Roepen in een woestijn

Het leek zo'n aardig idee. Je hebt rundvleesoverschotten door BSE in de mond- en klauwzeerepidemie. Waarom dat onverkoopbare vlees niet in Afrika gedumpt? Ecologisch onderzoekers hebben er een argument tegen. Overproductie van rundvlees leidde eerder, rond 1994, tot export van overtollige stukken Europese koe naar West-Afrika. Doordat de kleinschalige Afrikaanse vleesmarkt werd overspoeld met het goedkope Europese rundvlees, kelderden de vleesprijzen. Voor de lokale producenten verdween de afzetmarkt. Er zat niets anders op dan hun kuddes langer in leven te houden in de hoop dat ze er later toch nog iets voor zouden krijgen. De grote kuddes graasden grote stukken grasland kaal met als gevolg woestijnvorming en verdere verarming van de Afrikaanse boeren. De onder druk staande natuurlijke biodiversiteit kreeg een extra klap. En Afrika werd weer wat afhankelijker van hulp.

Doeke Eisma, voorzitter van het Nederlands Comité voor IUCN (International Union for the Conservation of Nature) roept die recente geschiedenis nog maar eens op, in het tweemaandelijkse tijdschrift Ecologie & Ontwikkeling. Daarmee is hij in zekere zin een roepende in de woestijn, want het tijdschrift heeft slechts zo'n achthonderd abonnees. Het verdient er veel meer. Ecologie & Ontwikkeling is na koerswijziging veel meer dan een vakblad voor natuurbeschermers en ontwikkelingswerkers alleen.

Jarenlang was E&O vooral een nieuwsbrief met foto's. Degelijke bijdragen uit de eigen IUCN-koker werden afgewisseld met gastbijdragen die wel iets strenger hadden kunnen worden bijgesneden of verhelderd. Maar het afgelopen jaar is het opeens snel gegaan: E&O werd tot een volwassen tijdschrift gemaakt. Dikker, en met meer en betere foto's. Wat meer verheldering, en een mooiere mix aan onderwerpen, en een nadrukkelijker redactionele inbreng. Met een eigen kritische richting waarin informatie en meningen op het terrein van internationaal natuurbehoud, de relatie met ontwikkelingssamenwerking en het Nederlands en internationale beleid centraal staan. Vanuit de IUCN is daar veel over te melden. Het is immers de grootste overkoepelende natuurorganisatie ter wereld, met een nadrukkelijk wetenschappelijk kijk op zaken.

Duurzame ontwikkeling en natuurbescherming gaan steeds vaker een huwelijk aan, maar zelden loopt dat nog gelukkig af. Van verschafte bestaansmiddelen moet je altijd maar hopen dat die inderdaad natuurvriendelijk worden ingezet. Voor dat soort dilemma's heeft E&O altijd een open oog. Het tijdschrift beperkt zich niet tot ecologische rampverhalen en positieve geluiden over hoe duurzame ontwikkeling mens en natuur gaat redden. Het geeft ook simpelweg veel informatie, die elders moeilijk te vinden is. Het zijn zelden ver-van-mijn bed verhalen – de ecologische voetafdruk van de welvarend consumerende Nederlander is wereldwijd terug te vinden.

Feiten en zakelijke prognoses staan voorop. Bij dit blad is men van mening dat je verontwaardiging of gezucht doorgaans wel aan de lezer zelf kunt overlaten. Leuk is het allemaal niet. Uit alleen al één nummer: klimaatverandering wordt met name voor het zuiden een ramp, de olievervuiling op de Galapagos eilanden valt iets mee, maar juist daardoor waait ook het politieke effect over en blijft het internationaal dweilen met de oliekraan open; niet alleen de kwetsbare amfibieën maar ook reptielen maken nu toch werkelijk een uitstervingscrisis door, koraalriffen zijn over vijftig jaar wellicht weg; door voortdurende oorlog in Angola vestigt zich een grote stroom vluchtelingen nu juist in een onmisbaar nationaal park. Dan nog wat kleiner grut: het door de Verenigde Staten besproeien met gif van cocaplantages in Colombia treft ook hot spots van biodiversiteit van wereldklasse. Liberia, crimineel bestuurd, doet de bossen en overige natuur in de uitverkoop – en inmiddels is dat de opheffingsuitverkoop.

En toch is het een prettig lezend, droog informerend blad. Een stukje over bureaucratische EU-politiek en visquota krijgt een kop als van een Toon Tellegen-verhaal: De Zwaardvis en de Moraal. Een blij boodschapje wordt af en toe zelfs niet geschuwd. Zo leren we dat het de bedreigde berggorilla's in het Virunga-gebied bij Rwanda onverwachts iets beter gaat.

Het soms diepgravende vaktijdschrift is ook aantrekkelijk voor de wat hoger opgeleide leek die de publieksbladen op die markt soms te simpel vindt. De foto's zijn zwart-wit, maar de verdere inhoud is dat niet. En de eigen stellingname komt duidelijk naar voren als dat nodig is. Bijvoorbeeld die over Nederlandse overheidsbetrokkenheid, of liever: het terugtrekken daarvan. Met het Bad Governance-principe van staatssecretaris Herfkens zijn ze het bij E&O niet eens. Want het is maar de vraag of burgers of de natuur er veel aan kunnen doen dat een regering niet deugt en geen steun verdient. Een citaat van redacteur Wim Bergmans die Benin bezocht, over een nu te schrappen project voor herstel van vernield rivierbos: ``Men verzamelt zaden van vroeger ter plaatse voorkomende boomsoorten, laat die kiemen en zet de plantjes uit. Men heeft fantasieën over planten die zich straks weer onder de bomen zullen vestigen, en dieren, zoals vogels en apen, die misschien zullen terugkeren. Hoe ambitieus zo'n project misschien ook is, zulke mensen niet helpen, niet met zulke mensen communiceren, zulke mensen laten stikken, dat is pas echt goed bad governance.''

Ecologie & Ontwikkeling, jaargang 9, nr. 1, 2001. Tweemaandelijkse uitgave van het Nederlands Comité voor IUCN [International Union for the Conservation of Nature / The World Conservation Union.]. Abonnementsprijs ƒ45.- NC-IUCN: 020-6261732