De keurige Mark Knopfler op vaderdag in Amsterdam

Hoe passend, dat Mark Knopfler uitgerekend op vaderdag de eerste van drie concerten in Amsterdam gaf. De cd's van de zanger en gitarist uit de Britse succesgroep Dire Straits zijn het muzikale equivalent van stropdas en aftershave, tot volle tevredenheid van de ontvangers bij wie een avontuurlijker vaderdagcadeau waarschijnlijk in minder goede aarde zou vallen. Knopflers muziek klinkt in feite al meer dan twintig jaar hetzelfde, zelfs nadat hij Dire Straits ophief en solo verder ging met huurmuzikanten van zijn keuze. Bijna onzichtbaar voor het wat alternatievere poppubliek, blijft Knopfler-solo goed voor verkoopsuccessen bij de zwijgende meerderheid en mocht hij gisteren voor zijn recente cd Sailing To Philadelphia drie platina cd's voor (totaal in Nederland) 240.000 verkochte exemplaren in ontvangst nemen.

De scherpe kantjes die Dire Straits had toen de groep ten tijde van de debuutsingle Sultans of swing (1978) nog abusievelijk tot de new wave werd gerekend, zijn er allang af. Knopfler kneedde een min of meer eigen stijl uit de invloeden van J.J. Cale (de neuzelige zang en het relaxte ritme) en Pink Floyd, van wie hij het rustig opgebouwde drama van bombastische instrumentale ontknopingen afkeek. Rond 1983 werd het in hifi-stereoklanken gespecialiseerde Dire Straits voor het karretje van Philips gespannen bij de introductie van de compact disc, een ontwikkeling die Knopfler nu lichtelijk betreurt omdat hij er hoogst persoonlijk voor verantwoordelijk was dat zijn geliefde vinyl-elpee bijna van de markt werd geveegd.

Het hifi-aspect maakt Knopflers muziek bij uitstek geschikt voor de gedempte akoestiek van Mojo's nieuwe Music Hall, die gisteren voor het eerst optimaal benut kon worden. De verzorgde en bijna steriele geluidsweergave gaf Mark Knopfler weinig grond om vol te houden dat zijn muziek ook maar iets met rock & roll te maken zou hebben. Zelfs de electrische gitaren klonken alsof de vervorming uit een zorgvuldig afgesteld effect-apparaat kwam. De essentie van de geïmproviseerde gitaarsolo ging verloren, omdat die bij Knopfler altijd hetzelfde klinkt. Openingsnummer Calling Elvis maakte oneigenlijk gebruik van de naam van `King of rock' Elvis Presley, die zelfs in zijn vetste jaren nooit zulke suf voortkabbelende muziek heeft gemaakt. Muzikanten uit Memphis en Missouri moesten Knopfler een aura van authentieke roots-muziek meegeven, maar het werd zo'n bont allegaartje van bouzouki, accordeon, banjo en bluesharmonica dat er een gezapig mengelmoesje in easy-listeningsfeer ontstond. Als gewoonlijk werd Knopflers vloeiende gitaarstijl breed uitgemeten, en strooide hij kwistig met Dire Straits-favorieten als Telegraph road en Money for nothing. Een tevreden publiek genoot van zoveel voorspelbare perfectie, maar stiekem moet één vader hebben gedacht: `Getverderrie, alwéér een stropdas.'

Concert: Mark Knopfler. Gehoord: 17/6 Music Hall, Amsterdam. Herhaling: 18 , 19/6.