Poldermodel is er ook voor moeilijke keuzes

Door de plotselinge stijging van de Nederlandse inflatie tot bijna 5 procent op jaarbasis wordt de eendrachtige besluitvorming van het vermaarde Nederlandse `poldermodel' op de proef gesteld. De Nederlandse vakbonden hebben (dankzij de krappe arbeidsmarkt) nu de macht om hogere lonen af te dwingen. Maar als de bonden van die macht gebruikmaken en het algemeen belang vergeten, zal dat een zware slag voor het poldermodel zijn. Wat schiet je op met eendrachtige besluitvorming, zullen sceptici aanvoeren, als die wel de eenvoudige problemen van een land maar niet de moeilijke kan oplossen?

En vergis u niet: het algemeen belang staat wel degelijk op het spel bij de huidige loononderhandelingen. Want ook al wordt het verdoezeld door de zwakke euro van dit moment, langzaam maar zeker prijst de Nederlandse industrie zich uit de wereldmarkt. ,,Onze arbeidskosten per eenheid product stijgen nu al een paar jaar sneller dan het gemiddelde in de eurozone en dat zal dit jaar en in 2002 waarschijnlijk nog wel zo blijven'', waarschuwt Nout Wellink, president van De Nederlandsche Bank.

Dat is geen goed nieuws voor een handelsland. Heel Nederland, ook de vakbonden, lijdt eronder als de economische taart door een gebrek aan internationale concurrentiekracht in omvang slinkt. Een voorzichtig land bereidt zich voor op de uiteindelijke omslag van de euro door nú loonbeheersing te betrachten.

Natuurlijk zou Nederland niet in dit lastige parket verkeren als het Nederlandse rentebeleid in Amsterdam en niet in Frankfurt werd bepaald. Dan zou De Nederlandsche Bank om de inflatoire druk te bestrijden gewoon de rentevoet verhogen en werd de gulden meer waard tegenover de Duitse mark – en dat was het dan. Maar Europa heeft inmiddels een monetair `eenheids'-beleid. Vooral door de Duitse economische zwakte is die `eenheid' op het ogenblik helaas te stimulerend voor de nog altijd sterke Nederlandse economie.

Onder zulke omstandigheden vraagt de theorie van de Economische en Monetaire Unie om een restrictief Nederlands fiscaal beleid teneinde de economie af te koelen. Maar in de praktijk wordt het begrotingsbeleid vaak ingegeven door andere overwegingen dan de macro-economische stabiliteit – partijpolitiek, bijvoorbeeld. Over een jaar zijn in Nederland verkiezingen voor de Tweede Kamer en het is wel jammer, maar niet verrassend, dat het huidige fiscale beleid van de regering dusdanig stimulerend is dat het de binnenlandse inflatoire druk heeft verergerd. Het had ook geen kwaad gekund als de regering terughoudender was geweest en met een royale loonsverhoging voor personeel in de publieke sector had gewacht.

Maar ongeacht de fouten van de huidige regering moeten de Nederlandse vakbonden inzien dat ze er bijzonder van hebben geprofiteerd dat Nederland in de Europese monetaire unie een klein land is en dat ze daarom een speciale verantwoordelijkheid dragen voor beheersing bij de huidige loononderhandelingen.

Vooral omdat de Duitse economie zo zwak is, heeft de Nederlandse de laatste jaren de wind extra mee gehad – zomaar gratis, bij wijze van spreken – want de Europese Centrale Bank (ECB) heeft de Europese rentetarieven lager gehouden dan de Nederlandse economische omstandigheden rechtvaardigden. (Als de Duitse economie even sterk als de Nederlandse was geweest, of de Nederlandse economie even groot als de Duitse, zou de ECB de rentetarieven al een tijdje geleden hebben verhoogd.) Die `gesubsidieerde' rentevoet biedt de Nederlandse vakbonden een aanzienlijk voordeel, omdat kunstmatig de vraag naar arbeid wordt opgeblazen.

Als de bonden nu verzuimen om in ruil voor dit `onverdiende' voordeel beheersing te betonen, heeft dit inflatie en op langere termijn verlies van concurrentiekracht tot gevolg.

Bovendien zal de Nederlandse invloed binnen de ECB afnemen. Een van de redenen dat Nederland naar verhouding veel invloed in de raad van bestuur van de ECB had was dat Nederland economisch zo goed presteerde. ,,Je kunt wel makkelijk adviezen geven'', zegt Wellink. ,,Maar zouden ze ook luisteren als wij economisch niet zo'n succes hadden?'' Het is duidelijk dat een houding van `je moet doen wat wij zeggen, niet wat wij doen' schadelijk zal zijn voor de Nederlandse invloed in de raad van bestuur, vooral als dat `niet wat wij doen'-gedeelte op de inflatie slaat.

Ten slotte moet worden ingezien dat veel van de inflatoire druk die Nederland op het ogenblik ondervindt een kortetermijnkarakter heeft.

De voedselprijzen zijn hoog door BSE en mond- en klauwzeer. De olieprijzen zijn hoog door raffinageproblemen. De verwachting is dat de voedsel- en raffinagetekorten van korte duur zullen zijn. Maar als de bonden geen beheersing tonen, zullen storingen die eigenlijk van korte duur zijn een blijvend onderdeel van het Nederlandse economische landschap worden. De ervaring leert dat loonstijgingen die eenmaal zijn ingevoerd, niet zo gemakkelijk worden teruggedraaid.

Onomkeerbare loonstijgingen als reactie op kortstondige inflatoire druk zijn een recept voor een nationale puinhoop. Naar aanleiding van de loononderhandelingen van dit voorjaar is de boodschap duidelijk: hoogste tijd voor het poldermodel.

Melvin Krauss is verbonden aan het Hoover Institution van Stanford University. Hij was hoogleraar economie aan de New York University.