Tarantino's filmische ode aan het cassettebandje

De tenen van Bridget Fonda wiebelen zo leuk terwijl ze in haar bikini op de bank ligt. En de witte badjas van Pam Grier valt o zo mooi nonchalant langs haar schouders. Meer nog dan de ingewikkelde misdaadplot zijn het dit soort ogenschijnlijk onbelangrijke details die Quentin Tarantino's drama Jackie Brown zo bijzonder maken.

Jackie Brown (1997) lijkt op de vele cassettebandjes die tijdens de film in de auto worden gedraaid: soms zou je wel keihard willen meezingen, vaak staat het volume zo zacht dat je heel goed moet luisteren, en soms wordt het nummer abrupt afgebroken omdat de auto stopt en de motor afslaat. Tijdens het starten begint het liedje ineens weer ergens halverwege uit de luidsprekers te schallen.

Behalve een ode aan het cassettebandje is Jackie Brown een hommage aan vele andere dingen die bijna verdwenen en vergeten zijn. Alle filmische en muzikale verwijzingen maken de film propvol, maar anders dan in Tarantino's eerdere films Reservoir Dogs en Pulp Fiction smelten deze referenties samen met de personages, stuk voor stuk mensen op hun retour, met ontroerende scènes als gevolg.

Het epicentrum van de film is Pam Grier als Jackie Brown, een stewardess die bij een derderangs Mexicaanse maatschappij vliegt en af en toe wat geld smokkelt voor een opgefokte crimineel (Samuel L. Jackson). Pam Grier werd een ster door haar rollen in blaxploitationfilms uit de jaren zeventig, keiharde misdaadfilms met Afro-Amerikanen die bedoeld waren om het zwarte publiek de bioscoop in te krijgen. Ze speelde in Foxy Brown en de zwarte-Draculafilm Scream, Blacula, Scream! en strooide in Coffy rond met scheermesjes om de pooiers van haar zus te wreken. Nadat het genre doodbloedde werd ook Grier vergeten.

John Carpenter (Escape from L.A.) en Tim Burton (Mars Attacks!) gaven Grier al eerder goede rollen, maar Tarantino introduceerde haar pas echt als een cult-icoon bij een kijkersgeneratie die daarvoor nooit van haar had gehoord. Twintig jaar na haar debuut is ze nog steeds supercool, mooier dan ooit en meaner than ever. Aan het begin van de film rolt ze over een lopende band op het vliegveld langs een gekleurde mozaïekmuur. Ze verroert geen spier, maar het wordt onmiddellijk duidelijk dat zij gedurende de komende tweeënhalf uur de koningin van het witte doek zal zijn. Om zijn liefde te belijden stopte Tarantino de film vol met seventies soulmuziek en soundtracks van blaxploitationfilms, wat de film een vreemd nostalgische sfeer geeft.

Onder alle gewiekste dialogen schuilt nog een ander soort nostalgie dan die naar verdwenen cultuur. Langer dan voor de plot nodig is kijkt Pam Grier bijvoorbeeld geschrokken in de spiegel van de paskamer, alsof ze zichzelf na jaren terugziet en zichzelf even niet herkent. In een andere scène kijkt een nerveuze Robert De Niro in een tergend goede bijrol naar een verlopen prostituee die een act van The Supremes op haar sleetse repertoire heeft staan. Gezellig is anders.

Jackie Brown is gebaseerd op de misdaadroman Rum Punch van Elmore Leonard, zodat er veel geld op ingewikkelde wijze van eigenaar wisselt. Maar veel belangrijker is de wijfelend-verliefde blik van de wat oudere man die Pam Grier uit de donkere gevangenispoort aan ziet komen lopen (een intense rol van voormalig bijrolacteur Robert Forster): een man met een berustende houding tegenover een vrouw die haar mislukte leven weer op de rails wil zetten. In dit soort terloopse en tijdrekkende scènes laat Tarantino zien hoe de tijd zijn tol eist, maar dat dat niet erg hoeft te zijn. Het mooiste moment komt aan het eind, als Pam Grier in de auto Bobby Womacks soundtrack Across 110th Street meezingt zonder geluid te maken.

Jackie Brown (Quentin Tarantino, 1997, VS), zaterdag, Net5, 22.10-0.50u.