Waar gaan we heen? Naar Schuitjesveen

Wat ga je doen? Waar ga je naartoe? Waar gaan we heen? Ook ik zal als kind mijn moeder met dat soort vragen hebben bestookt, maar ik kan me niet herinneren dat zij antwoordde met een dooddoener. Voor een hoop mensen ligt dat anders. Een tijdlang was het de normaalste zaak van de wereld om kinderen het zwijgen op te leggen met een dooddoener. Inez van Eijk heeft er twee zeer vermakelijke boeken mee gevuld.

Een bijzondere categerie dooddoeners, die bij Van Eijk slechts weinig aandacht krijgt, is de dooddoener met een plaatsnaam. Ik bedoel van het type: waar gaan we naartoe?

`Naar het land van Affekaffe, waar de hondjes met hun kontjes blaffen.' Affekaffe is een onzinbestemming, en de onzin wordt nog vergroot door de rijmende uitbreiding.

Het was de bedoeling dat zo'n dooddoener in twee delen werd uitgeserveerd. Eerst Affekaffe, en als het kind dan vroeg `waar is dat dan?' volgde deel twee. Een kind kan nog even denken dat Affekaffe werkelijk bestaat, maar de uitbreiding maakt duidelijk dat het met een kluitje in het riet is gestuurd.

De meeste dooddoeners volgen dit stramien, maar niet allemaal, want op de vraag `waar gaan we naartoe?' kon bijvoorbeeld ook volgen `naar Boskontelawaaiberguut' zonder meer. Kennelijk vond men Boskontelawaaiberguut al onzinnig genoeg.

In andere gevallen wordt in de rijmbehoefte voorzien doordat de plaatsnaam zelf rijmt op de vraag. Waar gaan we naartoe? Naar Boskehoe, naar Koetjeboe, naar Oetjepoe, naar Pietjepatjepoe, naar Scheetjeboe. Waar gaan we heen? Naar Nederveen, naar Schuitjesveen.

De meeste dooddoeners bevatten niet-bestaande plaatsnamen, maar er zijn er ook met echte plaatsen. In een verzameling uit 1930 zijn er zes te vinden, waarvan drie met plaatsen in Zeeland. Het gaat om: naar Breskens om schijtkersen (of `om vlothouten'); naar Philippine om mosselen, en: naar Zierikzee om vlothouten (dit zijn kurken). In Antwerpen zei men: naar Hoboken om een vaantje; in Groningen: naar Sebaldeburen apen drillen, en in Oost-Vlaanderen: naar Sinaai om een zwarte kraai (Sinaai, dat plaatselijk wordt uitgesproken als Snaai, is een plaats in Oost-Vlaanderen). Ik ken maar één dooddoener met een buitenlandse plaatsnaam en dat is: naar Moskou stenen kuisen (een uitdrukking die is opgetekend in Tongerloo).

Zoals gezegd wordt de plaatsnaam dikwijls gevolgd door een rijmende uitbreiding. Inhoudelijk zijn er twee soorten te onderscheiden: onzinuitbreidingen en uitbreidingen die een nadere plaatsbepaling geven. Vooral bij Bommelskonten, een dooddoener uit de 17de eeuw die nog steeds veel wordt gebruikt, komen nadere plaatsbepalingen voor, zoals: drie uren boven (of achter) de hel; drie uur achter Futfutselen; drie uur voor de leeuwenbekberghelling; zes uur achter Den Haag en dan een beetje verder; zeven meter onder de kippenhemel, enzovoorts.

De onzinuitbreidingen zijn mij het liefst, ook omdat ze vaak zo creatief zijn. Waar ga je naartoe? `Naar Boxtehoeze, het hietepiete-gangetje, waar het netje met gekookt water buitenhangt' (de naam Boxtehoeze is waarschijnlijk beïnvloed door de bestaande Duitse plaats Buxtehude, die figureert als afgelegen oord bij uitstek); `naar Likfotse (of: Lexvodsen), waar de boeren de kippen jotsen'; `naar Urk naar Murk naar Marken toe'; `naar Nipperwegen, waar de hanen met hun gat kraaien'; `naar Noeneuzen waar ze vraagschotten verkopen'; `naar Pielkwierum om kantkoek' of `naar Pietjepatjepoe, klapstaarten plukken'.

De langste uitbreiding die ik ken is `naar Scheetjeboe, drolletje begraven, mag jij het kistje dragen. Jij met je tanden, ik met m'n handen'. Dat is toch poëzie van de straat!

Hoeveel van dit soort geografische dooddoeners het Nederlands telt, is niet bekend, want ze zijn nooit volledig geïnventariseerd. Ik ken er veertig. Nog niet genoemd zijn dooddoeners met Broeksebremen, Futsifinne, Haviogum, Mukkebummele (met als vormvarianten Bukkebummelen, Lukkebummelen en Nukjebummelen), Ooloken, Potterbolli, Prijs-Pettelaar en Pruttentuin.

Is de verzameling hiermee compleet? En heb ik alle uitbreidingen nu in kaart gebracht? Vast niet! Stuur daarom uw aanvullingen en reacties naar sanders@nrc.nl of per brief naar de redactie van de Achterpagina. Vermeld svp ook waar, wanneer en onder welke omstandigheden u de geografische dooddoener heeft leren kennen.