RAKET KAN VOORDEEL DOEN MET WARMTE-OOG VAN RATELSLANG

De Amerikaanse luchtmacht bestudeert militaire toepassingen van een warmtegevoelig orgaantje waarmee de ratelslang prooidieren opspoort. Het onderzoek naar dit `warmte-oog', uitgevoerd door de universiteiten van Austin en Galveston, beide in de Amerikaanse staat Texas, richt zich onder andere op de mogelijkheid luchtdoelraketten met een nauwkeurige hittegevoelige sensor uit te rusten.

De twee warmte-ogen per ratelslang – en van alle andere slangen van het geslacht Crotalus – zitten in een groefje tussen ieder oog en neusgat. Het orgaan bestaat uit een goed doorbloede, zenuwrijke membraan, een soort netvlies maar dan gevoelig voor infraroodstraling. De warmte-ogen werken, net als gewone ogen, stereoscopisch en kunnen daardoor de afstand tot het prooidier, meest muizen en ratten, inschatten. Wanneer beide orgaantjes eenzelfde temperatuur registreren, concludeert het slangenbrein dat het slachtoffer zich recht voor de kop bevindt. Door met de kop te `schommelen' zal de temperatuur variëren en kan dus de afstand worden afgeleid.

De hittegevoelige sensoren op de raketkoppen – de bekendste is de Sidewinder, vernoemd naar een Amerikaanse slang – hebben sinds hun uitvinding in de jaren vijftig een grote ontwikkeling doorgemaakt. Tegenwoordig kunnen dergelijke sensoren, volgens het zogeheten IIR-systeem – van: Imaging Infrared – de omtrekken van doelen `zien.' Maar afstand inschatten is nog niet goed mogelijk.

Het uiteindelijke doel van de onderzoekers is het nabouwen van zo'n warmte-oog, maar daartoe moet eerst de precieze werking worden begrepen. Om een idee te krijgen wat de slangen nu eigenlijk `zien', krijgen ze reeksen warmtebeelden van knaagdieren voorgeschoteld. De zenuwrespons van de slangen wordt vervolgens per plaatje, waarvan de fysieke karakteristieken bekend zijn, geregistreerd. Een computermodel moet de relatie tussen de warmte van het prooidier en de sterkte van de zenuwrespons simuleren.

Het orgaantje van de slangen is zeer gevoelig. Het warmte-oog kan volgens de onderzoekers nog een temperatuurverschil van een duizendste graad waarnemen. Dit is des te opmerkelijker aangezien dergelijke nauwkeurigheden bij militaire hittegevoelige sensoren slechts haalbaar zijn wanneer het `raketoog' tot min 200 graden Celsius wordt gekoeld. Behalve dat de benodigde koelapparatuur een gewichtsbelasting betekent, is deze ook kwetsbaar. Een belangrijke proef met een onderscheppingsraket ten behoeve van het Amerikaanse NMD-raketschild mislukte door haperende koelapparatuur van de infraroodsensor.