.

Nog schrijnender waren de taferelen in de vip-tent, waar een aantal business-leden na afloop ongeneerd de vloer aanveegde met het beleid van Veelenturf en de zijnen. Alsof een bijdrage van zesduizend gulden het recht geeft om mee te beslissen over het technisch beleid. Jarenlang liepen de geldschieters in een polonaise achter de voorzitter aan. Maar nu, in het zicht van de glorie, bleek het fundament onder de hyperambitieuze club plotseling brozer dan de grootste pessimist had durven vermoeden.

Eerder die dag stortte het elftal al als een kaartenhuis ineen door geen moment de vorm te benaderen die in de competitie goed was voor de eerste plaats. Ten overstaan van de bijna achtduizend toeschouwers bleek OZ opnieuw niet in staat om het hechte, gegroepeerde spel van Den Bosch te ontregelen. Een uitgekiend strijdplan had Van den Heuvel vooraf aangekondigd, maar van dat voornemen kwam weinig tot niets terecht. De thuisploeg grossierde in foutieve passes en dus veel balverlies.

Spelverdeler Brent Livermore kreeg bovendien geen moment vat op het duel. Net als zes dagen eerder toonde de Australiër aan niet de veelgeprezen winnaar te zijn die sommigen in hem zien. Livermore moest zijn meerdere erkennen in directe tegenstander Jeroen Delmee, de vormgever en aanjager van het jeugdige Den Bosch. Zoals het een aanvoerder betaamt, nam de 28-jarige international zijn ploeg vanaf het eerste fluitsignaal resoluut en uiterst bekwaam bij de hand, om de regie vervolgens niet meer uit handen te geven.

Enigszins verrast bekende Den Bosch-coach Toon Siepman naderhand te zijn over de inflexibele aanpak van OZ. ,,Ik had na de nederlaag in de eerste wedstrijd gerekend op één of meerdere tactische aanpassingen. Maar OZ bleef vasthouden aan hetzelfde spelletje, waarmee ze ons in de kaart speelden.''

Dat zag ook Van den Heuvel. Om zijn elftal ,,los te schreeuwen'' en daarmee te bevrijden van de spanning nam de assistent-bondscoach halverwege de tweede helft scheidsrechter Philip Schellekens verbaal onder vuur. Dat was niet alleen een doorzichtige poging, het was bovendien het verkeerde signaal op het verkeerde moment.

Niet toevallig kreeg aanvaller Troy Elder kort daarop een gele kaart na een doldwaze actie, waardoor de flegmatieke Australiër voor vijf minuten naar de kant moest. Uitgerekend op dat moment sloeg het standvastige Den Bosch voor de tweede maal toe. Op aangeven van Delmee, de maker van het openingsdoelpunt, passeerde gelegenheidsspits Marc van Wijk doelman Josef Kramer. Daarmee was het verzet van OZ gebroken, ook al verkleinde Michael Brennan kort daarna de marge weer tot één doelpunt.

Critici zagen in de winst van Den Bosch, eerder dit seizoen al winnaar van de Europa Cup II, een overwinning voor het hockey. Met een titel zou OZ beloond worden voor een `omstreden beleid': het aantrekken van buitenlandse topspelers ten koste van de eigen jeugd. Veelzeggend was het provocerende opschrift op het spandoek dat supporters uit Den Bosch meebrachten: Zij hebben de poen, wij hebben Jeroen. Siepman zag de humor van die plaagstoot wel in. Grijnzend: ,,Ik had het niet beter kunnen verwoorden.''

Siepman vertolkte zaterdag de rol van boeman. Boze tongen beweerden dat de sluwe strateeg afgelopen week een spion op pad had gestuurd om in het diepste geheim video-opnamen te maken van de trainingen van OZ. Witheet was Van den Heuvel over die ,,onfatsoenlijke schending van een ongeschreven regel'' in de hockeywereld, die wil dat slechts wedstrijdopnamen mogen worden gemaakt om de spelpatronen van de tegenstander(s) te ontrafelen.

Volgens Siepman heeft Van den Heuvel boter op zijn hoofd. ,,Sommige supporters hebben de boel willen opnaaien en dat is ze gelukt, getuige de ergernis bij OZ. Voor de rest vind ik het niet zo interessant. Al is het wel opmerkelijk dat supporters van OZ mij zaterdag vertelden dat wij `toch maar mooi duur uit waren geweest door een hotelkamer af te huren', terwijl zij zelf bij ons in de bosjes stonden.''