Uitbreiding EU nadert eindspel

Graag had Zweden, de huidige halfjaarlijkse voorzitter van de Europese Unie, de kandidaat-lidstaten dit weekeinde op de Eurotop in Gotenburg een ,,concreet tijdpad'' voor hun toetreding tot de EU geboden. Maar dat zit er niet in.

De kandidaten dringen aan op spoed. Zij vrezen dat de uitbreiding haar politieke momentum verliest en publieke steun kwijtraakt. Maar de meeste landen van de `oude' Unie hebben wel wat anders aan hun hoofd: de onzekere euro, de economische tegenwind en de twijfel die Ierland vorige week zaaide door (per referendum) het Verdrag van Nice af te wijzen – nota bene het verdrag dat de weg voor uitbreiding moet vrijmaken.

Echt tevreden zal premier Göran Persson dan ook niet zijn met de resultaten van het Zweedse voorzitterschap. Toch is het afgelopen half jaar onder de regie van Stockholm schot gekomen in de onderhandelingen over de oostwaartse uitbreiding. ,,Alle stukken staan op het bord. De noodzakelijke openingen zijn gemaakt. Het eindspel kan beginnen'', zei premier Wim Kok vorige week nog. Daarin gaat het om kwesties als: vanaf wanneer mogen Poolse werknemers de West-Europese arbeidsmarkt op?; wanneer worden de beperkingen op grondaankopen in Hongarije opgeheven?; en wanneer verschuift de steun aan relatief arme West-Europese regio's naar het nog veel armere Oost-Europa?

Elk land met ,,een Europese roeping'' (Kok) kan lid worden van de EU, mits het een democratische rechtsstaat is met een competitieve markteconomie en een ordentelijk bestuur. De EU onderhandelt sinds 1998 met zes en sinds begin vorig jaar met twaalf landen die willen toetreden. Periodiek wordt nagegaan hoe ver ze zijn met de door Brussel noodzakelijk geachte economische, juridische en bestuurlijke aanpassingen.

Het hele `toetredingspakket' is opgedeeld in 31 hoofdstukken die successievelijk en simultaan worden afgewerkt. Wordt de stand van zaken afgemeten aan het aantal afgesloten hoofdstukken, dan tekent zich een soort driedeling af (zie tabel) met koplopers (Cyprus, Estland, Hongarije, Slovenië en Tsjechië), middenmoters (Letland, Litouwen, Malta, Polen en Slowakije) en achterblijvers (Bulgarije en Roemenië).

Maar zo'n tussenstand zegt niet alles, want er volgen nog lastige en politiek gevoelige onderwerpen, waarbij ook grote financiële belangen op het spel staan. Zo moeten onder het Belgische voorzitterschap (komend half jaar) voedselveiligheid, grensbewaking en transport nog aan de orde komen, waarna onder Spaanse voorzitterschap (eerste helft volgend jaar) de zwaarste kluiven op tafel komen: landbouw en regiosteun, de twee sectoren waarin verreweg het meeste EU-geld (80 procent van het totale budget van 90 miljard euro) omgaat.

Eind 2002 wil de Europese Unie de onderhandelingen afronden, zodat de eerste kandidaten in 2004 kunnen toetreden. Veel meer dan een herbevestiging van dit commitment zal er in Gotenburg niet inzitten. Hoe graag voorzitter Persson en de kandidaten dat ook anders hadden gezien.