Oedipus-musical op Nijmeegse universiteit

Ze heet Joke en ze arriveert begin jaren zestig uit het roomse Brabant op de universiteit van Nijmegen. Die tijdsbepaling is van belang in de nieuwe Nederlandse musical Rex, want ze raakt in verwachting van een getrouwde docent, die haar op het hart drukt naar een kliniek in Leiden te gaan.

Daar konden meisjes toen nog in het geheim bevallen, onder zalvend katholieke begeleiding, zonder zich aan het kind te hechten. Ze mochten het niet eens zien. En zo is het, ten behoeve van de intrige, ook mogelijk dat dat kind negentien jaar later dezelfde universiteit bezoekt en naar bed gaat met zijn moeder die daar inmiddels docente is geworden. Kortom: Oedipus.

Na het groot-groter-grootst van hun vorige musicals Cyrano en Joe hebben Ad van Dijk en Koen van Dijk hun derde voor Joop van den Ende opzettelijk klein gemaakt: tien mensen in een door diagonalen bepaald toneelbeeld dat alleen door de belichting verandert, lopend en zittend en staand op een loopplank over de hele breedte. Vroeger zou dat genoeg zijn geweest voor een reguliere Nederlandse musicalproductie, maar naar huidige musical-maatstaven mag het inderdaad bescheiden heten. Wat mij betreft is het een welkome afwisseling: een musical van eigen makelij, gesitueerd in eigen land, die het niet van visueel effectbejag moet hebben, maar van tekst, muziek en spel.

Van Dijk en Van Dijk, die geen familie van elkaar zijn, hebben het klassieke Oedipus-noodlot behendig samengebald en naar hun hand gezet. De hedendaagse situering en een paar spitsvondige wendingen maken het verhaal van die moeder en die zoon, en die vader als stoorzender, geloofwaardig genoeg om er een musical voor een breed publiek op te baseren.

Hier zijn niet de goden verantwoordelijk, maar de personages zelf – het is hun eigen schuld, hoewel iedereen een helder motief heeft meegekregen. Ook de pleegouders van de jonge Rex, die tegen wil en dank in het drama worden meegesleept.

Het is nogal wat, en toch is Rex geen melodrama volgens het procédé van Miss Saigon, Elizabeth of andere mega-musicals. Hoewel in enkele zangteksten nog het onnatuurlijke idioom van dat genre doorschemert (,,wat is de afstand die ik bij je voel?''), zijn ze meestal in soepele spreektaal geschreven, met compacte beelden en puntige dubbelrijmen: ,,Toe schat, ik word zo moe van dat gesoebat...'' Er is zelfs een lichtvoetig nummer gewijd aan het animus en anima van Jung, want het verhaal speelt zich af op de faculteit psychologie.

Rex is zodanig geconstrueerd, dat diverse liedjes in verschillende situaties voor verschillende personages een eigen betekenis krijgen. Maar het memorabele hoofdthema is voor de jonge moeder: Iedereen is blind, op lyrische muziek die in de verte aan de verdrietige Abba-hit The winner takes it all doet denken. Over de hele linie is de muziek trouwens melodieus genoeg om een beter lot te verdienen dan de kale synthesizer-klanken van het vijfkoppige orkestje. Cello en houtblazers waren me liever geweest.

In de gestileerde regie van tekstschrijver Koen van Dijk staat hier, hoe dan ook, een meer dan kundig ensemble op het toneel. Ryan van den Akker speelt een instinctieve hoofdrol met ingehouden hartstocht, Wim van den Driessche weet goed raad met de dubbelhartige vader en Rob Pelzer is een Sid Vicious-achtige zoon die net niet larmoyant wordt.

In de kleinere rollen vallen vooral Doris Baaten, Frans van Deursen en Betty Vermeulen op met genuanceerde typeringen op de vierkante centimeter.

En de afloop laat ruimte voor hoop; dat is in andere Oedipus-versies ook wel eens anders.

Voorstelling: Rex, musical van Ad van Dijk en Koen van Dijk, door Joop van den Ende Theaterproducties. Spelers: Ryan van den Akker, Rob Pelzer, Wim van den Driessche, e.a. Decor: Eric van der Palen. Muziek o.l.v. Ger Otte. Regie: Koen van Dijk. Gezien: 14/6 in Nieuwe de la Mar, Amsterdam. Aldaar t/m 22/7; tournee t/m 22/12. Inl.: (0900) 3005000, www.musicals.nl