Wie de nieuwe Indiër niet begrijpt, heeft pech

India koestert een nieuw zelfbewustzijn. Niet langer wordt met een mengeling van afgunst en jaloezie gekeken naar de Indiër in de diaspora. India zelf is voortaan de maat der dingen: in de literatuur, de film en de muziek.

De liefde is ineens bekoeld. Tot voor kort hadden Indiërs een intense bewondering voor hun landgenoten overzee: men vond mooi wat zij mooi vonden, men streefde naar waar zij naar streefden.

Indiërs in Engeland en Amerika dicteerden de mode in India, de literatuur, film, beeldende kunst, muziek. Wilden de emigranten dansen op een mengsel van Michael Jacksons pop en het bangra-ritme uit Punjab? De Indiase popmuzikanten produceerden een eindeloze hoeveelheid mengsels van pop en bangra. Wilde de diaspora verhalen lezen over de liefde tussen Indiase mannen en Westerse vrouwen? De Indiase schrijvers kwamen met het ene boek na het andere over sensuele relaties tussen bruine en blanke mensen.

Hadden de Britse en Amerikaanse Indiërs behoefte aan films die tegemoet kwamen aan hun eigen obsessie, namelijk de (on)mogelijkheid om in het Westen de Indiase tradities trouw te blijven? Indiase filmers bedachten talloze varianten op het thema van de onmogelijkheid om in het Westen een goed Indiër te zijn.

Het was een horige, soms zelfs hoerige relatie tussen de Indiërs in India en de Indiërs met een Brits of Amerikaans paspoort – en dito inkomen. Maar genoeg is genoeg. Het tij is gekeerd. In India vindt een revolutie plaats, het is als een onafhankelijkheidsstrijd, maar dit keer niet tegen de blanke, maar tegen de bruine mensen overzee.

De opstand begon een maand geleden, in de literatuur. Tot dan toe werden schrijvers als Arundhati Roy, Vikram Seth en Pankaj Mishra ook in India op handen gedragen, maar als je nu over ze begint, word je hier weggehoond. Boeken als `De God van Kleine Dingen', `A Suitable Boy' of `De Romantici' zouden voor Westerse lezers zijn geschreven. Roy, Seth en Mishra probeerden Westerlingen te behagen met hun verhalen over het exotische India en ze dansten naar het pijpen van Westerse uitgevers, in ruil voor voorschotten die in de miljoenen liepen.

De nieuwe literaire held trekt zich juist niets aan van de Westerse lezer. Het gaat om Ruchir Joshi, wiens debutroman `The Last Jet-Engine Laugh' unaniem wordt bejubeld. Het is een soepel en geestig geschreven verhaal over drie generaties Indiërs. Maar het zit vol verwijzingen, zinsneden en woordspelingen waar je als niet-Indiër niets van snapt.

Dat vinden de Indiase recensenten prachtig: we hoeven geen rekening te houden met `die anderen', er hoeven geen voetnoten of woordenlijstjes bij, wie het niet begrijpt: pech!

Maar stel niet de vraag waarom het boek in het Engels is geschreven, in plaats van in de taal van Gujarat of de Bengalen waar het verhaal zich afspeelt. Men kijkt je aan alsof je hoort te weten dat de schrijver die 85.000 pond aan voorschot nodig had van zijn uitgever. De Engelse Harper-Collins.

Ook de Indiase filmers proberen zich te ontworstelen aan de invloed van bruine westerlingen. Sinds het begin van de jaren negentig was een film pas een hit, als de diaspora hem leuk vond. Herkenbaarheid was het sleutelwoord en alle buitenopnames werden gemaakt in de straten van Londen, de winkelcentra van New York of iets wat ten minste niet-Indiaas overkwam: Hollandse tulpenvelden, Zwitserse bergen. Indiase jongen uit Londen raakt verliefd op Indiaas meisje, dat echter wordt uitgehuwelijkt aan dorpsjongen in Punjab. Wat te doen? Traditie (gehoorzaamheid tegenover pa) of moderniteit (luisteren naar je eigen gevoel)?

Genoeg! roept een van de grootste Indiase filmsterren, Aamir Khan. Hij heeft rechtstreeks de oorlog verklaard aan de zogeheten NRI's (Non-Residential Indians), zoals de diaspora hier wordt aangeduid. Deze week ging de film `Lagaan', die Aamir Khan zelf produceerde, in premiére, en geen westerse of verwesterde Indiër komt erin voor. Het verhaal speelt zich af in 1893 en de titel betekent `belasting', wat slaat op de extra heffing die de Britten aan de Indiase boeren oplegden om hun koloniale legers te kunnen bewapenen. Een stel dorpelingen, onder leiding van Aamir Khan, weigert die belasting te betalen. Maar in plaats van het met stokken en geweren uit te vechten, doet leider Aamir Khan de Britten een geweldlozer voorstel: een cricketwedstrijd. Wie wint, krijgt zijn zin.

`Lagaan' duurt drie uur en driekwartier en iedereen kan raden wie uiteindelijk wint, na een adembenemende match van de laatste 45 minuten. Het mooie is dat de Indiase diaspora zich niet af kán keren van zo'n verhaal: ze zijn gek op cricket en ze staan altijd aan de kant van India, ook al wonen ze al twee generaties in Engeland.

Aamir Khan heeft dus een venijnig trukje uitgehaald: de Indiërs in Engeland worden fijntjes gewezen op de verschrikkingen die zijn begaan door de Engelsen, en ze zullen weer bewondering moeten krijgen voor de Indiërs die tegen die Engelsen hebben gestreden. En dat, vertelt `Lagaan', waren de dorpelingen van India, waar de verwesterde Indiërs zich heimelijk zo voor schamen.

Niets is over het hoofd gezien: `Lagaan' werd werkelijk geschoten op het platteland notabene in Kutch, de plaats die twee weken na het eind van de opnamen werd weggevaagd door de aardbeving van Gujarat en de heroische figuren zijn allen gekleed in dorpskledij: lendedoeken en sari's die niet afkomstig zijn uit Londense kledingboutiques.

Ook de promotie van de film heeft een vorm gekregen waar de Indiërs in diaspora van zullen opkijken: wie op het internet klikt op www.Lagaan.com, zal begrijpen dat het de Indiërs menens is. De muziek van de film vertoont geen spoor van pop of bangra en de choreografie is nu eens niet ontleent aan de pasjes van Michael Jackson.

Vraag is alleen, net als bij het boek van Ruchir Joshi, waarom `Lagaan' tegelijkertijd wordt uitgebracht met Engelse ondertitels in de bioscopen van Engeland en Amerika. Als je zo overtuigd bent van de overbodigheid van de wereld, moet je die wereld helemaal buiten sluiten. Maar misschien is het als een liefde die is gedoofd, maar ergens toch blijft nagloeien. De Indiërs hebben de rest van de wereld niet nodig, maar een gevoel van gemis zal blijven bestaan.