Bakkerijen voor armen in Kabul blijven open

De Verenigde Naties en de regerende Talibaan in Afghanistan hebben gisteren een akkoord gesloten over het uitdelen van broden aan de armste bevolkingsgroepen, zoals weduwen en hun kinderen, in de hoofdstad Kabul. Om te zorgen dat het voedsel ten goede komt aan de meest behoeftigen, zullen vrouwelijke medewerkers van het ministerie van Gezondheid worden ingeschakeld.

Het hoofd van het Wereldvoedselprogramma (WFP) van de VN in Afghanistan, Gerard van Dijk, heeft dat gisteren in Kabul bekend gemaakt. Het WFP exploiteert 155 bakkerijen in de hoofdstad, waar kaarthouders dagelijks brood kunnen kopen tegen twaalf procent van de marktprijs. Omdat de afgelopen jaren een levendige handel is onstaan in de kaarten, behoren lang niet alle `klanten' van de bakkerijen tot de armste doelgroepen, terwijl veel armen niet over kaarten beschikken. Om de lijst te schonen en aan te vullen, wilde het WFP een groot, onafhankelijk bevolkingsonderzoek doen in de hoofdstad. Zo'n survey kan alleen worden uitgevoerd door vrouwen; in de Afghaanse samenleving mogen `vreemde' mannen geen contact hebben met vrouwen.

Over het onderzoek ontstond een hoogoplopend conflict met de Talibaan, die vorig jaar zomer hebben verordonneerd dat hulporganisaties geen Afghaanse vrouwen in dienst mogen hebben. Daardoor werd het houden van een bevolkingsonderzoek onmogelijk en dreigde het WFP de speciale bakkerijen te sluiten. Zaterdag werd er geen brood verkocht. Maar gisteren werd alsnog een compromis bereikt.

Afgesproken is dat ambtenaren van de gemeente Kabul en van het centrale bureau voor de statistiek zullen helpen bij het opschonen van het klantenbestand van de bakkerijen. Bij het bezoeken van huishoudens zullen vrouwelijke ambtenaren van het ministerie van Gezondheid worden ingeschakeld. Bij het verbod voor vrouwen om buitenshuis te werken, geldt een uitzondering voor de gezondheidszorg.

Minister van Planning, Saddudin Saeed, zei verheugd te zijn over de gemaakte afspraken. ,,Het is zeer goed nieuws voor onze kwetsbare bevolking.''